Back to...

 

Junkers
Ju 87 D
S T U K A

 

Ju 87 D-3
Mooi zicht op het tanken van een Ju 87 D-3 tijdens de nacht. Grondpersoneel is ondertussen bezig met het ophangen van een bom onder de romp. Hier ziet men ook duidelijk de duikrem, de luchtinlaat en de propeller van de sirene op de bekleding van de wielpoot aan stuurboord. (Foto: DR)

Inhoud

gotop   Inleiding

Vanaf het ogenblik dat de beginresultaten van de Poolse campagne in september 1939 werden geëvalueerd werd het duidelijk dat de Ju 87 B niet in staat was de hem toegewezen taken onder gevechtsomstandigheden naar behoren, uit te voeren. Op dit ogenblik was de Ju 87 B het standaardwapen van de Stuka-eenheden van de Luftwaffe en kon 500 kg aan bommen over een afstand van 600 km meevoeren. De machine had een 1.100 pk motor. Men was het er over eens dat het volledige toestel aërodynamisch moest worden 'opgepoetst' en van een nieuwe motor worden voorzien zodat hij een zwaardere bommenlast kon meevoeren. Met deze zwaardere bommen moest het dan mogelijk zijn om wapenopslagplaatsen te vernielen, door te dringen in ondergrondse commandobunkers en de dik gepantserde dekken van oorlogsbodems te doorboren.
          Als de Poolse jachteenheden er in slaagden om doorheen de jagerescortes van de Stuka-formaties te dringen dan hadden de twee MG 17 en de MG 15 van de Ju 87 B, zelfs al werden deze bediend door uitstekende schutters, weinig waarde. Het bestoken van cavalerie-eenheden vanuit de hoogte was één zaak, het doordringen van sterk geconcentreerd en goed gericht afweervuur - en zo hadden de Polen er een behoorlijk aantal - was een andere zaak. Bij zulke gelegenheden was het duidelijk geworden dat de Ju 87 B zwaar onderbewapend was en dat de bemanningen daardoor aan hoge risico's werden blootgesteld.
          Als gevolg daarvan werkte Generalluftzeugmeister Ernst Udet, die reeds in het begin van de jaren dertig grote interesse had getoond voor het fenomeen 'duikbommenwerper', samen met het Technisches Amt van het Reichsluftfahrtministerium aan de ontwikkeling van de Ju 87 D.

gotop   De eerste Dora's

Alhoewel de lopende productie van de B en R serie geconcentreerd was in Berlijn-Tempelhof bij de vliegtuigfabriek Weser Flugzeugbau GmbH werd er besloten dat de Junkers Flugzeugbau und Motorenwerke de eerste Dora's zouden bouwen. In de herfst van 1940 had men te kampen met ernstige moeilijkheden met de Jumo 211 E motor die was voorzien om gebruikt te worden met de nieuwe variant van de Junkers duikbommenwerper. Deze problemen waren zo ernstig dat het eerste prototype van de D-serie, Ju 87 V-21, dat normaal in december had moeten vliegen, zonder motor in de experimentele werkplaats van Junkers in Dessau stond. December kwam en ging en de V-21 werd gevolgd door de V-22 en V-23. De drie Versuchsflugzeuge stonden nu te wachten op de Jumo 211 J die ondertussen als vervanger van de 211 F was voorzien.
          De Jumo 211 J was een 1.400 pk 12 cilinder vloeistofgekoelde motor die gekenmerkt werd door een perslucht-koelsysteem, voorzien voor de F-serie, en uitgerust was met een stroomversterker, een injectiepomp en een versterkte krukas. Tegen februari 1941 waren er een klein aantal experimentele 211 J's klaar die werden ingevlogen met de V-21 en V-22. Vertraagde motorleveringen vertraagden ook de eerste vlucht van de V-23 tot in april en toen was ook reeds de V-24 beschikbaar. Het laatste van de vijf prototypes, de V-25, voerde reeds testen uit voor de inzet in tropische streken.
          Op 6 juni 1941 waren er 1.037 D-1 toestellen in bestelling bij Weser, allen te bouwen in de fabriek van Bremen-Lemwerder. De eerste twee leveringen waren vastgesteld voor de volgende maand, waarna er een topproductie van 70 toestellen per maand moest worden bereikt tegen januari 1942. De totale productie moest afgewerkt zijn tegen december van hetzelfde jaar. Tijdens deze laatste maand moesten er nog 42 toestellen afgeleverd worden.
Ju 87 D-1 T6+AA Wnr.2584
Major Paul Werner Hozzel, Kommodore van St.G 2 op weg naar het doel met zijn Ju 87 D-1
T6+AA Wnr.2584. Let op de sirene op de bekleding van de wielpoot aan bakboord.
(foto : ECPAD)
          Dat de Ju 87 B een verouderd vliegtuig was was al vlug duidelijk geworden en dat de Dora slechts een 'gatvulling' kon zijn totdat er een nieuw type kon worden ingezet was eveneens duidelijk. Daarom moest er een verderontwikkeling worden ingezet die zou leiden naar een zwaar bewapende versie met een intrekbaar landingsgestel en uitgerust met een Jumo 213 A motor van 1.700 pk. Dit moest dan resulteren in de Junkers Ju 87 F.
          Tegen het eind van 1941 vonden er een paar ongelukken plaats in de ontwikkeling. In oktober had een Dora (BK+EN) een mankement in zijn landingsgestel en zakte door zijn poten waarbij een bemanningslid de dood vond. De volgende maand had een andere Dora (BK+ES) motorproblemen, ging neer en sloeg over de kop waarbij ook hier een bemanningslid werd gedood en de andere gewond. Op 5 januari 1942 vonden drie jonge piloten de dood toen ze met hun D-1 van I./St.G 2 bij Elbing in de grond vlogen door slechte weersomstandigheden. Nog een vierde Stuka werd zwaar beschadigd waarbij de piloot zwaar gewond werd. Geen gunstige inleiding dus voor de operationele carrière van deze nieuwe variant. Dit droeg eveneens niet bij tot het schenken van vertrouwen aan de piloten die met deze toestellen operationele actie zouden moeten uitvoeren.
          In de derde week van januari 1942 vloog I./St.G 2, uitgerust met de D-1 ondersteuningsvluchten voor de troepen die in een hopeloze strijd waren verwikkeld met een Russische stoottroep die Staraya Russa aanviel om de greep van de As-troepen rond Leningrad te doorbreken. Tegen midden februari opereerde 7./St.G 1 in deze zelfde sector van Luftflotte 1 waar ze met hun D-1's een Russische voorstoot trachtten te stoppen die een gat van 160 km in de Duitse verdedigingslinie had geslagen, waarbij twee Legerkorpsen werden ingesloten. Op 12 februari werd Hptm Bruno Dilley, Kommandeur van I./St.G 2 - een bekend Stuka-piloot die 3./St.G 1 had aangevoerd tegen de Dirschau-brug op de eerste dag van de oorlog - neergeschoten door Russische luchtafweer boven Staraya Russa. Hij werd als vermist opgegeven maar kon gevangenschap voorkomen en keerde enkele dagen later bij zijn eenheid terug. Op 4 juni werd hem het Ritterkreuz verleend en hij eindigde de oorlog als Oberstleutnant met het Eichenlaub zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes.
          Op 16 maart werd de Staffelkapitän van 7/St.G 1, Oberleutnant Immo Fritsch, gewond door een luchtafweergranaat maar kon toch zijn toestel naar zijn basis terug brengen. Op dezelfde dag stortte Oberleutnant Friedrich Plätze, Staffelkapitän van 2./St.G 2 neer en vond de dood. Later werd hem postuum het Ritterkreuz verleend. I./St.G 77 werd nu eveneens met de Ju 87 D-1 uitgerust. 3./St.G 77 ging midden maart naar Böblingen (zuid-westelijk van Stuttgart).

