Messerschmitt
Me 109 G - Gustav
F o t o' s (2)
|
| Me 109 G-4/R6 was versterkt met twee bijkomende MG 151/20 kanonnen in gondels onder de vleugels, die wel een lichte negatieve invloed hadden op de prestaties en snelheid van de machine. |
|
| De Geschwaderkommodore Werner Mölders en Adolf Galland waren tijdens de 'Slag om Engeland' de meest bekende Me 109-'Jagdasse'. Beiden ontvingen in september 1940 als eerst jachtpiloten het 'Eichenlaub zum Ritterkreuz'. Mölders viel ongeveer een jaar later met 101 bevestigde overwinningen (plus 14 in Spanje) op zijn naam. Galland overleefde de oorlog met 104 overwinningen. |
|
| Major Helmut Wick (in gesprek met Göring) ontving als derde 'Jagd-As' het 'Eichenlaub zum Ritterkreuz in oktober 1940. Hij keerde na 56 overwinningen niet meer terug van een opdracht. |
![]() |
| Leutnant Günther Sinnecker van 3./JG 300. Hij leeft nu in Berlijn. (Met vriendelijke toelating van Mr Otto Burkhart, auteur van JG 300 |
|
| Een Gustav-piloot en zijn vliegtuig. De piloot is Unteroffizier Hans Seyringer; tussen juli 1943 en januari 1944 vloog hij met deze Me 109 G-6/U4 met JG 27 'Afrika' dagonderscheppingen boven Duitsland. Tijdens deze diensttijd bij de Reichsverteidigung schoot hij twee B-17 Vliegende Forten, een P-38 Lightning en een P-47 Thunderbolt neer. Hijzelf werd in februari 1944, waarschijnlijk door een P-51 Mustang, neergeschoten maar kon zijn vliegtuig verlaten en veilig met zijn valscherm landen. (Foto: Hans Obert) |
|
| Tijdens de aanval op Kassel op 29 juli 1943 werd de B-17 'The Sack' van 379th BG geraaktdoor een WGr.21 raket van een Me 109 G maar kon naar Engeland terugkeren. (Foto: IWM EA24056) |
|
| Een verdekt opgestelde, startklare Me 109 G met een 250 kg bom onder de romp, Rusland, zomer 1943. Deze foto laat veel van de karakterisitieken van de Me 109 G zien: zoals de gestroomlijnde luchtinlaat aan bakboord, het smalspoor landingsgestel, de radiators in de vorm van een zwaluwstaart onder de vleugels en de populaire spiraalvormig geschilderde propellerdop, gedragen als versiering en als poging om de vijandelijke schutters problemen te bezorgen bij het mikken bij een frontale aanval. |
|
| Me 109 G6/R6 van 9./JG 27 na een buiklanding, December 1943. |
|
| Me 109G-6/R6 gele '7' van 3./JG 300 waarschijnlijk eind 1944 in Bonn-Hangelar tijdens een onderhoudbeurt. Dit was mogelijk het toestel van Lt. Günther Sinnecker. |
|
| II./JG 77 ontving zijn Me 109 G-6/R6, met 20 mm kanonnen onder de vleugels, in Italië. Het eenheidskenteken (Rode hart) was aangenomen ter ere van Kommodore Müncheberg die in Afrika was gevallen. |
|
| Zicht in de cockpit van een Me 109 G in 1944. De mechanieker houdt de
duim op de afvuurknop van de boordwapens. (Foto: Bundesarchiv 680/8258/32) |
|
| Een ideale positie voor de wapens van een jager: alles gegroepeerd rond de neus van het toestel, en bijna op ooghoogte van de piloot, die daardoor zelfs zonder vizier kon vuren. In de neus van deze Me 109 G-6 waren een 30 mm kanon en twee 13 mm zware machinegeweren geïnstalleerd. Deze concentratie van de bewapening bood bovendien een bijkomende frontale bescherming. |
|
| Een Me 109 G-6/R6 met twee 20 mm MG 151 kanonnen onder de vleugels - in gondels. |
|
| Een Me 109 G-5 van 7./JG 27 met een 300 l afwerpbare brandstoftank onder de romp. |
|
| Een Me 109 G-6 met 20 mm gondelbewapening op een geïmproviseerd vliegveld. Door de alom tegenwoordige bedreiging van de geallieerde jagers vanaf midden 1943 werd het noodzakelijk dat de Duitse jachteenheden voortdurend naar verschillende vliegvelden uitweken. |