Junkers
Ju 52/3m
Eiseren Annie
![]() |
| Junkers Ju 52m boven de besneeuwde Russische vlakten. Het toestel van III./TG 3 draagt de Gruppe-kentekens op de rompneus en richtingsroer. |
De originele Ju 52 was een éénmotorige ééndekker met laag
ingeplante vleugels die als de 'dubbele vleugel' van Junkers waren gebouwd. Het vliegtuig bestond uit een stalen buisconstructie die
met golfplaten uit aluminium was bekleed. Deze bekleding met golfplaten betekende een aanzienlijke versterking tegenover de
gladde platen die oorspronkelijk werden gebruikt. De inhoud van het laadruim bedroeg 32,27 m². Aan de bakboordzijde was een
laadluik aangebracht dat horizontaal kon neergeklapt worden.
Het eerste prototype, Ju 52ba (D-1975 W.Nr 4001) maakte zijn eerste
vlucht op 13 oktober 1930 en werd aangedreven door een Junkers vloeistofgekoelde L88 12 cilinder 800 pk motor-in-lijn met een
vierblad propeller. Na het uitvoeren van verschillende testen werd het toestel heruitgerust met een 750 pk BMW VIIau 12 cilinder
motor-in-lijn en kreeg daarmee de benaming Ju 52be. Het tweede bekende toestel (D-2133 W.Nr 4002) had grotere vleugels, was
aanvankelijk uitgerust met een BMW VII en werd Ju 52de genoemd. Deze motor werd echter spoedig vervangen door een 750 pk Armstrong
Siddeley Leopard luchtgekoelde 14 cilinder stermotor. Met deze modificatie kreeg de D-2133 de benaming Ju 52di. Deze Armstrong
Siddeley werd op zijn beurt vervangen door een Junkers Jumo 204 Diesel van 750 pk en daarmee kreeg het toestel dan de benaming Ju
52do.
Het derde toestel (D-2317 W.Nr 4004) werd Ju 52ce genoemd en was
voorzien van structurele versterkingen en een gemodificeerde vleugelvoorrand. Dit toestel werd eveneens aangedreven door een BMW
VIIau en werd in december 1932 naar Zweden overgevlogen waar het werd uitgerust met een normaal landingsgestel en vlotters. Op die
manier werd deze machine de SE-ADM. De Ju 52de/di en do konden eveneens als land- of watervliegtuig worden ingezet. De Ju 52do kon
bovendien met ski's worden uitgerust.
D-2356 W.Nr 4005 werd gebouwd als lijnvliegtuig met 15 zitplaatsen en werd
oorspronkelijk door een 780 pk BMW IXu aangedreven. Het kreeg de benaming Ju 52cai. Tijdens één van zijn vluchten
stortte dit toestel echter neer en werd in met 1931 afgeschreven. De laatste éénmotorige Ju 52 was CF-ARM (W.Nr 4006).
Deze werd in 1931 aan de Canadian Airways geleverd en was uitgerust met een BMW VIIau. Deze motor werd in 1936 vervangen door een 825
pk Rolls Royce Buzzard. Daardoor werd de benaming Ju 52cao.
De opvolger van de Ju 52 was de driemotorige Ju 52/3m die werd
ontworpen door de chef-ontwerper van Junkers, Dr.Dipl.Ir. Zindel. Het eerste gekende Werk Nummer -fabrieksnummer 4008- was niet als
prototype geregistreerd en werd later in 1932 aan de Lloyd Aereo Boliviano geleverd. Dit toestel werd aangedreven door drie door BMW
gebouwde Pratt & Whitney Hornet stermotoren en Ju 52/3mce genoemd. Alles tezamen werden er zeven Ju 52/3m's aan Bolivia
geleverd -W.Nr 4013 tot 4019-. Daar werden deze toestellen hoofdzakelijk ingezet als transporttoestellen en namen deel aan het
Boliviaanse-Paraguyaanse conflict boven de Gran Chaco in 1932-33. Dit was de eerste bekende operationele inzet van dit type
vliegtuig.