gotop   Problemen

Vanaf de lente van 1942 werden er grotere aantallen Ju 87 D's in de noordelijke sector van het Oostfront in dienst gesteld. Zoals met elk nieuw type kwamen er enkele kinderziektes te voorschijn. Deze werden aan de Erprobungsstelle Rechlin gemeld die ze onderzocht en maatregelen trof. De Ergänzungsstaffel testte tijdelijk de Ju 87 D-1's in Schweinfurt. De bombardementsresultaten van de leerlingen werden vergeleken met vroeger behaalde resultaten met de B- en R-series. Men ondervond dat bij een duikvlucht met een grote bommenlast door de hoge snelheid er onaanvaardbaar sterke elevatorkrachten optraden die een precisie-bombardement bemoeilijkten. Als de 1.000 kg PC 1000 werd gedropt vanuit een steile duikvlucht met het gebruik van het ETC 1000 waren er een groot aantal bommen die niet tot ontploffing kwamen.
Ju 87 V1
Ju 87 D-1 van Hauptmann Gustav Preßler, Kommandeur van III./St.G 2 van oktober 1941
tot maart 1943. De letter 'D' op de romp is in het groen geschilderd. De Stuka eenheden
gebruikten gewoonlijk de kleur van de Gruppe om het vierde karakter in de alfanumerieke
code aan te brengen.(foto : ECPAD)
          De voortdurend slechte weersomstandigheden boven Noord-Rusland waaronder de Stuka-formaties hun ervaringen opdeden zetten de Ju 87 onder zware druk en het viel ook niet te verwonderen dat de piloten en het grondpersoneel daar onder leden. De hevige koude, samen met motortrillingen waren de oorzaak van veel breuken en barsten in de bladen van de verstelbare drieblad-propellers. Deze werden daarom vervangen door metalen Junkers VS 11 propellers. Ook de startbatterijen zorgden voortdurend voor problemen bij de lage temperaturen. Er werden voortdurend haperingen vastgesteld aan het injectiesysteem door ijsvorming die plaats vond tijdens het tanken. Bij temperaturen van -30° waren gebarsten olieradiatoren een algemeen verschijnsel bij alle types van de Luftwaffe toestellen. Er werden bij elke Gruppe veertien verwarmingstenten gebruikt om deze verschijnselen zoveel mogelijk te beperken.
          Bij het begin van de dooi moesten de frontkleppen van de radiators gesloten blijven tijdens het taxiën op de doorweekte vliegvelden. Daarom werden er ongeveer 600 toestellen die tegen mei klaar waren uitgerust geworden met gemodificeerd radiatorkleppen. Omdat er zich ook regelmatig breuken voordeden bij de pitotbuizen werden ook deze versterkt. Eens in de lucht klaagden veel Dora-piloten over de bekrompen ruimte van de cockpit en de ongemakkelijke positie van hun benen. Ook de schutter achter de piloot vond dat zijn positie te smal en oncomfortabel was. Bij uitwijkingsmanoeuvres sloegen de munitietrommels tegen de zijramen waardoor de verankeringen van de wapens soms los kwamen met het gevaar de schutter verwondingen toe te brengen.
          Herhaalde breuken met het landingsgestel - meestal te wijten aan het landen op oneffen terreinen of harde bodem - was één van de grote fouten van de Dora. Onderzoek wees uit dat de oorzaak te wijten was aan een fout bij de wielmontage (had landingsgestel was eender aan dat van de B-serie, maar de Dora was aanzienlijk zwaarder) waardoor de poten doorbogen. Gescheurde of lekke banden waren eveneens een veel voorkomend euvel waardoor ook de velgen beschadigd werden. Om dit alles op te lossen werd de Dora voorzien van een volledig vernieuwd landingsgestel dat echter de voorziene draagkracht van 5.900 kg terugbracht naar 5.100 kg. Aangezien ook het staartwiel zijn gebreken had bij het maken van korte bochten op de start- en landingspistes werd ook dit versterkt.

