Back to...

           

Junkers
Ju 88 A - B
Bommenwerper

Ju 88 A-5
Twee Ju 88 A-5's op een vliegveld in Noord-Polen laten hun motoren warmdraaien voor een aanval op vijandelijke doelen in Rusland.

Inhoud

gotop   Inleiding

In de nacht van 4 maart 1945 schoot de Britse luchtverdediging haar laatste Duitse tegenstander neer : een Ju 88 G-6 nachtjager die om 01.51 Hr bij Elvington in Yorkshire te pletter sloeg. Deze overwinning betekende tevens het einde van de bedreiging door één van de meest veelzijdige gevechtsvliegtuigen van de Luftwaffe. Door het grote vertrouwen dat de Luftwaffe bij het begin van de Tweede Wereldoorlog stelde in het Technische Amt (TA) van het Reichsluftfahrtministerium (RLM) was ze volledig afhankelijk van de tweemotorige middelzware bommenwerpers voor offensieve operaties. De Luftwaffe Kampfgeschwadern waren uitgerust met drie types van middelzware bommenwerpers; de Heinkel He 111, de Dornier Do 17 en de Junkers Ju 88. Van deze drie had de Junkers Ju 88 bewezen een uitzonderlijk vliegtuig te zijn dat in staat was een hele reeks opdrachten aan te kunnen. In het verdere verloop van de oorlog zouden Junkers Ju 88's ingezet worden als bommenwerper, dag- en nachtjager, verkenningsvliegtuig, torpedo bommenwerper, grondondersteuningsvliegtuig en onbemande bom, opdrachten waaraan zelfs de ontwerpers niet hadden gedacht.

gotop   Ontwikkeling

De ontwikkeling van de Junkers Ju 88 begon in 1935 toen het RLM een specificatie uitgaf aan Junkers, Messerschmitt, Focke-Wulf en Henschel voor een 'Schnell-bomber' met een driekoppige bemanning. De specificaties verlangden een snelheid van 500 km/u, een bommenlading van 800 kg, en een defensieve bewapening van een op rug gemonteerde 7,9 mm machinegeweer met 500 patronen. De prestatieobjectieven voorzagen de mogelijkheid om een obstakel van 30 m te overschrijden na een startrun van 750 m en een hoogte de berekenen van 7.000 m in 25 minuten. Bij de uitrusting van de nieuwe bommenwerper moest een kortegolf radio, een bommenvizier en een zuurstofinstallatie voor grote hoogtes voorzien zijn.
          Drie firma's dienden voorstellen in om aan de specificaties van het RLM tegemoet te komen: Junkers, Messerschmitt en Henschel. Het RLM overwoog elk voorstel en verwierp de ontwerpen van Messerschmitt met de Bf 162/163 omdat deze firma de opdracht had gekregen niets anders meer dan jachtvliegtuigen te bouwen en van Henschel met de Hs 127. Focke-Wulf had zich terugetrokken omdat het prototype was verongelukt nog voordat de testen begonnen. Junkers had twee voorstellen ingediend; een bommenwerper met dubbele staart met de naam Ju 85, en een meer conventioneel ontwerp onder de benaming Ju 88. De Ju 85 werd verworpen en de Ju 88 werd aangewezen voor de verdere ontwikkeling. Het RLM bestelde drie prototypes onder de benaming Ju 88 V-1, Ju 88 V-2 en Ju 88 V-3.

gotop   Prototypes

In januari 1936 werd aan het ontwerp van het Ju 88 V-1 prototype begonnen door W.H. Evers en Alfred Gassner. Met de constructie van het eerste prototype werd begonnen in de lente van hetzelfde jaar, Ju 88 V-1 D-AQEN), de eerste testen vonden plaats op het einde van de herfst. De V-1 was een volledig metalen vrijdragende ééndekker met laag ingeplande vleugels.
Ju 88 V-1 (D_AQEN)
Het prototype Ju 88 V-1 (D_AQEN) vloog voor de eerste maal in december 1936 en stortte neer kort na het begin van het testprogramma. Het prototype was geschilderd in lichtgrijs en droeg twee gele romp banden, zwarte codes, en een rode staartband met een zwarte swastika op een witte cirkel.
De twee balken van de vleugel waren apart verbonden aan de romp. De vleugels waren bespannen met een metalen bekleding, met uitzondering van de rolroeren die met stof waren bespannen. Dit prototype werd aangedreven door twee 1.000 pk Daimler-Benz DB 600a 12 cilinder vloeistofgekoelde motoren-in-lijn ondergebracht in een lange ronde motorkappen voorzien van een ronde radiator, deze gaven het toestel het uitzicht van een met stermotoren uitgeruste machine. Deze vorm was geen toeval daar de machine reeds van bij het begin was voorzien om met beide typen van motoren te kunnen worden uitgerust. De lange motorengondels omsloten het naar achteren intrekbaar, elektrische werkend landinggestel dat voorzien was van dubbele wielpoten. De ruimte voor het staartwiel, dat eveneens kon ingetrokken worden, werd volledig afgesloten door luiken aan het rompeinde.
          De drie bemanningsleden zaten in een gestroomlijnde cockpit met laag silhouet die scharnierende dak- en zijpanelen had. In de onderzijde van de neus waren er transparante panelen uit plexiglas geïnstalleerd voor de bommenrichter en om de piloot een beter zicht naar onder te geven. De bommenlading was intern ondergebracht in horizontaal gemonteerde bommenrekken in de romp tussen de beide vleugelbalken. De eerste vlucht van het Ju 88 V-1 prototype vond plaats op 21 december 1936 met de chef-testpiloot van Junkers Flugkapitan Kindermann aan de stuurknuppel. Het prototype vertoonden goede besturingskwaliteiten en leverde een topsnelheid van bijna 450 km/u. Na een paar testvluchten werd het toestel echter volledig vernietigd in een ongeval. Het testprogramma werd onderbroken totdat de Ju 88 V-2 (D-AREN) zijn eerste vlucht maakte op 10 april 1937. Dit toestel verschilde slechts weinig van de V-1 door een aanpassing van de externe luchtinlaten. De prestaties waren dezelfde als bij de V-1, maar de V-2 was toch iets sneller en bereikte een topsnelheid van 466 km/u. De actieradius bedroeg 1.920 km.
          Het was pas bij de Ju 88 V3 en V4 dat de karakteristieke kenmerken van het latere operationele vliegtuig verschenen. De Ju 88 V-3 maakte zijn eerste vlucht op 13 september 1933 en werd gekenmerkt door een aantal verbeteringen en veranderingen tegenover het tweede prototype. De 1.000 pk DB 600Aa motoren waren vervangen door de 1.100 pk Junkers Jumo 211A motoren. Voor het verbeteren van de laterale stabiliteit was de oppervlakte van het roer vergroot, de cockpit was verhoogd om de bemanning meer comfort en zichtbaarheid te geven. Het was mogelijk om in de achterzijde van het cockpitdak een naar achter vurende 7,9 mm machinegeweer te installeren. Onder de neus was aan stuurboord een bekleding voorzien voor Lotfe bommenvizier. De dienst evaluaties werden uitgevoerd bij de Erprobungstele te Rechlin waar de V-3 een topsnelheid haalde van 520 km/u met een gewicht van 8.500 kg. Deze prestaties samen met de gunstige rapporten van de piloten van het testcentrum deden het RLM besluiten om bijkomende prototypes te bestellen en Junkers de opdracht te geven plannen te maken voor een uitgebreide productie.
          Het RLM verlangde ook een aantal aanpassingen bij de nieuwe serie prototypes waaronder de mogelijkheid tot de inzet als duikbommenwerper, een uitgebreider defensieve bewapening en de toevoeging van een vierde bemanningslid. Deze wijziging werden ingevoerd vanaf volgende prototype V-4. Met de Ju 88 V-4 was ook de cockpit met zijn 'veranda' iets verder naar voren bracht en een weinig verhoogd. Om het voorwaartse zicht te verbeteren werd de volle neus vervangen door een 'kever-oog' transparante neus met 20 optisch vlakke panelen uit plexiglas. Onder de neus was aan stuurboord een 'badkuip'-gondel gemonteerd met daarin een instijgluik, een plaats voorzien voor het bommenvizier en een naar achter vurende 7,9 mm machinegeweer MG 15. Dit wapen onder de romp zou worden bediend door het vierde bemanningslid vanuit een liggende positie in deze gondel. Het achterste gedeelte van de 'badkuip'was scharnierend aangebracht en kon worden neergelapt om de bemanning te laten instijgen. Later werd er een kleine pneumatische cilinder geïnstalleert op de scharnier om te voorkomen dat het luik gemakkelijk zou openklappen. De Ju 88 V-4 maakte zijn eerste vlucht op 2 februari 1938.
           Het RLM verlangde ook een aantal veranderingen in de nieuwe serie prototypes waaronder de mogelijkheid tot de inzet als duikbommenwerper, een uitgebreider defensieve bewapening en de toevoeging van een vierde bemanningslid. Deze wijziging werden ingevoerd vanaf volgende prototype V-4. Met de Ju 88 V-4 was ook de cockpit met zijn 'veranda' iets verder naar voren bracht en ligt verhoogd. Hier verscheen voor het eerst de karakteristieke glazen neus van de Ju 88. Om het voorwaartse zicht te verbeteren werd de volle neus vervangen door een 'kever-oog' transparante neus met 20 optisch vlakke panelen uit plexiglas. Onder de neus was een 'badkuip'-gondel, die naar stuurboord was gecentreerd, gemonteerd met daarin een instijgluik, een plaats voorzien voor het bommenvizier en een naar achter vurende 7,9 mm machinegeweer MG 15. Dit wapen onder de romp zou worden bediend door het vierde bemanningslid vanuit een liggende positie in deze gondel. Het achterste gedeelte van de 'badkuip'was scharnierend aangebracht en kon worden neergelapt om de bemanning te laten instijgen. Later werd er een kleine pneumatische cilinder geïnstalleerd op de scharnier om te voorkomen dat het luik gemakkelijk zou openklappen. De Ju 88 V-4 maakte zijn eerste vlucht op 2 februari 1938.
           Gedurende deze periode was de Duitse regering erop gebrand om zoveel mogelijk publiciteit te maken voor de Duitse vliegtuigindustrie.
De Ju 88 V-5
De V5 gemodificeerd voor een van zijn recordvluchten.
Er werden plannen gemaakt om de Ju 88 aan het publiek bekend te maken met een publiciteitsprototype dat nog meer prestige voor Duitsland zo brengen door 'recordvluchten' te maken. De Ju 88 V-5, die voor het eerst vloog in april 1938, werd gemodificeerd voor het gebruik van een poging om het wereldrecord snelheid voor een vliegtuig in zijn gewichtsklasse te breken. De V-5 was in het algemeen gelijk aan de Ju 88 V-4, maar was uitgerust met de standaardproductie 1.200 pk Junkers Jumo 211 B1 motoren die propellers met brede bladen aandreven. Om de weerstand te verminderen was de gondel onder de romp verwijderd, een laag profiel cockpitdak geïnstalleerd en de transparante neus vervangen door een scherpe volle neuskegel waarbij enkel het linker en rechter venster behouden bleven.
           Op 3 maart 1939 realiseerde de Ju 88 V-5 een nieuw snelheidsrecord op een gesloten circuit van 1.000 km met een gemiddelde snelheid van 517 km/u en een lading van 2.000 kg. De bemanning bestond uit Ernest
Sieber en Kurt Heintz. Vier maand later, op 30 juni, verwezenlijkte de Ju 88 V-5 een nieuw snelheidsrecord over een afstand van 2.000 km met een gemiddelde snelheid van 500 km/u. Zeer tot tevredenheid van het Duitse propagandaministerie had de Ju 88 V-5 snelheden behaald die hoger lagen dan de snelheid van de op dit ogenblik in dienst zijnde Britse (en Duitse) jagers.
           De Ju 88 V-6 (D-ASCY) die zijn eerste vlucht maakte op 18 juni 1938 was het eerste productieprototype. Deze machine, met 1.200 pk Jumo 211 B-1 motoren die vier-blad propellers aandreven, bezat het cockpitdak en de buikgondel die waren ingevoerd bij de V-4. Het landingsgestel echter was volledig vernieuwd. Het dubbele wielpoot van het landingsgestel was vervangen door één enkele poot die hydraulisch werd bediend 90 graden kon draaien zodat hij plat in de motorgondel kon worden ingetrokken. Door deze vorm konden ook de luiken van het landingsgestel kleiner en slanker worden uitgevoerd. Er was de installatie voorzien van een derde machinegeweer in een beweeglijke mounting in de vooruit aan stuurboord. Het gewicht in beladen toestand van de V-6 bedroeg 10.410 kg, 795 kg meer dan de Ju 88 V-3.
           Het RLM was tevreden over de prestaties met de Ju 88 V-6 en bestelde bijkomende prototypes en 10 pre-productie vliegtuigen onder de benaming Ju 88 A-0. De Ju 88 V-7 die voor het eerst vloog in september 1938, was volledig in gelijk aan de V-6 en diende als tweede productie-prototype. Later in zijn carrière zou de V-7 het voorwerp uitmaken van de ontwikkeling van de Ju 88 C jager. Om tegemoet te komen aan de vraag van het RLM naar duikbommenwerpercapaciteiten werden de Ju 88 V-8 en V-9 (beiden vlogen in oktober 1938) gemodificeerd voor het invoeren van duikremmen onder de vleugels, voorzien van een automatisch systeem voor het neerlaten. In zijn uiteindelijke vorm functioneerde dit systeem zoals het systeem dat werd gebruikt bij de Junkers Ju 87 Stuka. Nadat het doel in zicht was activeerde de piloot het systeem dat automatisch de duikremmen uit de vleugels uitschoof, stelde zijn rolroertrimming in en startte zijn duikvlucht (gewoonlijk onder een hoek van 50 a 60°). Toen de bommen waren gedropt (ongeveer op 1.000 m hoogte) moest de rolroertrimming automatisch worden hersteld om het toestel volledig te kunnen opvangen. Als het vliegtuig terug in normale positie vloog bracht de piloot manueel de duikremmen terug in positie in de vleugel.
           De Ju 88 V-10 was het laatste prototype (vloog voor het eerst in februari 1939) en werd gekenmerkt door vier externe elektrisch werkende ETC-bommenrekken, die later onderling verwisselbaar waren met de ETC250 (250 kg), ETC500 (500 kg) en ETC1000 (1000 kg) bommenrekken. Deze werden onder elke vleugel aan de binnenboordzijde van de motorgondels bevestigd. Deze rekken waren voorzien van explosieve bouten die toelieten om de bommen in een geval van nood af te werpen - een kenmerk dat later nogal onrealistisch leek.