De Ju 52/3mce en fe, de twee meest gebouwde versies, werden aangedreven
door BMW 9 cilinder stermotoren. Andere versies werden uitgerust met de BMW 132 ( BMW-licentie van de Pratt & Whitney), de
Hispano-Suiza, de Pratt & Whitney Wasp en de Bristol Pegasus. De Ju 52/3mho was uitgerust met drie 650 pk Junkers Jumo
dieselmotoren.
| Argentinië: | Aeroposta Argentine ( 4 toestellen) LV-AAB, AAJ, BAB en CAB | |
| Australië: | Gibbes Sepik Airways (3 toestellen) VH-BUU, BUV en BUW | |
| Oostenrijk: | Österreichische Luftverkehr (3 toestellen) OE-LAK, LAN en LAP | |
| België: | Sabena (9 toestellen) OO-AGU, AGW, AUA, AUB, AUF, AUG, AUK, CAP en AGV | |
| Bolivië: | Lloyd Aero Boliviabo (7 toestellen) geen registraties | |
| Brazilië: | Syndicato Condor (17 toestellen) PP-CAT, CAY, CAX, CAV, CAZ, CBA, tot CBH, CBL, CBP, CBR en een niet geregistreerd toestel met W.Nr 4025 | |
| China: | (5 toestellen) registratie onbekend | |
| Colombia: | (3 toestellen) opereerden voor de Colombiaanse regering | |
| Tsjechoslowakije: | CSA (4 toestellen) OK-PCC, PCD, TOI en ZDO | |
| Denemarken: | DDL (3 toestellen) OY-DAL, DFU en DFY | |
| Ecuador: | S.E.D.T..A. (2 toestellen) HC-SND en HC-??? | |
| Estland: | A.G.O. (1 toestel) ES-AUL | |
| Finland: | Aero O/Y (5 toestellen) OH-ALK, ALL, LAM, LAO en LAP | |
| Frankrijk: | Air France (87 toestellen) F-BAJA tot BAJE, BAJG tot BAJP, BAJS tot BAJV, BAJX, BAKK, BAKL tot BAKV, BAKX tot BALQ, BAMO tot BAMV, BAMX tot BANC, BANE tot BANS, BBYG tot BBYJ, BCHJ en BCHP. Air Atlas (10 toestellen) BBYT, BBZL, BCHJ tot BCHQ Aigla Azur (2 toestellen) BBZE en BDUA S.A.N.A. (8 toestellen) BBZA, BBZF tot BBZK en BDYE Ste Aero Cargo (2 toestellen) BBYP en BCHB T.A.I. (7 toestellen) BBYK tot BBYN, BCHA, BCHG, BCHX | |
| Engeland: | British Airways (3 toestellen) G-AERU, AERX en AFAP Railway Air Service (1 toestel G-AHBP British European Airways (10 toestellen) G-AHOC tot AHOL British Overseas Airways (1 toestel) G_AGAE | |
| Griekenland: | S.H.C.A. (3 toestellen) SX-ACF,ACH en ACI | |
| Hongarije: | Malert (5 toestellen) HA-DUR, JUA, JUB, JUC en JUF | |
| Italië: | Ala Littoria (5 toestellen) I-ABJZ, BAUS, BAZI , BEZI en BIZI | |
| Libië: | Air Liban (3 toestellen) LR-AAC, AAJ en AAI | |
| Mozambique: | D.E.T.A. (3 toestellen) CR-AAJ, AAL en AAK | |
| Noorwegen: | D.N.L. (8 toestellen) LN-DAE, DAH, DAF, DAI, KAA, KAE, KAF en AI | |
| Peru: | (1 toestel) OA-HHA | |
| Portugal: | Service Aereos Portugeses (1 toestel) CS-ADA | |
| Roemenië: | L.A.E.R.E.S. (1 toestel) CV-FAI | |
| Spanje: | Iberia (16 toestellen) EC-AAF tot AAU, ADO, ADP, ADQ, CAJ, CAK, CAL, CAN, DAM en DAN | |
| Zweden: | A.B.Transports (7 toestellen) SE-ADR, AER, AES, AFA, AFB, AFC en AFD | |
| Zuid-Afrika: | South African Airways ( 15 toestellen) ZS-AFA tot AFD, AJF,AJG, AJH, AJJ, AKY, ALO, ALP, ALR, ALS en ALU | |
| Uruguay: | C.A.U.S.A. (2 toestellen) CX-ABA en ABB |
Enkele Ju 52/3m's werden uitgerust met vlotters, de eerste machine die als dusdanig werd uitgerust was OH-ALK W.Nr 4010. In 1935 werd een militaire versie van de Ju 52/3m gebouwd voor de inzet bij de toenmalige in het geheim werkende Luftwaffe. Deze Ju 52/3mg3e was ontworpen als een zware bommenwerper die over een vierkoppige bemanning beschikte. Het toestel had twee 7,9 mm MG 15's als defensieve bewapening, waarvan één MG vast op de rug was gemonteerd. De tweede bevond zich in een soort 'vuilnisemmer' onder de romp, achter de cockpit.