gotop   Inzet in Noord-Afrika en Rusland

In maart 1942 kwam III./St.G 3 in Sicilië aan. De Gruppe Stab, 7. en 8./St.G hadden hun basis op San Pancrazio, 9.St.G 3 werd gedetacheerd te San Piero. De drie Staffeln vlogen op de D-1. Op 1 april werd de Gruppe ingezet tegen Malta en voerde in de loop van de maand verschillende aanvallen uit.
Ju 87 R
Voor tactische opdrachten had de Ju 87 maar een geringe indringdiepte, die naar gelang de
bommenlast bij de meeste modellen maar tussen de 300 tot 400 km lag. Deze korte reikwijdte
maakte zich vooral in het Middellands Zeegebied negatief bemerkbaar. Dit gebrek werd
tenslotte opgelost door de B-versie uit te rusten met bijkomende brandstoftanks die onder
de vleugels konden meegevoerd worden. De zo uitgeruste Stuka's kregen de benaming
Ju 87 R (Reichweite) en behoorden tot één van de laatse bouwreeksen.
De verliezen die door de RAF verdedigers werden toegebracht waren hoog, de laatste aanval vond plaats op 10 mei waarbij minstens vier Dora's werden neergehaald. Tegen het midden van de maand mei stak het Geschwader de Middellandse Zee over naar Noord-Afrika, tegen 20 juni bevond de volledige Geschwader zich te Bir el Hania. Ondertussen had ook de tweede Gruppe de D-1 in ontvangst genomen, de eerste Gruppe opereerde nog steeds met een mengeling van Ju 87 R's en Ju 87 R/Trop. De Dora's die naar het Middellands Zeegebied werden overgebracht waren standaardmodellen en moesten dus ter plaatse nog uitgerust worden met zandfilters en speciale overlevingspaketten voor de woestijn. Het gebeurde evenwel dat nieuw aangekomen toestellen tijdens de koelere periode of bij kritieke toestand zonder deze speciale uitrusting werden ingezet.
          In mei 1942 werd de gevechtskracht van Luftflotte 1 versterkt door de levering van de eerste D-3's aan 4. en 9/St.G 2. De D-3 had aanpassingen aan het silhouet ondergaan, zoals een nieuw ontworpen cockpitdak, kleinere bekleding van het landingsgestel en een vergrote staartvin. Terwijl de D-1 zuiver als duikbommenwerper werd ingezet moest de D-3 ook als lage-hoogte bommenwerper optreden en was daarom rond de motor voorzien van een grotere pantsering en bijkomende pantserplaten voor de luchtinlaten en de olieradiator. De aërodynamische sirene was beschermd door een aanpassing van de bekleding van het landingsgestel.
          Vanaf 26 mei tot 10 juni hield het kleine Franse fort Bir Hacheim - diep in de Libische woestijn - stand tegen een gecombineerde Duitse en Italiaanse strijdmacht die voortdurend Stuka's en pantserwagens inzette en tussendoor beschietingen met zware artillerie uitvoerde. Dit was de start van het begin van het zomeroffensief van Rommel, het moest de defensieve linies van Bir Hacheim tot Gazala doorbreken om de Commonwealth strijdkrachten uiteindelijk tot in Egypte terug te drijven De zwaarste verliezen bij Bir Hacheim werden geleden door II./St.G 3 In de ochtend van 29 mei stootten Curtiss Kittyhawks van het no 450 RAAF Sqdn te samen met Ju 87 D's van 4./St.G 3 boven Gazala en schoten Hptm Drescher (Staffelkapitän) neer die een noodlanding kon uitvoeren. Na zijn gevangenname slaagde Drescher erin om te ontsnappen en na enkele dagen onderweg te zijn geweest kon hij naar de eigen linies terugkeren. Tegen 31 mei was de 4. Staffel, nadat hij sterk was gereduceerd door de Desert Air Force, terug opgeknapt te San Pancrazio. III./St.G 3 lag te Berca.
          Tegen juni 1942 had men op de montagebanden een productie gehaald van 150 toestellen per maand. Rond dit tijdstip moesten er 18 Stuka-Gruppen, met in totaal 720 machines, beschikbaar zijn. Dit aantal was nodig om een voldoende aantal vliegtuigen te hebben voor het uitvoeren van de Duitse offensieven in het Oosten en het Middellandse Zeegebied. Rapporten die het OKL bereikten van het front toonden echter aan dat de verliescijfers iets hoger lagen dan het productiecijfer en de beslissing werd genomen om de productie op te drijven tot 165 vliegtuigen per maand. Er werd eveneens beslist dat de toekomstige Stuka's moesten uitgerust zijn met de Jumo 213 motoren. Ook de ontwikkeling van de 8-187, die het antwoord moest zijn op de Russische Ilyushin Il-2 Sturmovik, werd terug naar voor gebracht. Maar opnieuw werd dit ontwerp verworpen en werd een nieuw project voor een lichtere Stuka weer in aanmerking genomen. Ofschoon er over dit nieuwe project niet veel is gezeten, weet men toch dat dit toestel tegen 1944 moest liegen en indien het succesvol bleek te zijn moest er tegen maart 1945 een productieversie klaar zijn waarvoor tegen januari een productie van 150 toestellen per maand moest worden gehaald.