gotop   Productie van de Ju 88 A-0

De 10 pre-productie Ju 88 A-0's, die waren getest en voorzien van de vernieuwingen ingevoerd bij de prototypes, begonnen de productielijnen van Junkers in maart 1939 te verlaten. De posities van de bemanning waren vastgelegd, de piloot en de achterste schutter/radio operator zaten rug aan rug aan bakboordzijde van de cockpit op een verhoogde box waarin zich de bedieningskabels en verbindingen naar de stuurvlakken bevonden. De bommenrichter/voorste schutter zat naast en een weinig onder de piloot, terwijl er een plooibare zetel was voorzien voor de buikschutter/boordmekanieker beneden naar stuurboord van de cockpit. Het was voor de buikschutter verboden om tijdens het taxiën, het landen en opstijgen in deze positie plaats te nemen daar deze positie bij een ongeval kon worden samengedrukt.
Ju 88 A-0
Zicht op een Ju 88 A-0, een pre-productie versie van de A-serie waarvan er 10 exemplaren werden besteld in de zomer van 1938 en de levering begon in maart 1939. De A-0 was aanvankelijk uitgerust met de vier-blad VDM propeller zoals het Ju 88 V-6 prototype, dit toestel verd later aangepast met de drie-blad propeller zoals de A-1. De rolroeren strekken zich uit over de ganse lengte van de vleugel en was een kenmerk van de A-0, A-1 en A-2 en hun afleidingen C-0, C-1 en C-2.
Ingeval van nood kon het vliegtuig bestuurd worden door de bommenrichter door gebruik te maken van een 'Hilfssteuer', een soort tweede besturing.
          Voor duikaanvallen kon een 'BZA' vizier worden geïnstalleerd op het onderste kader van het windscherm aan bakboord. De piloot kon de duikhoek schatten door gebruik te maken van gekleurde lijnen die in de vensterramen waren geëtst, een lijn op 50 graden was over de ganse cockpit aangebracht. De defensieve bewapening bestond nu uit drie 7,92
mm Rheinmetal Borsig MG 15 machinegeweren, één ervan gemonteerd in front van de piloot, een in het achterste gedeelte van het cockpitdak en een derde achteraan in de buikgondel.
          Ingeval het toestel een landing op het water moest maken was er een reddingsvlot voorzien dat was ondergebracht in de romp. Dit opblaasbare vlot was uitgerust met een noodradio, roeiriemen en een handbediende luchtpomp. Een touw dat gespannen was over de lengte van de cockpit tot in de romp kon worden gebruikt om het vlot na de landing in het water te trekken. Twee aflaatleidingen voor de brandstof mondden uit in een bekleding aan de basis van roer, deze lieten de piloot toe om de brandstof snel af te laten voor de noodlanding. In elke vleugel waren twee zelfdichtende rubberen brandstoftanks geïnstalleerd, een binnenboordtank van 450 l en een buitenboordtank van 400 l. Voor lange afstanden konden een bijkomende brandstoftank van 1.200 l in het voorste bommenruim worden geïnstalleerd, en een gelijkaardige tank van 650 l in het achterste bommenruim.
          Het ontijzingsysteem bestond uit twee D-vormige holle vleugelvoorranden. Warme lucht van de radiators en uitlaatpijpen werd langs de holle vleugelvoorrand naar de vleugeltip geblazen waarna deze in de vleugelruimte werd geblazen en daarmee de temperatuur in volledige vleugel deed stijgen. De warme lucht kon worden afgeleid wanneer hij niet nodig was door kleppen in de zijkant van de motorengondels juist voor de vleugelrand. Het ontijzen van de horizontale staartvlakken gebeurde conventioneel door middel van opblaasbare rubberen banden in de voorrand.
          De 10 pre-productie Ju 88 A-0's werden toegewezen aan Erprobungskommando 88, een eenheid die speciaal opgesteld was voor de evaluatie van de Ju 88's onder operationele omstandigheden en het ontwikkelen van trainingstechnieken. Deze eenheid werd later een bron van ervaren piloten waaruit de eerste operationele Ju 88 eenheid in augustus 1939 werd gevormd.

