III./ZG 26
Me 110 in Afrika
F o t o' s (1)
|
| Een Me 110 E van de Stab (Staf) III./ZG 26 uitgerust met DB 601 N motoren (herkenbaar aan de witte 'N' op de motorkap). Het toestel draagt nog zijn Europese camouflage die duidelijk niet geschikt was voor de strijd in Afrika. |
|
| Twee Me 110's boven de Middellandse Zee. De machines dragen de gebruikelijke zandkleurige camouflage van de eenheden die in de woestijn werden ingezet. Het toestel op de voorgrond draagt reeds zijn eenheidsembleem (8./ZG 26), het andere toestel is waarschijnlijk op weg naar zijn nieuwe eenheid want het draagt nog geen embleem en is nog steeds voorzien van het 'Stammkenzeichen' (SB + GO) - een code gebruikt door de fabrikant tijdens de transfervluchten. |
|
| Twee Italiaanse soldaten lopen in de lente van 1941 wacht bij een Me 110 D-1/R2 van 8./ZG 26. |
|
| Mekaniekers tijdens het voltanken van de bijkomende brandstoftanks. Het toestel draagt nog zijn Europese camouflage. |
|
| De Me 110's werden aanzien als beschermelingen voor de maritieme konvooien. 3U + ES van 8./ZG 26 tijdens één van deze vervelende, langdurende en uiterst gevaarlijke escortevluchten boven de Middellandse Zee. De aanwezigheid van de bijkomende olietank onder de romp en de witte 'N' op de motorkap tonen aan dat dit toestel een Me 110 E-2 is. |
|
| Deze Ju 52/3m's zijn er in geslaagd om zonder 'kleerscheuren' de Afrikaanse kust te passeren onder bescherming van Me 110 3U + NS. |
|
| 3U + NS tijdens een escortevlucht voor Ju 52's. |
<
|
| Het toestel van de Staffelkapitän van 9./ZG 26 Hauptmann Bord. De machine is onder beide vleugels uitgerust met bijkomende brandstoftanks van 900 l. De gele kleur van de motorkap is reeds verbleekt onder de Afrikaanse zon. |
|
| 3U + GS van 8./ZG 26 en 3U + FT van 9./ZG 26 in volle vlucht langs de Libische kust. Beide toestellen zijn Me 110 E-2's, herkenbaar door de witte 'N' op de motorkap (voor de DB 601 N) en de witte markering op het uiterste puntje van de staart. |
|
| De transporttoestellen van het type Ju 52 droegen de hoofdlast van de bevoorrading van het Afrika Korps. |
|
| Wanneer de omstandigheden het toelieten maakten de mekaniekers en onderhoudsploegen gebruik van de koelte van de nacht om het nodige onderhoud en de raparaties uit te voeren. Hier zijn verschillende details duidelijk zichtbaar: de rode tip van de propellerdoppen (kleur van 8./ZG 26), de stoffilters naast de motorkap, de camouflagepatronen, het kenteken van ZG 26 'Horst Wessel', de gele motorkap en de neusbewapening. Op de voorgrond zijn wapenmakers bezig met het klaarmaken van munitiebanden. |
|
| Een Rotte Me 110 C's van 9./ZG 26 uitgerust met bijkomende brandstoftanks onder de vleugels. De voorste machine draagt het fabrieksnummer W.Nr. 3406. |
|
| Een Rotte van 7./ZG 26. Het toestel op de voorgrond behoort waarschijnlijk toe aan Oberfeldwebel Helmut Haugk voordat deze overgeplaatst werd naar 9./ZG 26. Het was normaal dat Haugh met 'H' vloog, (het was geen uitzondering dat de beginletter van de naam van de piloot ook de letter was van de plaats van het toestel in de eenheid). Het andere toestel behoorde toe aan Haugk's 'kaczmarek' (vleugelman) Oberfeldwebel Franz Sander, neergeschoten en gevangengenomen in januari 1942. |
|
| In stand-by in de woestijn. Na het tanken (de lege brandstofvaten liggen nog in de buurt) zoekt de bemanning bescherming tegen de brandende zon in de schaduw van het toestel. |
|
| 3U + AD van Stab.III./ZG 26 uitgerust met bommenrekken ETC 50 onder de vleugels. |
|
| Een Me 110 bij de start. De propellers veroorzaken een kleine zandstorm met het typische Libische rode woestijnstof. Dit stof was één van de grootste problemen voor de mekaniekers (zowel bij de Britse als Duitse) |