Ju 87 V1
De Junkers Ju 87 D van St. G 2 onder bevel van Rudel tijdens de zomer van 1942.
De bommen zijn voorzien van een 'Dienartstab'.
De code Tl van de eenheid stond in kleine karakters op de witte rompbalk.(Foto: DR)
          Volgend op de succesvolle verovering van de Krim in mei-juni 1942 stootte de Wehrmacht meedogenloos door naar Stalingrad, ondersteund door Hongaarse, Roemeense en Italiaanse eenheden. Bij het naderen van Stalingrad werd de Russische tegenstand steeds feller. In Juli werden er verschillende Stuka-piloten gedood of verminkt. Op 13 juli 1942 vloog Unteroffizier Rainer Nossak een D-3 van 5./St.G 2. Men had hem zien neergaan met een dikke rookpluim achter zich nadat hij was getroffen door een Russische jager. Opgegeven als vermist slaagde hij er vijf dagen later in om terug te keren naar de eigen linies. Op 19 juli stortte Hauptmann Schaire, Staffelkapitän van 7.St.G 1 dodelijk neer nadat zijn D-1 was getroffen door vijandelijk vuur boven Tuleblya. Op 20 juli werd Leutnant Alfred Schmalz, RK, van II./St.G 2 zwaar gewond in zijn D-1 door grondvuur en stortte neer in de nabijheid van Tarinskaya. Oberleutnant Ernst Fick van 6./St.G 2 werd op 27 juli door luchtafweer neergehaald bij Beresov. Hij kreeg het RK op 19 september.
          Op 1 september 1942 waren er niet minder dan 4.032 Ju 87 D's in bestelling. Alle, met uitzondering van een contract voor 529 D-1's, werden gebouwd. Er werd beslist dat de volgende Stuka-versie, Ju 87 D-3, toen in productie, 1.349 toestellen zou omvatten waarvan er 597 bij Bremen-Lemswerder moesten worden gebouwd en 725 in Berlijn-Tempelhof. Er werd ook een beslissing genomen over de verdere ontwikkeling. Er moest begonnen worden met de bouw van 1.178 Ju 87 D-5's. Deze moesten een vergrote buitenvleugelsectie hebben die het mogelijk moest maken en nieuw landingsgestel te monteren en in de vleugel een MG 151/20 kanon onder te brengen. Vervolgens moesten er 913 Ju 87 D-6's gebouwd worden. Ook deze toestellen moesten door de twee Weser fabrieken worden gebouwd.
          De eerste zware luchtaanval op Stalingrad werd gelanceerd op 3 september en viel samen met een zware infanterie-aanval. In het gros van de luchtstrijdkrachten waren er elementen van de Stuka Geschwadern 1, 2 en 77 en Schlachtgeschwader 1. Dit laatste opereerde met verschillende types vliegtuigen, van de Hs 123 B tot de Me 109 E-7. Ook de Hs 129 was vertegenwoordigd. De ganse stad was bedekt met luchtverkenners Hun vergrote foto's werden gebruikt bij de briefings van de Stuka-bemanningen daar er een zeer accurate identificatie van doelen nodig was. Er moest vermeden worden dat eigen troepen het slachtoffer werden van de Stuka-aanvallen De piloten mochten hun bommen enkel droppen als ze zeker waren van hun doel. Er was een zeer nauwe samenwerking tussen de Luftwaffe en de Wehrmacht georganiseerd. Het VIII Fliegerkorps (speerpunt van de luchtaanval onder bevel van General-Leutnant Martin Fiebig) had een vooruit geschoven HQ in de door de Duitsers bezette westelijke delen van de stad. Onmiddellijk daar aan aanpalend bevonden er zich een Wehrmacht-observatiepost en een radiocentrale. Van hieruit werden de berichten naar de aanvallende Stuka's gezonden om het netwerk van Russische weerstandsnesten door te geven. Op deze manier waren de posities van de voortdurend vurende Russische artilleriestellingen op de andere zijde van de Wolga snel bepaald en uitgeschakeld. De gevechten die plaats vonden konden tot de hevigste en bloedigste gerekend worden die ooit aan het Oostfront waren uitgevochten. De doden en gewonden onder de Stuka-bemanningen stegen voortdurend. Op 25 september vloog Unteroffizier Heinz Edhofer van 5./St.G 2 met zijn D-3 (2466 - TL+GN) in de omgeving van Lesmova, ongeveer 40 km nnw van Stalingrad toen hij met zijn formatie werd aangevallen door een 30-tal jagers, waaronder een aantal Mig 3's. Alhoewel hij tijdens het daarop volgend gevecht zwaar werd gewond steeg hij later terug op voor een nieuwe aanval en kreeg in november het RK. Hauptmann Matzin Möbus, reeds gewond op 25 juli door een jager, werd opnieuw getroffen en gewond in zijn D-3 op 10 oktober door luchtafweer. Twee dagen later werd de RK-drager en Kommodore van St.G 77, Major Alfons Orthofer verrast door een Russische luchtaanval tegen zijn basis te Beloretschenskaya (Zwarte Zee) toen hij zich met zijn toestel nog aan de grond bevond en vond daarbij de dood. De Staffelkapitän van 9./St.G 1, Hauptmann Heinz Fischer, viel op 26 oktober in zijn D-1, waarschijnlijk werd hij getroffen door bevriend vuur in de omgeving van Strelitzy.
