Messerschmitt
Me 109 G - Gustav
F o t o' s (3)
|
| Tanken van een G-6/R2 van 9./JG 3. Het toestel draagt nog de neerliggende 'S' van de III. Gruppe, alhoewel dit symbool reeds in de lente van 1941 officieel vervangen was door een balk. Let op de 'Dödel'-raketbuis onder de bakboordvleugel. |
|
| Twee Me 109 G-6/R2's met raketmortieren onder de vleugels. Deze wapens, de Wfr Gr 21 met 21 cm granaten werden 'Pulk Zerstörer' (formatievernielers) genoemd. |
|
| Onderhoud aan een Me 109 G-6/R2 van JG 3 'Udet'. Het toestel was uitgerust met twee 21 cm WG-21 raketlanceerbuizen. Met deze bewapening moesten de geallieerde bommenwerperformaties uit elkaar geslagen worden. wegens de slechte ballistische prestaties voldeed dit wapen niet aan de verwachtingen. Bovendien veroorzaakten de leeggeschoten lanceerbuizen zodanig sterke luchtwervelingen zodat de landingsaanvlucht en de landing aanzienlijk gestoord werden. |
|
| De Me 109 G-6/N was in het begin van 1944 ontwikkeld voor de inzet die bekend stond als 'Wilde Sau'-taktiek. Het toestel was uitgerust met een FuG 25a IFF (verbinding grondbakens), een FuG 16Zy (zender ontvanger - verbinding tussen vliegtuigen onderling en basis) en de FuG 350 Naxos Z die de peilongen van de Britse H2S radar van de RAF-toestellen moest oppikken door middel van een draaibare antenne die onder een kleine glazen koepel achter de cockpit stond opgesteld. Het toestel was eveneens voorzien van ant-schitteringvelden en uitlaatvlammendempers. De standaardbewapening van 2 x 13 mm MG 131 MG's en een 30 mm MK 108 kanon was bij de Rüstsatz 6 voorzien van een suppelmentaire bewapening die uit 2 x 20 mm MG 151 MG's met elk 120 patronen bestond. |
|
| De Messerschmitt Me 109 G 'Gustav' kreeg de bijnaam 'Beule', de reden daarvoor is hier duidelijk zichtbaar. De builen, aan beide zijden van de motorkap waren nodig voor het onderbrengen van het sluitstuk van de MG 131. |
|
| Hier is duidelijk te zien waarom de 'builen' nodig waren. De nieuwe 13 mm MG 131's hadden meer ruimte nodig om de sluitstukken (met munitietoevoer) te kunnen onderbrengen dan dat er nodig was voor de 7,9 mm MG 17's. Elk MG 131 beschikte over een munitievoorraad van 300 patronen, een opmerkelijk hoog aantal als men bedenkt dat de Britten voor hun in de vleugels gemonteerde 20 mm kanonnen van de Spitfire VB slechts voor elk wapen over 120 patronen beschikten. Dit was één van de voornaamste redenen waarom de Luftwaffe de voorkeur gaf aan het installeren van wapens onder de motorkap, ondanks de daarmee verbonden technische problemen bij de aërodynamische vormgeving en het verloop van de propellerluchtstroom. Zijdelings aan de motor is een olietank bevestigd. |
|
| Een Me 109 G-10 van 15./JG 52 door zijn Kroatische piloot overgegeven aan geallieerde troepen te Falconara, Italië, in april 1945. (Foto: USAF Official) |
|
| Een laat model van de Me 109 G - waarschijnlijk een G-14. |
|
| De uitwerking van de pantserdoorborende munitie die door de geallieerden werd gebruikt was voldoende om op een afstand van 100 m verticaal nog 20 mm pantserstaal te doorboren. De voortdurende constructieve inspanningen op Duitse zijde om de piloten een voldoende bescherming te bieden, en daarbij een zo groot mogelijk zichtveld te verschaffen, leidde tenslotte tot de bouw van de 'Galland-Haube' ( vanaf de K-serie standaarduitrusting). De voorheen gebruikte stalen hoofd- en nekpantsering werd door een pantserglas vervangen, die een beter zicht leverde. Het zijdelingse zicht werd nu niet meer door ramen onderbroken. Verdere bescherming werd geboden door een rugpantsering (waarvan hier het bovenste deel nog te zien is), het gepantserd windscherm (voorruit) die een uiterst klein frontaal doelvlak bood. Eén nadeel kon door de nieuwe cockpitcak niet opgelost worden, ze moest nog steeds zijdelings geopend worden, wat in geval van nood een snel uitstijgen van de piloot verhinderde. |
|
| Deze Me 109 K-2 heeft alle karakteristieken van de K-serie. Let op de standaard-'Galland-Haube' en de afwerpbare brandstoftank onder de romp. |
|
| Een Amerikaanse soldaat bekijkt de romp van een Me 109 K-4 verborgen in de bossen te Wertheim en onzichtbaar vanuit de lucht. De montagelijn was verborgen door de bomen. |
|
| Een Me 109 K-4 van een onbekende eenheid achtergelaten op een door Amerikanse troepen veroverd vliegveld, februari 1945. |
|
| J-804, Wnr. 163245, een Me 109 G-6 van de Fliegercompagnie van de Zwitserse Luchtmacht. Op 28 mei 1944 nam Zwitserland 12 Me 109 Gustavs aan in ruil voor de vernietiging van een Me 110 G Nachtjager van III./NJG 6 die in Zwitserland een noodlanding had uitgevoerd. Deze machine was uitgerust met de allerlaatste niewe versie van de Lichtenstein SN-2 en Naxosradar. Alhoewel de Duitsers zelf al hun jachtvliegtuigen nodig hadden konden ze het zich niet veroorloven, of wilden ten stelligste vermijden dat deze radaruitrusting in geallieerde handen viel. |
|
| Uitschnit van een wapencamera. Een Me 109 is getroffen. De koelvloeistof vaporiseert onder de radiators. (Foto: USAF) |
|
| Fabrieksnieuwe rompen van Me 109's voor de geďmproviseerde fabriek waar ze werden gemonteerd: een groot houten gebouw. |
|
| Verborgen onder camouflagenetten liggen tientallen rompen van Me 109's en kisten met stukken te wachten in het station van Plauen, april 1945. Ze waren klaar voor transport per spoor voor de eindmontage. |
|
| Rompen van Me 109's op wagons. Vliegtuigen die werden neergehaald en niet te zwaar waren beschadigd werden voor reparaties naar de fabrieken teruggestuurd. |