gotop   Ju 88 A-serie

Ju 88 A-1
          

De productie van de Ju 88 was verdeeld over een aantal wijdverspreide onderaannemers waaronder Arado, Dornier, Heinkel, Henschel en Volkswagen. De Ju 88 A-1 verschilde van de Ju 88-0 in het feit dat de vier-blad propeller van de A-0 was vervangen door een verstelbaar drie-blad VDM-propeller. Bovendien was de onder de romp gemonteerde antennemast aan stuurboord verplaatst naar bakboord juist achter en onder de achterste rand van de vleugel. Uiteindelijk werden de 10 preproductie toestellen gemodificeerd tot de A-1 standaard en aan de 69 Ju 88 A-1's gevoegd die werden geproduceerd in 1939.
          In het begin leek de Ju 88 A-1 aan een aantal kinderziekten. Door de zeer sterk gespannen structuur van het vliegtuig was het gebruik van de duikremmen met uiterste voorzichtigheid en zonder brute manoeuvres uit te voeren. Er werden tevens verschillende gebreken ontdekt in het landingsgestel en de bemanningen werd op het hart gedrukt om de voorzorgen die door de fabriek waren voorgeschreven betreffende het laadgewicht en de verdeling ervan nauwkeurig te volgen.
          Bij opdrachten over lange afstanden konden een Ju 88 A-1 een 500 kg bom meenemen over een afstand van 3.650 km. (Met een maximale brandstof bevoorraad). Voor korte afstanden kon de Ju 88 A-1 een bommenlading van 2.500 kg over een afstand van 1.200 km meenemen. Bij de twee bijkomende brandstoftanks in de romp konden er nog twee externe brandstoftanks van 900 l onder de vleugels in ETC rekken worden opgehangen. Om een aanvaardbaar bereik onder operationele omstandigheden te verzekeren werd gewoonlijk de voorste brandstoftank in de romp gemonteerd terwijl er in het achterste bommenruim bommen werden opgehangen. De bommenrekken konden voorzien worden van een grote variëteit aan hoog explosieve, pantserdoorborende en brandbommen.
Ju 88 A-1
Een Junkers Ju 88 A-1. Tegen het einde van 1939 waren er 60 van deze toestellen gebouwd en waren zowel op het gebied van prestaties als betrouwbaarheid de beste bommenwerper ter wereld die op dit tijdstip in dienst waren. De topsnelheid bedroeg 450 km/h. Het bereik was 2.415 km. De maximale bommenlast 2.500 kg.
Alternatieve ladingen bestonden uit 500 kg luchmijnen die werden gedropt in het water aan de snelheid die onder 300 km per uur lag op een maximale hoogte van 100 m. Het maximaal totale gewicht bedroeg 12.300 kg met een maximale brandstof bevoorraad en een minimale bommenlading.
          De defensieve bewapening was dezelfde als bij de Ju 88 A-0. Het in het neus gemonteerde machinegeweer kon worden vastgezet door middel van een grendel die toeliet dat de piloot dit machinegeweer, met behulp van een Revi reflectorvisier gemonteerd op het instrumentenpaneel, kon gebruiken als een vast voorwaartsvurend wapen.
          Een maximale snelheid van een lege Ju 88 A-1 bedroeg 450 km per uur op 5.500 m, met een kruissnelheid tussen de 217 km en 230 km per uur. De radio uitrusting omvatte een FuG 10 HF zender-ontvanger, een FuG 16 VHF zender-ontvanger en een FuB1 2 blinde nadering, die een lang rek onder de romp als antenne gebruikte.
          Tegen augustus 1939 waren elementen van Erprobungskommando 88 gereorganiseerd in I./Kampfgeschwader 25 om de eerste Ju 88 A-1's in ontvangst te nemen. Op 22 september 1939 werd I./KG 25, uitgerust met een mengeling van Ju 88 A-0's en A-1's, onder de naam in I./KG 30 en kreeg zijn basis te Jever. Tegelijkertijd werd er een trainingseenheid, Lehrgruppe-Ju 88, opgericht te Greifswald voor het opleiden van bemanningen voor de toekomstige gevechtseenheden.
          Op 26 september 1939 vloog I./KG 30 zijn eerste operationele opdracht met de Ju 88. Vier vliegtuigen afgeleverd op het vliegveld van Westerland/Sylt startten een aanval tegen de Britse marinestrijdkrachten in de Noordzee. Tijdens deze aanval rapporteerden de bemanningen dat waarschijnlijk het Britse vliegdekschip HMS Ark Royal een treffer had geïncasseert van een 500 kg bom en het slagschip HMS Hood eveneens was getroffen. In tegenstelling met deze melding van het nazi-propaganda ministerie was de HMS Ark Royal niet getroffen en geen van de andere schepen was ernstig beschadigd geworden omdat de treffers blindgangers bleken te zijn.
          In oktober voerde I./KG 30 een aantal patrouilles tegen de scheepvaart uit boven de Noordzee en vloog enkele opdrachten tegen Britse marinebases, die echter maar een beperkt succes hadden. Op 16 oktober maakte de Ju 88 A-1 zijn eerste verschijning boven de Britse eilanden en viel de marinebasis Firth of Forth aan. Twee Ju 88's, waaronder het vliegtuig van Gruppenkommandeur Hptm Pohle, werden neergeschoten door Spitfire's van No. 602 en 603 Sqdn. De aanvallers slaagden er in om de kruiser HMS Edinburgh en de destroyer HMS Mohawk te beschadigen en plaatsten een treffer(met een blindganger) op de kruisers HMS Southampton. Bij het begin van de lente van 1940 was I/KG 30 op volle geschwadersterkte gebracht (drie Gruppen met in totaal 84 Ju 88 A-1's). Drie andere eenheden, KG 51, KG 4 en Lehrgeschwader 1 waren bezig met het heruitrusten op de Ju 88.
          Op 10 mei, toen de Blitzkrieg werd gelanceerd tegen de Lage Landen en Frankrijk waren deze eenheden nog steeds in stadium van de heruitrusting waardoor de acties van de Ju 88 beperkt bleven.
Ju 88 A-1 van 3./KG 51 'Edelweiß'
Twee bemanningsleden gaan aan boord van een Ju 88 A-1 van 3./KG 51 'Edelweiß' op een vliegveld in Frankrijk. Het ovale venster in het front van de buikgondel is het venster voor het Lotfe-bommenvizier. Het volgende venster in de gondel diende voor een neerwaartse zicht van de piloot. De bijkomende machinegeweren MG 15 in de zijdelingse standen in de cockpit waren moeilijk te gebruiken in de bekrompen ruimte van deze cockpit.
Tegen 'Adlertag' (13 augustus 1940), het officiële begin van de slag om Engeland, was ook KG 51 op volle sterkte gebracht. III./KG 4 was volledig overgeschakeld en elementen van KG 1, KG 54 en KG 40 waren eveneens uitgerust of gedeeltelijk uitgerust met de Ju 88 A-1's. Tijdens de slag om Engeland bereikten de Ju 88-formaties enkele indrukwekkende resultaten, vooral tegen Britse vliegvelden. Maar ondanks hun manoeuveerbaarheid en hoge snelheid konden de Duitse bommenwerpers niet ontsnappen aan de afstraffingen door Britse jagers.
          Een van de oorzaken voor de soms zware verliezen van de bommenwerperformaties van de Luftwaffe was een gebrek aan effectieve defensieve bewapening en pantserbescherming. In antwoord daarop verschenen de eerste van vele cockpitmodificaties van de Ju 88 A-1. In het achterste gedeelte van het cockpitdak werd een pantserplaat toegevoegd en de roterende wapenmountings van plexiglas werden vervangen door gepantserde mountings met vierkante gepantserde vensters. Om de defensieve vuurkracht te verbeteren werd bij latere Ju 88 A-1's de enkele machinegeweer in de achterzijde van de cockpit vervangen door twee naast elkaar opgestelde MG 15's. In beide zijden van het cockpitdak werden enkele MG 15's geïnstalleerd en de voorwaarts vurende machinegeweer van de piloot werd versterkt met een MG 15 in een pivoterende mounting in de neus die werd bediend door de bommenrichter.
          Tegen het einde van 1940 liep de slag om Engeland ten einde - met een overwinning voor het RAF Fighter Command. De Ju 88 A-1 had zijn eerste en enige campagne achter de rug waarbij hij in dergelijk hoge aantallen werd ingezet. Terwijl een aantal eenheden bleven doorgaan met het inzetten van de A-1, begonnen de meeste Bombergruppen van de Luftwaffe de Ju 88 A-1 te vervangen met nieuwe varianten van de Ju 88.

Ju 88 A-2

          De Ju 88 A-2 die uitwendig identiek was aan de Ju 88 A-1, had de 1.200 pk Jumo 211 B-1 motoren vervangen door de Jumo 1.200 pk 211 G-1 motoren. Daarbij waren de vleugels versterkt om toe te laten dat Walter starthulpraketten onder de vleugels konden worden opgehangen. De 1.100 kp stuwkracht van deze Walter raketten werden geïnstalleerd onder de vleugels buitenboords van de motorengondels en voorzagen de Ju 88 A-2 van extra kracht voor het opstijgen met een zware lading.
          Deze raketten-'cocons', bekend onder de naam R-Geräte (voor Rauchgeräte) of Start-Raketen, waren volledig onafhankelijke eenheden en de werden met drie haken aan de vleugels opgehangen. Het voorste gedeelte van deze startraketten bevatte een recuperatievalscherm dat werd geopend nadat de cocon was afgeworpen. Elk van deze herbruikbare raketten leverde ongeveer 25 seconden bruikbare stuwkracht. Speciale ploegen van het grondpersoneel waren verantwoordelijk voor de installatie en het recupereren van deze 'ATO' paketten (assist take off). Deze raketcocons werden voor alle navolgende Ju 88 A varianten een optioneel kenmerk.

Ju 88 A-3

          Voor het opleiden en omscholen van bemanningen voor de Ju 88 verlangde de Luftwaffe een gespecialiseerde trainingsvariant van de Ju 88 A-1. Onder de benaming Ju 88 A-3 werd een opleidingstoestel dat gebaseerd was op de Ju 88 A-1 ontworpen. Deze machine werd gekenmerkt door een tweede complete set van instrumenten, één voor de instructeurs en één voor de leerling. Gewoonlijk had de Ju 88 A-3 een driekoppige bemanning en was ongewapend.

Ju 88 A-5

          In het begin van 1940 begon Junkers te werken aan een verbeterde variant van de Ju 88, de Ju 88 A-4, die moest worden aangedreven door de 1.400 pk Jumo 211F of J motor. Vertragingen in de ontwikkeling van de Jumo 211F en J leidden ertoe dat het RLM een tussentijdse variant bestelde, onder de benaming Ju 88 A-5, waarin sommige van de verbeteringen die gepland waren voor de Ju 88 A-4 al waren ingesloten.
          De Ju 88 A-5 was gebaseerd op het frame van de Ju 88 A-1 met uitzondering van de buitenste panelen van de vleugels, dat waren vernieuwde elementen die voorzien waren voor de Ju 88 A-4. Bij deze nieuwe vleugel werd de spanwijdte naar 20 m gebracht en de met stof bespannen rolroeren waren vervangen door metalen eenheden. De defensieve bewapening bleef hetzelfde zoals bij de laatste Ju 88 A-1's, alhoewel er toch een aantal van de eerste Ju 88 A-5's werden geleverd met slechts één enkele machinegeweer in de achterzijde van de cockpit. Het maximale gewicht van de Ju 88 A-5 bedroeg nu 11.238 kg.
          De Ju 88 A-5 kon onder elke vleugel, aan de buitenzijde van de motorengondels, een bijkomend ETC-rek dragen. Deze rekken waren in de staat om twee 250 kg bommen mee te voeren, maar werden zelden gebruikt. Zoals de A-1 werd ook de A-5 aangedreven door twee 1.200 pk Jumo 211 B motoren, latere versies van de A-5 werden echter aangedreven door ofwel 1.200 pk Jumo 211 G-1 of H-1 motoren. De radiouitrusting van de A-5 was versterkt door toevoegen van een FuG 25 IFF zender/ontvanger.
          De eerste Ju 88 A-5's begonnen de montagelijn te verlaten tijdens de lente van 1940, en kwamen juist in tijd in dienst om deel te nemen aan de slag om Engeland, waar ze dienst deden naast de Ju 88 A-1's. Alhoewel de A-5 ten opzichte van de Ju 88 A-1 geen echte verbetering betekende met betrekking tot de motorkracht, was hij toch populair bij de bemanning wegens de verbeterde besturingscapaciteiten en de manoeuvreerbaarheid veroorzaakt door de grotere spanwijdte van de vleugels. Tegen eind 1940 verving de Ju 88 A-5 gestadig de Ju 88 A-1 bij de bommenwerpereenheden van de Luftwaffe. Tijdens de campagnes in 1941 tegen Joegoslavië en in Griekenland was de Ju 88 A-5 de voornaamste variant die in dienst was. Tegen midden 1941 bleven er nog slechts een paar Ju 88 A-1' in operationele dienst.
          Toen de Ju 88 A-5 volledig bij de eenheden was ingeburgerd werden er een paar 'gepensioneerde' Ju 88 A-1's naar Junkers terugroepen waar ze werden omgebouwd tot standaard A-5.