          Nu terug naar het Middellands Zeegebied. Hier had de heen en weer gaande campagne een schaakmat bereikt nadat het DAK bij de Slag om Alam el Halfa gestopt werd bij zijn opmars naar Egypte. Om 21.40 hr in de nacht van 6 oktober 1942 was de bekende Slag om El Alamein gelanceerd. Tegen 3 november vluchtten de Duitsers en Italianen langs de Noord-Afrikaanse kust. De Ju 87's hadden slechts een klein aandeel in de gevechten, er waren slechts 72 duikbommenwerpers beschikbaar op het moment van de Britse tegenaanval. Op de avond van 26 oktober werd Hauptmann Kurt Walter, Kommandeur van III./St.G 3, terwijl hij een aantal Stuka's leidde op de terugweg naar hun basis bij Haggag el Qasaba opgemerkt door het no 213 RAF Sqdn. Zijn D-1/Trop werd aangevallen door een Hurricane en getroffen. Walter en zijn rugschutter sprongen, maar Walters valscherm opende zich niet en hij stortte te pletter. In mei 1943 kreeg hij postuum het Ritterkreuz. Het moreel van het Geschwader bevond zich onder het nulpunt. Het bewijs daarvan werd geleverd op 28 oktober toen verschillende Stuka's in een poging om aan de vijandelijke jagers die hen hadden onderschept te ontkomen daarbij hun bommen op eigen troepen gooiden.
Ju 87 D-1/Trop
Twee Ju 87 D-1/Trop. De eenheidscode is hier niet zichtbaar, maar in mei 1942, tijdens
het succesrijke offensief van Rommel tegen Tobroek werden soortgelijke toestellen
ingezet met Stab en I./StG 3.
Op 9 november had zich een deel van II./St.G 3 teruggetrokken naar Tunis, maar zelfs hier konden ze niet ontsnappen aan de aandacht van de RAF. De III. Gruppe bevond zich eveneens in een slechte positie daar ze een deel van haar beschadigde D-1 en D-3's had moeten achterlaten te Gambut, Martuba, Arco Phileanorum en andere vliegvelden langs heen de kust. Het zwaarst van al werd de II. Gruppe getroffen die op Djedeida was aangekomen. Op 25 november doorbraken Britse tanks de Duitse verdediging en stootten door naar het vliegveld waar ze tenminste 11 D-3/Trops vernielden of zwaar beschadigden. Een aantal van de Dora's slaagden erin om door het Britse vuur te ontsnappen. Sommigen gingen naar Tunis, één of twee hadden er koers gezet naar Trapani op Sicilië met minstens vier man aan boord. Tijdens deze periode verloor de II. Gruppe twee Staffelkapitäne: Oberleutnant Hans Eichleiter werd vermist op 14 november en Major Hans Einwächter en zijn rugschutter werden neergehaald en stierven op 2 december tijdens een gevecht met jagers.
          Het onverwachte geallieerde offensief in Afrika had een grote invloed op de belegering van Stalingrad toen opeens meer dan 400 vliegtuigen van het Oostfront werden ingeschakeld om te helpen het hoofd te bieden aan het keren van het tij in het Midden-Oosten. Als op 19 november het Russische tegenoffensief losbarstte om te trachten de belegerde stad te ontzetten herhaalde ook hier zich het overhaaste evacueren van vliegvelden zoals in Noord-Afrika. Eens te meer waren het de verst vooruit gelegen Stuka-eenheden die het zwaarst werden getroffen, voornamelijk deze gelegen tussen de Don en de Csir. Stuka-Geschwader 2 te Kalatsch (aan de oostelijke oever van de Don) werd betrokken in een in twee fases uitgevoerde aanval waarbij het zware verliezen leed aan zowel vliegtuigen, bemanningen en grondpersoneel. Toen de Ju 87's die waren kunnen ontsnappen op 27 november terug verzameld hadden te Morozovskaya was het 'Immelmann'-Geschwader gekrompen tot de gevechtssterkte van één enkele Gruppe. Hauptmann Joachim Langbehn, Staffelkapitän van 5./St.G 2, viel daarbij en kreeg in mei 1943 het Ritterkreuz.
          Bij de jaarwisseling kregen de Ergänzungstaffeln eveneens de Dora ter beschikking om hun oudere toestellen te vervangen die werden gebruikt voor de opleiding. Erg.Sta/St.G 1, toen met basis te Nantes in Frankrijk en uitgerust met een klein aantal operationele Ju 87 B-2's en Ju 87 R-2's kreeg eveneens de D-1 zoals de andere Staffel van St.G 2 te Mariopol in Rusland. In januari 1943 werd II./St.G 3 op kleine schaal ingezet voor het slepen van de transportzweefvliegtuigen DFS 230. De training voor deze taak werd gegeven door de Flugleitstelle OBS in Bari, Zuid-Italië. De standaard D-3/Trop werd voor deze taak van een sleepinstallatie voorzien.

gotop   Panzerknäckers

In de winter van 1942-43, toen de As-strijdkrachten zich voortdurend terugtrokken naar Tripoli en de Luftwaffe werd gedecimeerd in een poging om Stalingrad door de lucht te bevoorraden, nam het Oberkommando der Luftwaffe verschillende manieren in overweging om de luchtsuperioriteit van de geallieerden in zijn eigen voordeel te doen kantelen. Niet alleen was het OKL tekort geschoten omtrent de inzet van zijn jagers en bommenwerpers maar ze waren bovendien niet in staat de strijd aan te gaan met het grote aantal tanks die, vooral aan het Oostfront, werden ingezet. Nog waren ze in staat om de'vlooiebeetaanvallen' van de traag vliegende Polikarpov U-2 tweedekkers op te vangen bij hun nachtelijke stooracties tegen de door de Duitsers bezette vliegvelden, voorraaddepots en verbindingen. Deze oude toestellen werden eveneens gebruikt om de zeer actieve partisanenbendes achter de Duitse linies te versterken, soms door het droppen van personeel in vrije val op lage hoogte in de sneeuw.
          Het probleem met de Polikarpov 'naaimachines' werd gedeeltelijk opgelost door het kopiëren van de Russische methodes. Verschillende verouderde trainings- en verbindingsvliegtuigen zoals de Ar 66, Go 145, He 46 en 50, werden ingezet voor het vormen van 'Störkampfstaffeln' (stooreenheden). Ook het probleem van het aanvoeren van agenten en manschappen werd aangepakt en werd doorgegeven aan Forsungsanstalt Graf Zeppelin, een onderzoekscentrum in Stuttgart-Ruit, waar testen werden uitgevoerd met een Ju 87 D-3 die werd uitgerust met afwerpbare op de vleugels gemonteerde containers voor het vervoer van personen.
          Een veel ernstiger project was het vernietigen van vijandelijke tanks, en dan vooral de Russische, vanuit de lucht. Juist voor het begin van de Duitse inval in Rusland was het duidelijk geworden dat er meer effectieve bommen tegen gepantserde doelen moesten ontworpen worden dan deze die ter beschikking stonden.
Ju 87 G
Door de montage van wapengondels zag de Ju 87 er nog krachtiger en robuuster uit.
Bij de wapengondels handelde het zich om echte uitrustingspaketten, met een paar
handgrepen kon de tankjager in een duikbommenwerper omgebouwd worden.
          Daarop inspelend werd in december 1942 een Ju 87 D-1 (Wnr 2552) uitgerust met een paar onhandig te hanteren 37 mm FlaK 18 kanonnen. Deze werden onder de vleugels buiten het landingsgestel opgehangen en getest in de E-Stelle Rechlin. Bij lucht-grondaanvallen tegen gepantserde doelen, uitgevoerd door verschillende Schlacht- en Stukapiloten, werd het duidelijk dat ondanks de verminderde vliegcapaciteiten en de besturingskarakteristieken de Ju 87 G Gustav goede kwaliteiten bezat. Dat de Flak 18 een goed anti-tankwapens was, was te verwachten. Het geheim van zijn succes lag in zijn uitstekende ballistische karakteristieken van de 1,3 kg granaten, gekoppeld met de doorboringskracht van de met wolfraam omgeven explosieven, een combinatie waartegen enkel de zwaarst gepantserde tanks weerstand boden.
          In februari 1943 was aan Oberstleutnant Otto Weiss, een expert in grondaanvallen, het bevel gegeven over een bonte collectie testwapens en naar het Oostfront gestuurd om ervaringen uit de eerste hand op te doen met types als de Ju 88 P, Hs 129 B-2/R4 en de G-2/R1, R2 en R4 varianten van de Me 110. Al deze toestellen hadden één gemeenschappelijk gebrek - allen waren bewapend met één of meer Bordkanone BK 3,7 cm, zoals de FlaK 18 bij de Luftwaffe heette, - er was namelijk geen gemeenschappelijke manier omtrent de onderbrenging, de verschillende combinaties en de voeding. Het 'Versuchsverband für Panzerbekämpfung' van Weiss stond onder algemeen bevel van het Luftwaffenkommando Ost te Bryansk. Te midden van de piloten die aan Weiss waren toegedeeld waren er mannen zoals Hauptmann Hans-Karl Stepp en Hauptmann Hans-Ulrich Rudel die reeds in Rechlin met de G-1 hadden gevlogen.
          De eerste operationele vlucht vond plaats op 18 maart, een dag van grote activiteiten waarbij de Luftwaffe-eenheid 116 vijandelijke tanks in lucht-grondaanvallen uitschakelde. In april werden er nog verscheidene gelijkaardige aanvallen uitgevoerd. Maar dan werd het grootste deel van het Versuchsverband naar de Krim overgeplaatst waar ze onder bevel van Rudel, ondanks verliezen, een reputatie wisten op te bouwen door hun nauwkeurig vuren en daarmee de aandacht van het OKL op zich trokken.
          Ondertussen, in februari 1943, hadden de As-troepen zich in Noord-Afrika teruggetrokken naar Tunesië met de bedoeling de natuurlijke verdedigingslinie van de Mareth-linie te houden. De weinig vermelde inspanningen van de Stuka- en Schlachtgeschwadern in februari dienen echter vermeld te worden wegens hun moed en door de verdiensten van het grondpersoneel dat een hoog aantal toestellen operationeel kon houden ondanks de tegenslagen. In de nacht van 20 maart bestormde het Britse 8ste Leger de Mareth-linie. Op 26 maart was de slag gewonnen en de race naar Tunis begon. Hopeloze aanvallen om het tij nog te doen keren, uitgevoerd door II. en III./St.G 3 en de Fw 190's van III./SKG 10 - Schnellkampfgeschwader - baatten niet. De Ju 87 Staffeln werden nagenoeg gedecimeerd bij deze aanvallen. De overblijvenden werden teruggetrokken naar Sicilië en kort nadien overgeplaatst naar Griekenland. Dit was het einde van de Stuka in Noord-Afrika; Zijn verhaal werd voortgezet aan het Oostfront.