Ju 88 A-5 (latere versie)

          Ervaringen opgedaan tijdens de acties leidden tot een paar veranderingen in de defensieve bewapening van de Ju 88 A-5, veranderingen die volledig werden gestandaardiseerd bij de latere Ju 88 A-4.
Ju 88 A-5 Werknr 0772 van 1.(F)/22
Junkers Ju 88 A-5 Werknr 0772 van 1.(F)/22. Het fabrieksnummer staat op de afdekzeilen van de motoren en op de voorzijde van de wielpoten van het landingsgestel. Deze foto is genomen kort voor de inval in Rusland, de mchine draagt nog geen gele rompband. Als Staffelkenteken is een 'gelaarsde kat met verrelijker op een blauw schild met witte bloemen' gekozen. Deze eenheid was in maart/april 1941 van de Do 17 op de Ju 88 omgeschoold en bij de overrompeling van de Balkan ingezet. Voor de opstelling van de troepen voor Operation Barbarossa werd de Staffel in juni 1941 naar Insterburg in Ost-Preußen overgeplaatst, op 60 km van de Russische grens. Bij het begin van de aanval vloog 1.(F)/22 verkenningsopdrachten voor Heeresgruppe Nord en werd midden juli 140 km naar het oosten verplaatst naar Kowno-Süd. Op 2 juli maakte 0772 na vijandelijke beschieting een noodlanding op Insterburg en maakte daarbij voor 50% schade. De Bordschütze Uffz Hans Berghoff werd daarbij gekwetst.
Om de vuursector van de machinegeweren in de achterzijde van de cockpit te vergroten en meer ruimte te scheppen voor de schutter, werd er een cockpitdak met dubbele 'builen' ingevoerd. Elk van deze builen werd voorzien van een gepantserde roterende wapenmounting. Er bestonden twee verschillende wapenmountings, alhoewel beide hetzelfde waren in gebruik. Het eerste model werd gekenmerkt door een vierkant paneel uit pantserglas, het tweede model had niervormige pantserpanelen. Gewoonlijk waren er 7,9 mm MG 15 machinegeweren ingebouwd, alhoewel een aantal van de latere Ju 88 A-5's waren uitgerust met de sneller vurende 7,9 mm MG 81J machinegeweren.
          Bij een aantal A-5's was ook de wapenstand in de buikgondel veranderd. De vroegere wapenkuip/instijgluik met zijn ronde mounting was vervangen door een Bola (Bodenlafette) 39C of Bola 39D VE wapenkuip. Deze Bola's waren minder diep en uitgerust met een hoefijzervormige interne pantserplaat en bovendien meestal voorzien van een enkele MG 15, met de optie op een installatie van een MG 81 of een 13 mm MG 131. Bij een kleine aantal vliegtuigen werd de buikpositie later voorzien van een Bola 81Z, waarin dan een MG 81Z kon worden geïnstalleerd.
          Deze verschillende bewapeningsmogelijkheden (ofwel geïnstalleerd in de fabriek of door aanpassingen uitgevoerd op het terrein) verscheen in dienst met de Ju 88 A-5 in verschillende combinaties, waaronder 'hybriden' die een mengeling bezaten uit de verschillende bewapeningmogelijkheden. De meest voorkomende productieconfiguratie bestond uit een enkele door het windscherm voorwaartsvurende MG 15, twee MG 15 machinegeweren in de achterzijde van de cockpit en een MG 15 in de gondel onder de romp. De Ju 88 A-5 had een totale munitie capaciteiten (met MG 15's) van 1500 patronen.
          De productie van de Ju 88 A-5 ging door tot eind 1941, daarbij deze van de Ju 88 A-4 overlappend. Tussen 1940 en 1941 werden een totaal van 3.962 Junkers Ju 88 A serie bommenwerpers geproduceerd. Het eerste aantal A-5's blijft onbekend, maar in ieder geval in voldoende kwantiteit om alle Kampfgeschwader, die met de Junkers Ju 88 vlogen, uit te rusten.

Ju 88 A-4

          Bij het begin van 1941 waren er voldoende 1.400 pk Jumo 211 F en 211 J motoren beschikbaar om Junkers toe te laten met de productie van de Ju 88 A-4 te beginnen. De eerste exemplaren waren uitgerust met de Jumo 211F motor. Kort nadat de productie was begonnen werd de Jumo 211 J-1 in grotere aantallen beschikbaar en deze motor werd dan de vaste krachtbron voor de navolgende Ju 88 A4's.
          Deze sterkere motoren lieten Junkers toe de pantserbescherming, de bommenlast en de brandstofvoorraad te vergroten, waardoor een gewicht van de Ju 88 A-4 nu 14.000 kg bedroeg, ongeveer 620 kg zwaarder dan de Ju 88 A-1. De snelheid was met ongeveer 25 km/h toegenomen en de bommenlast opgevoerd tot 3.600 kg. De Ju 88 A-4 zou de meest gebouwde variant van de Ju 88 worden en de basis voor de meeste van de navolgende varianten.
          De Jumo 211J motor werd gekenmerkt door een koelsysteem geschikt voor grote hoogtes dat gemonteerd werd achteraan onder de motor.
Ju 88 A-4 bewapend met SC250 bommen
Ju 88 A-4 bewapend met SC250 bommen onder de vleugels. Het ovale venster in de gondel was het venster voor het Lotfe bommenvizier gebruikt tijdens horizontale aanvallen.
Om dit nieuwe systeem te kunnen onderbrengen werd er een asymeterische uitstulping onder de motorgondel geïnstalleerd en werd er een bijkomende luchtinlaat toegevoegd in het midden van de onderzijde van de ronde radiator. De metalen VDM propellers met smalle bladen werden vervangen door de bredere gelamineerde houten VS-11 propellers met grote propellerdoppen, alhoewel er toch een aantal Ju 88 A-4's werden geleverd met de VDM propellers. Om de aerodynaische vorm van de motorgondels te verbeteren werden de uitlaten, juist voor de vleugelvoorand, bekleed met een gestroomlijnde bekleding.
          De interne pantserbescherming werd verbeterd door toevoeging van bijkomende pantserplaten aan de zijwanden van de cockpit, de vloerbodem en de buikgondel. Bij de eerste productie Ju 88 A-4's was de zetel van de piloot versterkt met een extra pantserplaat aan de rugzijde, terwijl bij de latere toestellen deze zetel werd vervangen door een voorgevormde gepantserde zetel die voorzien was van een hoofd- en schouderpantsering en een rugpantsering.
          Bij de primaire defensieve bewapening werd de door munitietrommels gevoede MG 15 vervangen door de sneller vurende met munitiebanden gevoede MG 81J. De munitiekisten waren ondergebracht in de cockpit met 750 patronen voor de voorwaartsvurende machinegeweer, 1.000 patronen voor elk van de twee achterste machinegeweren en 1.800 patronen voor de MG 81Z in de buikpositie. De munitiekist voor het wapen in het windscherm was schuin gemonteerd aan het raamwerk van de neus. In dienst stelde men echter vast dat deze munitiekist het zicht van de piloot hinderde en daarom werd dit wapen diwijls vervangen door een met een trommel gevoede versie. Voor bijkomende voorwaartse verdediging kon er een vijde machinegeweer geïnstalleerd worden in de neus (een MG 15, of een MG 81, een MG 131 of eventueel een MG 81Z), Dit wapen werd echter niet algemeen gebruikt.
          De variaties in de wapenconfiguratie waren algemeen tijdens de operationele dienst van de Ju 88 A-4. Bij een aantal vliegtuigen was de MG 81 in de voorruit vervangen door een 13 mm MG 131. Een klein aantal toestellen van de latere productie waren gemodificeerd en waren de twee MG 81J's in de achterste cockpit vervangen door een enkele MG 131 gemonteerd in een gepantserde roterende mounting. Er kon, indien gewenst ook in de zijramen van de cockpit een wapen geïnstalleerd worden, maar ook dit werden maar zelden of niet gebruikt.
          De bommenlading in de romp omvatte volgende 'Rüstzustande' (zoals vermeld in het Ju 88 A-4 handboek):
Rüstzustand A: Tot tien 50 kg bommen in het voorste en achterste bommenruim (twintig bommen in totaal)
Rüstzustand B: Tien 50 kg bommen in het achterste bommenruim en 1.220 l brandstof in het voorste ruim (meest gebruikte configuratie)
Rüstzustand C: 1.220 l brandstof in het voorste ruim en 680 l brandstof in de brandstoftank in het achterste ruim.
          De externe bommenlading kon uit verschillende bommen bestaan tot 1.000 kg in totaal of een 900 l afwerpbare brandstoftank aan elk ETC-rek, met de zwaarste ladingen gewoonlijk opgehangen aan de binnenste vleugelrekken. Het optionele ETC250 bommenrek dat aan de buitenzijde van de motorgondels was bevestigd bij de Ju 88 A-5 was bij de A-4 verwijderd. Om het grotere gewicht van de Ju 88 A-4 te kunnen opvangen was het landingsgestel versterkt en werden er grotere banden gebruikt.
          Op de productielijn van de Ju 88 A-4 waren er op verschillende punten verbeteringen aangebracht. Eén van de eerste was het toevoegen van een roerbalans waardoor de vorm van het roer veranderde. Als bescherming tegen geallieerde sperballons werd er een kleine kabelbumper gemonteerd op het middenste frame van glazen neus (ook vroeger gebouwde toestellen werden er nadien mee uitgerust).
          Het navigatiemateriaal was aangepast geworden met de installatie van het Peilgerät EZ 6 en de FuG 101 hoogtemeter. De antenne voor het EZ 6 bevond zich op de rug van de romp onder een plexisglasdeksel, De twee 'T' vormige antennes voor de FuG 101 waren onder de vleugel gemonteerd, bij de vleugeltip.
          De eerste grote actie waaraan de Ju 88 A-4 deelnam was de invasie van Rusland op 22 juni 1941; KG 51 was één van de eerste eenheden die de Ju 88 A-4 ontplooide, tegen het begin van 1942 waren het grootste deel van de Ju 88 Kampfgeschwadern uitgerust met de Ju 88 A-4. Tegen net eind van 1942 bevonden er zich 520 Ju 88 in frontlijndienst - bijna de helft van de 1.135 bommenweerpers die de Luftwaffe ter beschikking had.

Ju 88 A-6

          Met het mislukken van de anti-ballon Ju 88 A-6 werden de toestellen teruggestuurd naar de fabriek om ze om te bouwen tot vliegtuigen voor de inzet tegen de scheepvaart, onder de benaming Ju 88 A-6/U. De bevestigingspunten voor de ballonbumpers werden verwijderd en de machines uitgerust met de Jumo 211 F of J motoren wat ze tot standaard Ju 88 A-4 maakte. (van een aantal Ju 88 A-6/U's werd aangenomen dat ze omgebouwde Ju 88 A-4's waren).

Ju 88 A-6/U
De Ju 88 A-6 was identiek aan de A-5 met uitzondering van de consoles voor de bevestiging van de ballonkabelmessen op de neus en de vleugels. Als de ballonbumper niet was bevestigd waren de consoles bedekt met gestroomlijnde traanvormige bekledingen.
Tegen het eind van 1940 waren een aantal Ju 88 A-5's omgebouwd tot anti-ballonvliegtuigen en uitgerust met grote kabelbumpers gemonteerd op de voorzijde van het vliegtuig, bevestigd aan de neus en steunpunten op de vleugelvoorrand. Deze machine kreeg de naam Ju 88 A-6. Als één van deze machines in een 'kabelwoud' binnenvloog werden de kabels naar de vleugeltippen weggegeduwd waar ze dan werden doorgesneden door kabelmessen die aan de vleugeltippen waren bevestigd. Het bijkomende gewicht van 400 kg van deze anti-kabelinstaalatie werd opgevangen door het plaatsen van een tegengewicht van 60 kg achter in de romp. Ju 88 A-6 formaties moesten boven het doel aan de hoofdstrijdmacht vooruitvliegen om de ballons uit te schakelen en zo toe te laten dat de navolgende toestellen hun bommen op lagere hoogtes konden droppen.
          Het gewicht en de weerstand van de kabeluitrusting verminderde de snelheid van de Ju 88 A-6 met ongeveer 32 km/u en het verminderen van de manoeuvreerbaarheid maakte de ju 88 A-6 kwetsbaarder voor vijandelijke jagers en luchtafweer. Alhoewel er in 1941 een
aantal operaties met deze Ju 88 A6's werden uitgevoerd werd het systeem voor grootschalig gebruik als onpractisch beschouwd en na een paar maand haden alle Ju 88's de uitrusting gedemonteerd. De bevestigingspunten op de neus en de vleugel voorrand werden met gestroomlijnde (traanvormige' bekledingen bedekt. Op 27 juli 1941 maakte Ju 88 A-6 4D + DL W.Nr. 3457 een noodlanding in Engeland en werd daarop door de Britten geëvalueerd. In het officieel Brits verslag was de bommenwerper beschreven als: '...gelijk de Ju 88 A-5 maar met ballonbumpers...'
Ju 88 A-6/U

          Met het mislukken van de anti-ballon Ju 88 A-6 werden de toestellen teruggestuurd naar de fabriek om ze om te bouwen tot vliegtuigen voor de inzet tegen de scheepvaart, onder de benaming Ju 88 A-6/U. De bevestigingspunten voor de ballonbumpers werden verwijderd en de machines uitgerust met de Jumo 211 F of J motoren wat ze tot standaard Ju 88 A-4 maakte. (van een aantal Ju 88 A-6/U's werd aangenomen dat ze omgebouwde Ju 88 A-4's waren).
Ju 88 A-6/U
Bemanningsleden maken zich klaar om aan boord te gaan van hun Ju 88 A-6/U door het luik onder in de romp. De bovenste antennemast is gemonteerd al hoewel de antenne nog niet is bevestigd. Deze machine draagt hier nog steeds de rompcode van de fabriek (PN + MT) die werd gebruikt voor testvluchten en ferryvluchten. De bovenzijde is gecamoufleerd met grijze (RLM02) of lichtblauwe (RLM76) golven over eendonkergroen achtergrond, de onderzijde is zwart.
De buikgondel werd verwijderd (wat de bemanning terugbracht tot drie man) en vervangen door een eenvoudig toegangsluik voor de bemanning. Op de neus werden op drie masten de yagi-antennes van de FuG 200 Hohentwiel zoekradar gemonteerd. De FuG 200 radar werd dikwijls versterkt met een 'Rostock' of een FuG 217 radar waarvan de antennes op de vleugels waren geïnstalleerd.
          Een aantal Ju 88 A-6/U's hadden één FuG 200 antenne gemonteerd op de neus en de andere twee gemonteerd op de voorrand van beide vleugels, aan buitenboord van de motoren. Eend de toestellen in dienst waren werden er 'op het terrein' nog andere aanpassingen uitgevoerd, waaronder het monteren van vlammendempers over de uitlaten en verschillende combinaties van defensieve bewpening. Een aantal Ju 88 A-6/U's droegen een enkele MG 81 of 13 mm MG 131 in de achterste cockpit, anderen hadden de dubbele MG 81 machinegeweren geïnstalleerd. Er waren ook enkele A-6/U's die een MG 81 hadden gemonteerd in het windscherm aan stuurboord om zo hun voorwaartse vuurkracht te versterken.
          De Ju 88 A-6/U bleef gedurende de ganse oorlog in dienst en opereerde vanaf bases in Frankrijk, Noorwegen en Italië in een rol van maritieme verkenner en anti-scheepvaartvliegtuig. Bij gelegenheid werden deze bommenwerpers ingezet om geallieerde bommenwerperformaties 'te schaduwen' met hun radar. De FuG 200 radar kon schepen opsporen over een afstand van 80 km, terwijl de FuG 217 kon worden gebruikt voor voorwaartse opsporing of als staartwaarschuwingsradar. De combinatie van de verschillende radarsets liet een meer complete dekking toe van het te doorzoeken gebied.

Ju 88 A-7

          De Ju 88 A-7 was een onbewapnde trainingsvariant van de Ju 88 A-5 met dubbele besturing die uitgerust was met de vleugels met grotere spanwijdte ende 1.200 pj Junkers Jumo 211 H-1 motoren. Bij een aantal van deze Ju 88 A-7's was de buikgondel verwijderd.

Ju 88 A-8

          De Ju 88 A-8 was gebaseerd op het Ju 88 A-4 frame en gemodificeert om uitgerust te worden met de bollonbumpers van de Ju 88 A-6. Alhoewel een aantal van de eerste toestellen met de bevestigingspunten voor de ballonbumpers waren voorzien, maar ondertussen de ballonbumpers hadden bewezen onpractisch te zijn, is er waarschijnlijk geen enkele gemonteerd geworden. In plaats daarvan werden de overblijvende Ju 88 A-8's uitgerust met kabelmessen die over de volledige lengte van de vleugelvoorrand waren bevestigd.
          Deze kabelmessen, gekend onder de naam 'Kuto-Nase'-messen, waren voorzien om elke kabel die in contact kwam met de vleugelvoorrand door te snijden. De messen die bedekt waren met een dun metalen laagje (zoals tin)liepen vanaf de buitenzijde van de motorgondel tot aan de vleugeltip. Daar de Ju 88 A-8 slechts in beperkete aantallen werd gebouwd en de kabelmessen een succes bleken te zijn werden ze gemonteerd op latere Ju 88 varianten en andere bommenwerpers van de Luftwaffe.

Ju 88 Trop : Ju 88 A-9, A-10 en A-11

          Toen de Luftwaffe begon met uitvoeren van operaties in Noord-Afrika en boven het Middellandse zeegebied werd het spoedig duidelijk dat de vliegtuigen gespecialiseerde woestijnuitrusting nodig hadden.
Ju 88 A-10 L1 + AA
Een Ju 88 A-10 L1 + AA commandovliegtuig van LG 1 ergens boven de Middellandse Zee. Deze machine verschilde uiterlijk weinig van de A-5 maar was wel uitgerust met zandfilters, een overlevingspakket, zonneblinden in de cockpit, geweren voor de verdediging van de bemanning, gedistilleerd water en andere toevoegingen. Het toestel op de foto is gecamoufleerd in RLM 79 zandgeel aan de bovenzijde en RLM 78 lichtblauw aan de onderzijde in een woestijnschema. Het voorwerp onder de vleugel stuurboord is waarschijnlijk een vrachtcontainer.
Woestijnaanpassingen voor de Ju 88 bestonden uit het toevoegen van bijkomende za,dfilters op de luchtinlaten van de motoren en overlevingspaketten voor de bemanning - bijkomende watervoorraad, zonneschermen en wapens voor de jacht. Uiterlijk veranderden deze aanpassingen weinig aan het uitzicht van de Ju 88 A-1, A-4 of A-5 die naderhand met de woestijnuitrusting werden voorzien en herkenbaar waren aan de toevoegong 'Trop' in de naamgeving.
          Vliegtuigen die werden gemodificeerd in conversiecentra kregen de benaming Ju 88 A-1/Trop, A-4/Trop en A-5/Trop. Het introduceren van de woestijnuitrusting op de productielijn resulteerde in drie bijkomende sub-types: Ju 88 A-9 (tropenversie van de Ju 88 A-1), Ju 88 A-10 (tropenversie van de A-5) en Ju 88 A-11 (tropenversie van de ju 88 A-4). DE Ju 88 A-/Trop en Ju 88 A-10, samen met de Ju 88 A-4/Trop en Ju 88 A-11 waren meest gebruikte en voerden een hoop acties uit in Noord-Afrika en boven de Middellandse Zee. Er werden weinig, of zelfs geen Ju 88 A1/Trop of Ju 88 A-9's ingezet in de strijd. Bij de overgave van de As-strijdkrachten in de woestijn in d lente van 1943 werden de overblijvende getropicaliseerde Ju 88's overgeplaatst naar eenheden in Italië.