gotop   Koersk

In maart 1943 werd St.G 3 heruitgerust met de D-3 Het was een bittere grap voor de eenheden in Noorwegen en Finland dat ze deze toestellen pas ontvingen nadat hun gebreken op andere strijdtonelen waren tevoorschijn gekomen. Alle eenheden in het Hoge Noorden vlogen op verouderde toestellen, enkel I/St.G 5 was met de Ju 87 R-2 en R-4 echt operationeel.
          Op 2 juni 1943 vond er een massa-aanval met Stuka's plaats op het station en rangeerterrein van Koersk, ingezet door Ritterkreuzträger Major Friedrich Lang, Kommandeur van III./St.G 1. Toen de eerste Stuka's zich klaar maakten om hun duikvlucht in te zetten klonken de eerste alarmsignalen op het Russische vliegveld. De eerste Russische jagers kwamen van de grond los als de Stuka's in duikvlucht overgingen en de Stuka's trokken al terug op uit hun duikvlucht toen de jagers in hun buurt kwamen. Eén van de aanvallers werd neergeschoten zonder dat III./St.G 1 verliezen had geleden. Op dezelfde dag boven Charkov was St.G 77 minder gelukkig. Van 5./St.G 77 werd er een Stuka door jagers neergehaald, vier anderen van 6./St.G 77 ontbraken bij de terugkeer. Hauptmann Horst Schiller, eveneens op een D-3, werd door de luchtafweer neergehaald en als vermist gemeld. Hem werd in juni 1944 het Ritterkreuz toegekend.
          Op 5 juli werd 'Operation Zitadelle' gelanceerd. In de grote bocht in het Russische front - de Koersk salient - zou de grootste tankslag van de geschiedenis plaats vinden en zou de vernietiging van sommigen van de best gemotoriseerde eenheden van de Wehrmacht en Waffen SS tot gevolg hebben. Men zag ook voor de eerste keer de inzet op grote schaal van grondaanvalsvliegtuigen die gericht waren tegen golven van pantservoertuigen. Het betekende eveneens de zwanenzang van de Ju 87 als gevreesde bommenwerper.
          Speerpunt van deze strijdmacht was het VIII Fliegerkorps dat tezamen met de 1. Fliegerdivision uit 1.830 operationele gevechtsvliegtuigen bestond. De duikbommenwerpers en grondaanvalseenheden omvatten het St.G 1, 2 en 77 met negen Stuka-Gruppen en Schlachtgeschwader 1 met twee FW 190 Gruppen en en een Hs 129 B Gruppe. Vier andere Hs 129 Staffeln werden ingezet voor een speciale anti-tankaanval. De jagerbescherming werd geleverd door JG 3 en JG 52 met een totaal van zes Me 109 Gruppen, terwijl JG 51 en JG 54 met Fw 190's vlogen. KG 1 en KG 3, tezamen met KG 51 leverden vijf Gruppen die op de Ju 88 bommenwerper vlogen en KG 4, KG 27, KG 53 en KG 54 leverden nog eens tezamen tien He 111 Gruppen. Bijkomende Panzerjägerstaffeln (een verderontwikkeling van de succesrijke Weiss-groepering) met speciale anti-tankvliegtuigen werden aan gespecialiseerde jacht- en duikbommenwerpereenheden toegevoegd, voorbeeld daarvan waren de Pz.J.Sta van ZG 1, uitgerust met Me 109 G-2's te Bryansk en de eerste twee operationele Ju 87 G-1 Staffeln (Pz.J.Sta/St.G 1 en Pz.J.Sta./St.G 2).
          Toen de Duitse strijdkrachten oprukten ontdekten hun verplaatsbare radarinstallaties golven van Russische vliegtuigen die hun pantserkolonnes tegemoet vlogen. Elk beschikbaar vliegtuig in het gebied van Charkov en Belgorod werd samengebracht om de Russische toestellen op te vangen. Bij het daaropvolgende treffen werden er ongeveer 120 Russische vliegtuigen neergehaald. Hauptmann Rudel die een Ju 87 G-1 van Pz.J.Sta/St.G 2 vloog, zette niet minder dan 12 tanks op zijn scorelijst. Elke Stuka-eenheid vloog vijf of zes acties. In de vreselijke luchtgevechten van 5 juli werden er nog eens 110 Russische vliegtuigen neergehaald waarbij vergeleken de Duitse verliezen maar 'muggensteken' betekenden. De grondaanvallen tegen de Russische tanks - beschermd door lichte FlaK en rookpotten die moesten doen geloven dat de tanks al geraakt waren - waren tamelijk riskant voor de FW 190's en gevaarlijk voor de Hs 129's. Voor de Stuka's die traag en verouderd waren, bestonden er slechts geringe kansen om er doorheen te komen.
          Op 7 juli stortte Kurt-Albert Pape, Hauptmann en Ritterkreuzdrager, met zijn in vlammen gehulde door de Flak getroffen Stuka in de dood. De volgende dag werd Hauptmann Bernhard Wutka, Ritterkreuzdrager en Staffelkapitän van 9./St.G 2 getroffen door het afweervuur van een tank die hij aanviel, stortte neer en vond eveneens de dood. Op 11 juli viel Hauptmann Rudolf Blumenthal door het vuur van Russische jagers.