Ju 88 A-12

          De Ju 88 A-12 was een trainigsversie van de Ju 88A-4 met een cockpit die een weinig was verbreed om de bemanning meer ruimte te geven. Zoals bij de A-3 en A-7 beschikte ook de A-12 over een dubele besturing; Uitrusting die niet noodzakelijk was voor de oplieding zoals duikremmen, bewapening en de buikgondel, waren verwijderd. De A-12 was een conversie van bestaande Ju 88 A-4 toestellen.

Ju 88 A-13

          De Ju 88 A-13 was ontwikkeld voor het uitvoeren van grondaanvallen vooral gericht tegen tropenconcentraties. De Ju 88 A-13 deed zijn eerste optreden in januari 1942 en werd slechts in een beperkt aantal toestellen geproduceerd die gebaseerd waren op de A-4 die voorzien was van bijkomende opantsering voor de onderzijde van de cockpit, de brandstoftanks en de onderzijden van de motorgondels, duikremmen en hun toebehoren waren verwijderd. Naast zijn interne bommenlast kon de Ju 88 A-13 uitgerust worden met 'Abwurfbehälter' AB250, AB500 en AB1000 containers die konden gevuld worden met bommen als de 2 kg SD2 antipersoneelbommen.
          Voor het uitvoeren van bombardementen tegen vijandelijk troepenconcentraties kon de A-13 bovendien uitgerust woren met 'Waffenbehälter' WB18 A of B containers. Deze zelfdragende wapencontainers konden tot drie 7,9 mm MG 81 Z machinegeweren met hun munitie meedragen. De Waffenbehälter A en B verschilden enkel door de inclinatiehoek van de bewapening, ofwel O° of 15°. Met vier containers opgehangen aan ETC-rekken was de Ju 88 A-13 een formidabele grondaanvaller. Het merendeel van deze toestellen werden ingezet aan het Oostfront waar hun vuurkracht met vernietigend effect tegen de Russische grondtroepen werd ingezet.

Met kanonnen bewapende Ju 88

          In een poging om de voorwaartse vuurkracht van de Ju 88 te verhogen werden er ombouwsets, gekend als 'Änderungsmaterial', ontworpen die toelieten om een vast Oerlikon MG/FF 20 mm kanon te installeren in de stuurboordzijde van de neus. Het onderste vensterpaneel aan de stuurboorzijde van de neus werd vervangen door een versterkt bolrond paneel voorzien om de kanonloop door te steken.
Ju 88 A-14
Bij sommige kleine productiegroepen zoals de Ju 88 A-14 was het 20 mm kanon door de fabriek in de gondel ingebouwd. Het venster van het bommenvizier was bekleed en voorzien van een uitwerper voor de lege hulzen. De gondel was vooraan aan de basis van de kanonloop versterkt. De Ju 88 A-14 werd ingezet voor zowel aanvallen tegen schepen als voor het leveren van ondersteuning aan de grondtroepen.
Het Lotfe bommenvizier werd verwijderd en het venster gewoonlijk overschilderd of van een bekleding voorzien. Het MG/FF kanon met zijn vuurkadans van 520 patronen per minuut en zijn munitietrommels gevuld met 120 granaten konden tijdens de vlucht manueel door de bommenrichter vervangen worden. Deze ombouwset kon practisch in alle varianten van de Ju 88 ingebouwd worden.
          Deze versterking van vuurkracht die werd bereikt door de inbouw van het MG/FF was bij de operationele uiterst populair. Deze met kanonnen bewapende Ju 88's opereerden samen met de standaardbommenwerpers bij KG 51, KG 54, KG 76 en de verschillende Aufklärungsgruppen en anti-scheepvaarteenheden. Lehrgeschwader 1 zette een aantal met kanonnen bewapende Ju 88's in in Noord-Afrika en boven de Middellandse Zee, zowel voor aanvallen tegen de vijandelijke scheepvaart als tegen tankeenheden. KG 30 zette zijn met kanonnen bewapende Ju 88 A-'s en A-5's in tegen treinen op de spoorweg van Moermansk vanaf bases in Finland.
          Het succes van deze neusbewapening leidde ertoe dat er in de fabriek en herontwerp plaats vond en een kanon in de buikgondel werd gemonteerd. Daarvoor werd de bestaande voorzijde van de gondel met het bommenvizier verwijderd en vervangen door een korter en plat paneel. Bijkomende uitrusting voor deze kanonnen waren vlammendempers en een ring- en korrelvizier op een stang dat op de loop kon worden bevestigd.

Ju 88 A-14

          Het succes van de met kanonnen uitgeruste toestellen leidde tot de productie van een bommenwerper waarbij dit MG/FF kanon standaardbewapening werd onder de naam Ju 88 A-14. De Ju 88 A-14 was in feite een versterkte Ju 88 A-4 omgebouwd voor aanvallen op lage hoogte en het uitvoeren van aanvallen op schepen. Ook de Kuto-Nase ballonmessen en de bijkomende interne pantserplaat behoorden tot de standaarduitrusting, duikremmen en toebehoren waren verwijderd. Het MG/FF was bij sommige Ju 88 A-14's in de fabriek in een gondel gemonteerd die van de andere verschilde door het toevoegen van een stevige ommanteldde basis voor de kanonloop en voorzien van een uitwerper voor de lege
hulzen die was geïnstalleerd in het venster dat vroeger diende voor de bediening van het bommenvizier.
          Met de ETC-rekken, die behouden waren, kon de Ju 88 A-14 een geweldig arsenaal aan wapens meevoeren. OP 22 maart 1943 stortte een A-14, W.Nr. 140286 3Z + YR neer bij Sidi Makrelouf. Geallieerd personeel dat het toestel onderzocht vonden bij deze Ju 88 A-14 een bewapening die bestond uit zestien kleine ETC50/VIII bommenrekken elk in staat een 50 kg bom te dragen.
          Zonder de MG/FF was de A-14 bijna identiek met de A-4 daar ze beiden dezelfde defensieve bewapening droegen. Het gewicht van het kanon en de extra pantsering hadden slechts heel geringe invloed op de prestaties van het vliegtuig.

Ju 88 A-15

          De Ju 88 A-15 was een verderontwikkeling van de Ju 88 A-4 waarbij geprobeerd werd om de bommenlast die een Ju 88 kon vervoeren volledig intern onder te brengen, daardoor zou de weerstand veroorzaakt door de rekken onder de vleugels volledig werd opgeheven. Een grote houten bommennis werd onder de romp gemonteerd waarin de luiken van de beide bestaande bommenruimen werden ingesloten. Dit vergroot bommenruim kon 3.000 kg aan bommen opnemen. De ETC-rekken onder de vleugels en de buikgondel waren verwijderd en over het bommenvizier onder de neus was een gestroomlijnde kap gemonteerd.
          De defensieve bewapening was beperkt tot de wapens achteraan in de cockpit en in de neus was een MG 15 of MG 81 gemonteerd. Een aantal voorstellen bestonden uit de installatie van een paar MG 17's in de achterzijde van de houten bommennis om zo de bewapening die verloren was gegaan met de buikgondel te compenseren. Daar de Ju 88 A-15 maar weinig prestatieverbeteringen opleverde ten op zichte van de andere Ju 88 varianten die reeds in dienst waren bleef de productie beperkt tot een klein aantal toestellen.

Ju 88 A-16

          De Ju 88 A-16 was een trainingsversie met dubbele besturing zoals de ander trainingstoestellen, waarbij ook de buikgondel en de bewapening was verwijderd. Mogelijk was hij een trainingsmachine voorzien voor het opleiden van piloten die met de Ju 88 A-15 zouden vliegen, maar gezien de beperkte productie van deze laatste ...

Ju 88 A-4/Torp

          De Luftwaffe had gebrek aan een echte torpedobommenwerper en was gedwongen om andere vliegtuigen zoals de He 111 en de Ju 88 te modificeren op ingezet te kunnen worden als dusdanig. In het begin van 1942 werden er ombouwsets geproduceerd waarmee een Ju 88 A-4 twee 765 kg LT F5b's of torpedo's van gelijke grootte aan vergrote rekken onder de vleugels konden meevoeren, het toestel krege de benaming Ju 88 A-4/Torp.
Ju 88 A-4/Torp
Een Ju 88 A-4/Torp met een paar torpedo's onder de romp is klaar om de vertrekken met behulp van Walter raketconsoles onder de vleugels. De bultige bekleding voor de torpedobesturing en bediening bevond zich enkel onder de stuurboordzijde van de neus.
De ombouw bestond uit het verwijderen van de duikremmen en hun toebehoren en de ETC-rekken en de insqtallatie van een PVC-rek onder elke vleugelwortel. Deze PVC-rekken waren groter en dieper dan de ETC-rekken en hadden een ander ophangsysteem. Om correctie in de koers van de torpedo te kunnen verwezenlijken werd er een slanke bekleding gemonteerd aan de stuurboordzijde onder de neus (waarin de torpedobesturing was ondergebracht) die verbonden was met de plaats van de bommenrichter.
          Afgezien van de speciale torpedo-uitrusting verschilde de Ju 88 A-4/Trop weinig van de stabdaard Ju 88 A-4. De posities van de defensieve bewapening bleven onveranderd, er kon wel een grote varieteit aan aan uitrusting worden geïnstalleerd waaronder de FuG 110 hoogtemeter, de FuG 200 zoekradar, een in de neus of in de gondel gemonteerd MG/FF kanon, uitlaatvlammendempers, kabelmessen en Walter startraketten.
          Een experimentele installatie voorzag het gebruik van twee 'glijtorpedo's' die an een speciaal rek onder de buitenste vleugelpanelen waren opgehangen bij een Ju 88 A-4 (BF + YT W.Nr.740). Deze 'glijtorpedo's' waren een combinatie van een standaard torpedo met een Blohm & Voss L10 glijbom. De
2,7 m lange vleugels van de glijbom lieten toe dat de torpedo vanop grote hoogte gedropt werd. Na het afwerpen zou de glijtorpedo in het water glijden onder een hoek van 15°. Bij het contact met het water zouden de vleugels en staart van de glijbom afbreken.Dit project werd afgeblazen kort nadat BF + YT door zijn landingsgestel zakte tijdens testen te Gotenhafen.

Ju 88 A-17

          Het succes van de Ju 88 A-4/Torp leidde tot de beslissing om een beperkt aantal vliegtuigen te produceren die gebaseerd waren op de Ju 88 A- en A-14 onder de benaming Ju 88 A-17. De A-17 verschilde van zijn voorgangers voornamelijk door de demontage van de buikgondel. Het gewicht van de torpedolading was hetzelfde als bij de ju 88 -4/Torp en de bijkomende uitrusting van de A-4/Torp kon eveneens gebruikt worden bij de A-17.
          Zowel de A-4/Torp als de A-17 deden dienst op de zelfde oorlogstonelen en bij dezelfde eenheden. KG 26, KG 28, KG 76, KG 77 en Kampfgruppe 506 (K.Gr.506) hebben de beide types ingezet in de strijd tegen de vijandelijke scheepvaart.

gotop   De Ju 88 B

Tijdens het ontwerpen van de Ju 85 en Ju 88 in 1936 werden er nog twee andere alternatieve varianten (de Ju 85 B en Ju 88 B) voorgesteld, beide ontwerpen werden gekenmerkt door een kogelvormige 'luchtbel' cockpit die de weerstand zou verminderen en het zicht naar voor verbeteren. Alhoewel er voor de Ju 85 B een model op volle schaal was afgewerkt werd het plan als te onconventioneel bestempeld door het Technisches Amt van het RLM en afgewezen.
          Drie jaar later stelde het ontwerpsteam van Junkers het ontwerp terug voor dat nu gebaseerd was op het Ju 88 A-1 frame met het prototype van de 1.500 pk Jumo 213 motor als krachtbron. Het vernieuwde voortse gedeelte van de romp omvatte een gebogen glazen cockpit vanaf de punt van de neus, over het cockpitdak en eindigend in een vloeiende bekleding van de achterste wapenstand. De bemanning zat op dezelfde plaatsen als bij de standaard Ju 88 A. Het Lotfe vizier voor de bommenrichter was ondergebracht in een gestroomlijnde traanvormige bekleding onder de stuurboordzijde van de neus. De onderzijde van de romp was uitgezet om plaats te maken voor een naar achter vurende buikbewapening. Het RLM was op dit ogenblik echter tevreden met de ontwikkeling van de Ju 88 A, waarvan het de prestatie als tevredenstellend beschouwde dat volledig aan de verwachtingen van de Luftwaffe voldeed zodat Junkers de toelating kreeg om aan Ju 88 B verder te werken, maar dan op basis van een zeer lage prioriteit.
          In 1940 werkte Junkers verder aan het ontwikkelen van de Ju 88 B. Aangezien de Jumo 213 motor-in-lijn nog steeds in zijn ontwikkelingsfase verkeerde nam Junkers het besluit om de 1.600 pk BMW 801 MA dubbele rij veertien cilinder stermotor te gebruiken voor de prototypes. Er werden drie prototypes gebouwd; de Ju 88 V-23 bommenwerpervariant, de Ju 88 V-24 verkennersvariant en de Ju 88 V-25 Zerstörervariant (zware jager) met een voorwaartsvurende batterij van drie 7,9 mm MG 17's en een 20 mm MG 151, gemonteerd aan de stuurboordzijde van de neus.
Een Ju 88 B-0
Een Ju 88 B-0 van de Aufklärungsgruppe des Oberbefehlshaber der Luftwaffe werden ingezet bij de verkenningsopdrachten boven Rusland.
De prototypes maakten hun eerste vlucht in juli (V-23), september (V-24) en oktober 1940 (V-25). Het was voorzien dat de prototypes zouden worden gevolgd door productievliegtuigen onder de benaming Ju 88 B-1 (bommenwerper), Ju 88 B-2 (verkenner) en Ju 88 B-3 (Zerstörer).           Het eerste prototype was gebaseerd op het frame van de Ju 88 A-1 maar had wel de verlengde vleugels van de Ju 88 A-5. Het aantal ETC-rekken onder de vleugels werd verhoogd door het toevoegen van ETC-bommenrekken aan buitenboord van de motorgondels. Tijdens de testen met het eerste prototype D-AUVS (ook Ju 88 B V-1 genoemd) stelde men een lichte verbetering vast van de prestaties tegenover de Ju 88 A-1. De lichte prestatieverbetering was echter niet van die aard om het RLM te doen besluiten de productie van de Ju 88 A-1 stop te zetten tenvoordele van de Ju 88 B.
          Het resultaat daarvan was dat er enkel een preproductie Ju 88 B-0 werd toegestaan. Deze toestellen waren gebaseerd op de Ju 88 A-4 en werden gekenmerkt door een verlenging van het voorste gedeelte van de romp om de stabiliteit te verbeteren. De meeste Ju 88 B-0's werden gemodificeerd tot verkenners waarbij het bommenvizier, de buitenste vleugelrekken en de duikremmen waren verwijderd. De bommenruimen in de romp waren ontdaan van de luiken en in de plaats van het voortse bommenruim was een grote brandstoftank gemonteerd. In het vroegere achterste bommenruim waren drie camera's geïnstalleerd, met twee vensters aan de stuurboordzijde van de romp en een derde aan bakboord.
          De bewapening omvatte drie beweeglijke MG 81Z machinegeweren, één in de buikpositie, één in het windscherm in de neus en het derde in de rugstand. De Ju 88 B-0 had een topsnelheid van 500-540 km/u, een hoogteplafond van 9.400 m en een bereik van 2.850 km. Een aantal van deze toestellen werden toegewezen aan de Aufklärungsgruppe des Oberbefehlshaber der Luftwaffe voor verkenningsopdrachten boven de Sovjet-Unie. Verschillende ander Ju 88 B-0's werden door Junkers gebruikt voor ontwikkelingstesten.
          Eén van de Ju 88 B-0's werd nadien uitgerust met de verbeterde BMW 801 C motoren en voorzien van een bewapening bestaande uit drie 13 mm MG 131's; één in de neus, een achteraan in de cockpit en een derde in een door een elektrische motor aangedreven toren die was geïnstalleerd op de bovenste sectie van het cockpitdak. Dit toestel (D-ALWN) werd Ju 88 V-27 genoemd, en kreeg later de benaming Ju 88 E-0. Het V-27 prototype deed dienst als testbank en werd later uitgerust met een voorwaarts vurend 20 mm MG 151 kanon. In deze vorm maakte het deel uit van een serie prototypes die uiteindelijk naar de Ju 188 zouden leiden.