gotop   Reorganistatie

Op 13 juli landden de geallieerden op Sicilië. Hitler riep Feldmarschall von Kluge en von Manstein terug naar zijn hoofdkwartier en besliste dat Operation Zitadelle moest worden afgebroken en de aldus vrijgekomen strijdmacht naar het Middellands Zeegebied moest worden overgeplaatst. Dit was gemakkelijker gezegd dan gedaan. In dodelijke gevechten verwikkeld bleven de twee tanklegers doorvechten. De druk van de Russische luchtaanvallen werd met de dag sterker. Op 17 juli werd de 26-jarige Hauptmann Walter Krauss, Kommandeur van III./St.G 2 gedood door fragmentatiebommen afgeworpen door een U-2 tweedekker. Op 21 juli stortte Oberleutnant Willi Hörner, RK, neer en stierf in zijn Ju 87 D-5 (Wnr. 130507). Deze variant was één van de nieuw aangekomen toestellen die juist van de productielijn kwam en onmiddellijk bij het Koersk-offensief in de strijd gegooid werd.
          Samen met de vervanging bij de fronteenheden van de Ju 87 D-3 door de Ju 87 D-5 kregen de eenheden die op andere types vlogen nu de opgepoetste Ju 87 B's. Het II Luftlandegeschwader, voorheen een eenheid voor het droppen van parachutisten en nu aan het Oostfront ingezet voor bijkomende opdrachten, kreeg eveneens Ju 87's ter vervanging van hun Avia B.534 die werd gebruikt voor het slepen van de DFS 230. De Störskampfstaffeln die 's nachts opereerden en nu voor volwaardig door het OKL waren erkend kregen eveneens de Ju 87. 4./Störkampfstaffel Lfl 4 kreeg de Stuka in juli 1943. Zelfs de Verbindungsstaffeln die tot nu toe op de Fi 156 en de lange-afstand Ju 52/3m en de FW 58 Weihe hadden gevlogen begonnen nu ook de ju 87 te gebruiken. Het laatst werden de As-satellieten voorzien van operationele Stuka's die gelijkwaardig waren aan deze van de Luftwaffe. De D-3 werd voor de eerste maal operationeel door de 3de Duikbommenwerpersgroep van de Roemeense Luchtmacht te Bagerowo ingezet tegen eind juli 1943. De volgende maand vloog 102/1 Zuhanóbombázó Század van de Hongaarse Luchtmacht met de Ju 87 D-5 tegen Russische partizanen vanuit Gomel. Op latere data kregen ook de Bulgaarse en Kroatische Luchtmacht hun Dora's.
          Op 19 augustus pleegde Generaloberst Hans Jeschonneck zelfmoord. Eén van de eerste activiteiten van zijn opvolger, Generaloberst Günther Korten, was het aanstellen van nieuwe posten voor Waffengenerale of Luftwaffe-bevelhebbers voor speciale gebieden aan het front. Voorheen was een kleine grondaanvalseenheid een armzalig onderdeel geweest van de Tagjagdflieger, terwijl de Stuka's een onderdeel vormden van de Kampfflieger. Nu kwamen Schlacht- en Stuka-eenheden onder het bevel van een General der Schlachtflieger, Oberst Ernst Kupfer, de 36-jarige vroegere Kommandeur van St.G 2. Op 5 oktober werd het top geheim bevel nr 11125/43 door het OKL uitgegeven dat betrekking had op de nieuwe samenstelling van de Schlachtgeschwader. Twee dagen later moest er volgens een ander bevel een serie Nacht Schlachtgeschwader worden opgericht waartoe ook de Störkampfstaffeln behoorden.
          Alvorens hij kon zien wat de resultaten van zijn vernieuwing waren werd Kupfer gedood, zijn He 111 stortte neer op 6 november. Zijn plaats werd tijdelijk ingenomen door Oberst Hubertus Hitschold, een oude grondaanvalspiloot. Hij kreeg later het Eichenlaub en werd op 33-jarige leeftijd Generalmajor voor zijn excellent werk dat hij met beperkte middelen had weten te verwezenlijken.
          Door de komst van Hitschold werd het buiten dienst stellen van de Ju 87 voor de daginzet versneld. Hun plaats werd ingenomen door de grondaanvalsversie van de uitstekende FW 190. Op 6 juni 1944 als de geallieerden hun invasie in Noord-Frankrijk lanceerden waren er drie van de Schlachtgeschwadern (SG 4, SG 5 en SG 10) volledig met de Fw 190 uitgerust, de overblijvenden (met uitzondering van IV./SG 9, een zuivere Hs 129 eenheid) in hun het stadium van omrusten bevonden. Enkel Rudels me de D-5 uitgeruste III./SG 2 plus de speciale 10 Pz.J.Sta die aan SG1, 2, 3 en 77 was toegedeeld en uitgerust waren met de Flak 18 behielden hun G-1 en G-2's tot het einde van het jaar.
          De Dora was nu een dominerende factor in de nachtelijke grondaanvalsrol, 300 overlevende D-3's en D-5's werden uitgerust met een 1.500 pk Jumo 211 P motor die uitgerust was met vlammendempers die tot aan de vleugelwortels uitliepen. Deze toestellen kregen respectievelijk de benaming D-7 en D8. Het 'heroppoetsen' van de machines gebeurde te Hamburg-Hartburg. Kleine aantallen Ju 87's werden eveneens omgebouwd tot twee-zitterstrainingstoestellen, dit werden dan de H-versies, De H-1, H-3, H-5 en H-7 waren trainingsvarianten van de normale Ju 87 D. Een kleine bijkomende serie de Ju 87 K was voorzien voor de xport.
          De Ju 87 R was rechtstreeks van de Ju 87 D afgeleid. Het enige verschil - afgezien van de kanonnen - bestond daaruit dat bij de Ju 87 G de duikremmen waren verwijderd. Op elk oorlogstoneel waar er gevochten was geworden was de Ju 87 te zien geweest, in de aanvangsfase zelfs zeer superieur. In het westen en in Italië opereerde hij bijna uitsluitend 's nachts. Een uitzondering vond plaats bij de brug van Remagen in maart 1945 toen er zelfmoordopdrachten werden uitgevoerd door Nachtschlachtflieger die waren opgestegen van Lippe. Aan het Oostfront waren Panzerknäcker voor elke Russische tankcommandant en bemanning een dodelijke bedreiging. Steeds zullen ze een potent symbool van de Duitse Luftwaffe voorstellen, samen met de gedachte aan een reusachtige neerduikende huilende vogel die dood en vernieling zaaide waar hij verscheen.

gotop   Specificaties Ju 87 D-1

Afmetingen :spanwijdte 13,80 m
lengte 11,49 m
hoogte 3,9 m
vleugeloppervlakte 31,90 m²
Bemanning: 2 man. Piloot en rugschutter/radio_operator
Motoren: 1x Junkers Jumo 211 J-1 met 1.400 start pk
Vmax: 411 km/u
Bereik :1.160 km
Plafond :7.200 m
Bewapening:2 x 7,9 mm MG 17 in de vleugels
1 x 7,9 mm MG 81Z voor de rugschutter
Gewicht:4.700 kg
Bommenlast:1 x 1.700 kg onder de romp of
2 x 250 kg onder de vleugels
Bronnen: Profile nr 211 (Len Bachelor)
Junkers Ju 87 (Das Waffen-Arsenal Band 26)
Bataille Aeriennes nr 24, 27, 34
WingMasters nr 2, 4, 5, 8
Aero Journal nr 37
Bundesarchiv
Archiv Elfrath

Top
TOP

Go to...  Junkers Ju 87 D Stuka Foto's (1)

Go to...    Junkers Ju 87 D Stuka Foto's (2)

Go to...    Junkers Ju 87 D Stuka Camouflage

Go to...  Junkers Ju 87 A-B Stuka

Go to...    Junkers Ju 87 G Panzerjäger

Back to Luftwaffe  ---- Update okt 2006 Go to RAF  ----  Update 13 jan 2003 Go to USAAF ---  Update apr 2002


Valid HTML 4.0 Transitional

Informatie

email

Gastenboek

http://www.luchtoorlog.be