gotop   De Ju 88 A in dienst

De pre-produktie Ju 88 A-0 en A-1 deden op papier tijdens de zomer van 1939 dienst bij I./KG 25. Deze eenheid was ontstaan door een naamsverandering van Erprobungskommando 88. In september 1939 werd I./KG 25 de eerste Gruppe van KG 30 " Adler Geschwader ", één van de bekendste en eerste operationele eenheden die op de Ju 88 vlogen. In de beginmaanden van de oorlog werd KG 30 ingezet voor anti-scheepsopdrachten boven de Noordzee en de Schotse Oostkust. De eenheid nam eveneens deel aan de raid tegen Scapa Flow in maart 1940. Tijdens de Slag om Engeland was de eenheid actief vanuit Denemarken en had voorheen ook deelgenomen aan de campagne tegen Noorwegen. Andere eenheden die met de Ju 88 waren uitgerust en aan deze campagnes deelnamen waren KG 51, 54, 76, Kgr 809 en LG 1. Bij de verkenningseenheden diende de Ju 88 bij de Aufklärungsgruppe (F) 120, 121 en 123 van Luftflotte III. De Ju 88 A-5 was het eerste toestel dat in grotere aantallen werd ingezet - tijdens de Slag om Engeland. De A-6 was met een speciale uitrusting voor het doorsnijden van de kabels van sperbalonnen uitgerust die van de ene vleugeltip over de romp naar de andere vleugeltip liep. Daar deze installatie het toestel te koplastig maakte was het nodig om een tegengewicht in de staart in te bouwen. Later werd de snijinstallatie verwijderd en werd het toestel uitgerust met opsporingsapparatuur (radiopeiling, het zogenaamde Rostock-Gerät) voor schepen en werd de benaming Ju 88 A-6/U toegekend.
          KG 1 "Hindenburg" (V4): De He 111 H van III./KG 1 'Hindenburg' waren tegen het eind van de zomer 1940 vervangen door de Ju 88 A-5's.
A-4 van 10./KG 1
Een A-4 van 10./KG 1 het Russische front in 1944.
De volledige heruitrusting met de Ju 88 van I./KG 1, II./KG 1 en de Geschwaderstab was pas klaar tegen oktober 1942. In de zomer 1944 werden deze onderdelen ontbonden na operationeel te zijn geweest in Rusland, Italië en het Midden-Oosten.
          KG 2 "Holzhammer" (U5): Deze eenheid opereerde voor een korte periode in het Westen met één enkele Staffel op Ju 88's.
          KG 3 "Blitz" (5K): In juni 1941 kreeg de Geschwader Stab, I./KG 3 en II./KG 3 de Ju 88 A-5. De derde Gruppe kreeg de toestellen tijdens zijn verblijf in Rusland. Het Geschwader diende de ganse oorlog aan het Oostfront.
          KG 4 "General Wever" (5J): De Geschwader Stab en III./KG 4 waren in de zomer 1940 met de Ju 88 A-1 uitgerust maar gaven voor juni 1941 deze toestellen af en kregen de He 111 H in de plaats. Het is onwaarschijnlijk dat deze eenheid operationeel is geweest op de Ju 88.
          KG 6 (3E): Deze eenheid was met de Ju 88 uitgerust voor operaties in het Westen. Ze voerde beperkte opdrachten uit aan alle fronten en gaf de Ju 88 in het begin van 1944 af voor andere types.
          KG 26 "Löwen Geschwader" (1H): III.KG 26 was in juli 1942 ' op papier ' met de Ju 88 uitgerust. In april-mei 1944 werd de A-14 gebruikt voor opdrachten tegen schepen. De eenheid opereerde in Noorwegen, de Baltische gebieden en het Middellandse Zeegebied.
          KG 30 "Adler Geschwader" (4D): was de eerste eenheid die in 1939 met de Ju 88 werd uitgerust. Maakte gebruik van de A-0, A-1,A-4 en A-5 en nog enkele latere varianten in Scandinavië, Rusland en Zuid-Europa. De eenheid was ook uitgerust met enkele Mistelcombinaties die uit een A-4 met een oorlogskop van 3.500 kg en een daarboven bevestigde jager bestonden. Het jachtvliegtuig bracht de ganse combinatie naar het doelbereik waar dan de Ju 88 met zijn geblokkeerde besturingselementen werden losgekoppeld en op het doel neerstortte.
          KG 40 (F8): In juli 1940 was de Stab van dit Geschwader uitgerust met de Ju 88 A-1. In september 1943 wisselde II.KG 40 zijn He 177 uit tegen de Ju 88 en opereerde met deze laatste boven Italië.
          KG 51 "Edelweiss Geschwader" (9K): De tweede eenheid die de Ju 88 A-5 in ontvangst nam. KG 51 nam deel aan de Slag om Engeland en opereerde twee jaar aan het Oostfront.
          KG 54 " Totenkopf " (B3): In augustus 1940 volledig met de Ju 88 uitgerust. De drie Gruppen namen deel aan de Slag om Engeland.
Ju 88 A-4
Deze onbewapende Ju 88 A-4 werd naar KG 54 overgevlogen en kreeg daar de code B3 + DF. 'Zwarte mannen' kijken onder de vleugels om eventuele schade of technische fouten op te sporen voor het opstijgen. Het toestel was geschilderd in RLM70/71/65 camouflagekleuren.
Operaties in Rusland in 1941 werden in de lente 1942 gevolgd door operaties in het Middellandse Zeegebied. In 1944 voerde een klein aantal toestellen nachtelijke aanvallen uit op Engeland.
          KG 60 (P1): Een weinig bekende eenheid in de sterkte van één Gruppe. Opereerde tussen oktober 1942 en de lente 1943 met de Ju 88 in Scandinavië en het Middellandse Zeegebied.
          KG 76 (F1): Vloog op de Ju 88 A-5 als onderdeel van Luftflotte II tijdens de Slag om Engeland. Deed dienst aan het Oostrfront en Sicilië. Keerde nadien terug naar Frankrijk als onderdeel van de na D-day heropgerichte Luftwaffe.
          KG 77 (3Z): In november/december 1940 uitgerust met de Ju 88 A. Opereerde tot mei/juni 1942 in Rusland en werd dan overgeplaatst naar Sicilië. Ontbonden na de val van Italië.
          Lehrgeschwader 1 (L1): Na de reorganisatie van de trainingseenheden in de eerste winter van de oorlog opereerde LG 1 met drie Gruppen Ju 88A's. Was aktief aan alle fronten. Is vooral bekend door zijn operaties in Noord-Afrika met de Ju 88 A-4/Trop. Onder leiding van Hauptmann Helbig van I./LG 1 en Hauptmann Kollewe van II./LG 1 werden er vooral bij de gevechten om Kreta en tegen de geallieerde konvooien in de Middellandse Zee uitstekende resultaten bereikt. I./LG 1 werd bij de Britten bekend en gevreesd onder de naam "Helbig Flyers".
          De Kusteenheden Ku.Fl.Gr. 106 en Ku.Fl.Gr 506 kregen in de lente 1941 de benaming K.Gr. 106 en 506. Hun codes waren respectievelijk M2 en S4. Deze eenheden opereerden met de Ju 88 A-4 en A-5 voor het leggen van mijnen. K.Gr 28, voorheen Kgr 126, opereerde met de Ju 88 A-17 voor het uitvoeren van torpedo-aanvallen.
          Kgr 806 (M7): nam aan de Slag om Engeland deel met de A-1 en deed later met de Ju 88 A-4 dienst in Rusland en het Midden Oosten.
          Bij het mijnenleggen met vliegtuigen speelden een aantal factoren een belangrijke rol. Daar hadden ook de Ju 88 A's rekening mee te houden. Gewoonlijk waren er twee magnetische mijnen onder een Ju 88 opgehangen. Bij het droppen speelde niet alleen de snelheid maar ook de hoogte een belangrijke rol. Vlogen de toestellen te hoog dan konden de valschermen waarmee de mijnen werden gedropt scheuren en konden de mijnen bij het neerkomen beschadigd worden. Op hoogtes boven 90 meter kon de wind te veel vat krijgen op de valscherm en de mijn van zijn eigenlijke doel wegblazen. Ook kalm water was van belang omdat de op scherpgestelde mijnen de mogelijkheid moesten krijgen ongehinderd naar de bodem te zinken.
          Eén van de grootste successen die de Ju 88 bij een dergelijke operatie behaalde vond plaats op 6 april 1941 bij het vermijnen en bombarderen van de haven van Pireaus. Dit was de enige haven van waaruit de Britse troepen in Griekenland konden bevoorraad worden. Nadat de mijnen voor de haveninvaart waren gelegd vielen Ju 88's die met bommen waren uitgerust de in de haven gelegen schepen aan. Door toeval explodeerde een bom op het munitietransportschip Clan Fraser. De daaropvolgende explosie bracht een aantal in de omtrek liggende schepen tot zinken die te samen met de gedropte mijnen de volledige haveninvaart versperden. Door één gelukkige voltreffer werd de enige Britse basis in Griekenland buiten gevecht gesteld.
          Op 12 juli 1941 behaalden de Ju 88's in samenwerking met U-Boote waarschijnlijk hun grootste succes in de Noordelijke IJszee. De bevelhebber van Luftflotte V meldde de vernietiging van het konvooi PQ-17. Dit konvooi dat op weg was van Engeland naar de Russische haven Moermansk - vol beladen met Brits oorlogsmateriaal voor de Russen - verloor 34 schepen tijdens de aanvallen van de Ju 88's en de duikboten. De Kriegsmarine nam 16 vaartuigen voor zijn rekening, de andere 18 werden gekelderd door de Ju 88's.

gotop   Organisatie van de KG

Een Kampfgeschwader, onder bevel van een Geschwader Kommodore, bestond uit drie, vier of vijf Gruppen die gekenmerkt werden door Romeinse cijfers I- II- III- IV of V en elk onder het bevel van een Gruppenkommandeur stonden. Elke Gruppe was onderverdeeld in drie Staffeln,elk onder het bevel van een Staffelkapitän, die op hun beurt werden gekenmerkt door Arabische cijfers 1 tot 15. (II./KG 26 was de tweede Gruppe van Kampfgeschwader 26, 5./KG 26 was de tweede Staffel van II./KG 26). Bovendien beschikte elke Geschwader nog over een Geschwader Stab. Een Staffel kon uit 10 tot 16 toestellen bestaan die gevormd werden uit drie of vier Kettes.De sterkte van een Geschwader varieerde tussen 110 en 150 toestellen.
De taktische codes van het Geschwader op de toestellen werden gevormd door een combinatie van ofwel een letter/cijfer of cijfer/letter die voor het balkenkruis was aangebracht. Achter het balkenkruis was er een combinatie die uit twee letters bestond aangebracht. Deze identificeerde de Staffel en het toestel zelf in deze Staffel. Daarbij speelde de kleur van de eerste letter (toestel in de Staffel) ook een rol. Ofwel was deze letter aangebracht in de Staffelkleur of was het een zwarte letter omrand met de Staffelkleur. De Staffelcode was in zwarte letter aangebracht. 1H + DN was het toestel D van 5./KG 26 - toestel rode D van 2.Staffel van II. Gruppe van KG 26. De Stab van het Geschwader of van de Gruppe droeg gewoonlijk een lichtgroene kenletter. De kleurencodes waren :
GruppeStaffelStaffelcodekleur vliegtuigcode
I1Hwit
2Krood
3Lgeel
II4Mwit
5Nrood
6Pgeel
III7Rwit
8Srood
9Tgeel
IV10Uwit
11Vrood
12Wgeel
V13Xwit
14Yrood
15Zgeel
De letters I-J-O-G werden niet gebruikt om verwarring te voorkomen.
Na 1943 werden veel van de Geschwadercodes nog maar in het klein aangebracht of volledig weggelaten
Bronnen
Aircraft Profile nr. 29 - The Junkers Ju 88 A-series
Podzun-Pallas-Verlag, Band 48 Das Arbeitspferd Der Luftwaffe Ju 88
Squadron/Signal Band 15 Junkers Ju 88
Squadron Signal Band 85 - Junkers Ju 88 in action
Squadron Signal Band 113 - Junkers Ju 88 in action
Das waren die deutschen Kampfflieger-Asse 1939-1945, Motorbuch-Verlag Stuttgart
Aerodata International No.9 - Junkers Ju 88 A
Aero Detail nr.20 - Junkers Ju 88
Luftwaffe im focus 2-2003, 3-2003, 4-2004
Luftwaffe at war nr.15 - German Bombers over Russia
Foto's :
US Air Force Archiv - Helmut Roosenboom Archiv - Bundesarchiv Koblenz - Bibliotheek f. Zeitgeschichte
Uwe Feist Archiv - Squadron/Signal Archiv - US Official - James V. Crow - Stein Archiv
Podzun Archiv - Mr. Aders, Bonn - Mr. Petrick, Berlijn - Mr. Zucker, Ottobrun

Top
TOP

Go to...   Junkers Ju 88 A

Go to...   Junkers Ju 88 A Foto's (1)

Go to...   Junkers Ju 88 A Foto's (2)

Go to...   Junkers Ju 88 A Foto's (3)

Go to...   Junkers Ju 88 A Foto's (4)

Go to...   Junkers Ju 88 A Foto's (5)

Go to...  Junkers Ju 88 A Camouflage(1)

Go to...  Junkers Ju 88 A Camouflage (2)

Go to...  Junkers Ju 88 A Tekeningen

Back to Luftwaffe  ---- Update okt 2006 Go to RAF  ----  Update 13 jan 2003 Go to USAAF ---  Update apr 2002


Valid HTML 4.0 Transitional

Informatie

email

Gastenboek

http://www.luchtoorlog.be