![]() |
| Junkers Ju 52/3mg6e (See) van de Transport
Staffel Fliegerführer Nordost. Op de voorgrond WNr. 7062 P4+DH. (Foto: ECPA) |
![]() |
| Ju 52/3mg4e's van de Spaanse Nationalisten |
![]() |
| Bij de Ju 52/3mg5e werden voor de eerste maal de sterkere BMW 132 T motoren gebruikt. |
![]() |
| Deze Ju 52/3m werd in Polen gebruikt als 'vliegende ambulance' |
![]() |
| Een deel van de toestellen die in Noorwegen werden ingezet kregen een wintercamouflage. |
In het begin van 1939
testte Hanna Reitsch, de vrouwelijke testpilote die toen in dienst
was bij DFS, de DFS 230 – een experimenteel
troepenzweefvlietuig. Dit toestel werd achter een Ju 52/3m
vastgemaakt en op sleeptouw genomen. Deze combinatie zou een nieuw
begrip worden in een oorlog waarin vliegtuigen op grote schaal, en
voor allerlei doeleinden werden gebruikt. Dit zweefvliegtuig had
een tweekoppige bemanning en kon acht volledig uitgeruste soldaten
vervoeren. Het kon onder een zeer steile hoek dalen. De test door
Hanna Reitsch uitgevoerd werd bijgewoond door Ritter von Greim,
Kesselring, Model, Milch en Udet – leden van de hoogste
Luftwaffe-leiding in Nazi-Duitsland. Ze waren zo tevreden over het
zweefvliegtuig en het toestel viel zo in de smaak dat ze zelf een
vlucht wilden meemaken.
Toen
Duitsland dan op 10 mei 1940 zijn inval in het Westen begon werden
de zweefvliegtuigen voor de eerste maal operationeel ingezet tegen
de Belgische forten van Eben-Emael, die het Albertkanaal
domineerden, de belangrijkste Belgische verdedigingslijn in het
oosten. De forten werden door parachutisten van de
Stürmabteilung Koch veroverd. Deze Abteilung bestond uit
1./FJR 1, een parachutisten-detachemant van het VII Fliegerkorps,
een Schlepp-Gruppe die was uitgerust met zweefvliegtuigen en
verschillende grondondersteuningseenheden. De piloten van de
zweefvliegtuigen waren voor de oorlog amateurpiloten geweest (hun
chef was Oberjäger Brautigam) die allen een uiterst geheime
training hadden doorgemaakt te Hildesheim. Daar waren hun
toestellen na de opleiding uiteengenomen geworden en naar Köln
overgebracht waar ze terug werden gemonteerd en klaargemaakt voor
de aanval.
Negen
zweefvliegtuigen startten om 04.30 Hr vanaf Köln-Butzweiler en
Köln-Ostheim maar slechts 55 man (zeven zwevers) bereikten hun
doel. Terwijl de1./FJR 1 drie bruggen over het Albertkanaal
veroverde werd er op het dorp Eben-Emael een kleine aanval met
duikbommenwerpers uitgevoerd. Het detachement parachutisten viel
daarop de negen verdedigde fortificaties van het fort aan met
springladingen van 12,5 en 50 kg. Om 07.00 Hr op 11 mei gaf het
fort zich over. De aanvallers hadden vijf man verloren.
Bij de
inval in de Lage Landen en Frankrijk namen er ongeveer 500 Ju
52/3m's deel aan de operaties, een deel daarvan werd ingezet tegen
Nederland. Daarbij werden parachutisten gedropt op vier
hoofddoelen: in het noorden en zuiden van de Moerdijkbruggen, bij
Dortrecht, rond het vliegveld Rotterdam-Waalhaven en rond De Haag.
Deze laatste actie had tot doel de Nederlandse Koninklijke Familie
gevangen te nemen. Een uur nadat er een bombardement op Waalhaven
was uitgevoerd door vliegtuigen van KG 4 en I./KG 30 werd er een
bataljon parachutisten gedropt door I., II. en III./KGzbV 1 ten
oosten van Waalhaven. Voordat dit vliegveld kon worden ingenomen
moest een hardnekkige weerstand van Nederlandse troepen worden
gebroken. De drie Gruppen van KGzbV 1 verloren daarbij 41
toestellen.
Ondanks
de hardnekkige weerstand en een sterk geconcentreerd vuur dat het
gebruik van de Yperenbrug verhinderde waren er in de loop van de
dag 250 Ju 52/3m's op Waalhaven geland. Veel transporttoestellen
landden op de weg Rotterdam-Den Haag bij Delft. Met de He 59 en Ju
52/3m watervliegtuigen van KGzbV 1 landden er 150 man op de Maas en
om 05.00 Hr waren de bruggen veroverd. IV./KGzbV 1 verloor daarbij
18 toestellen, KGrzbV 12 verloor er niet minder dan 40, KGrzbV 9
telde een verlies van 39 toestellen en de KGrzbV 11, die eveneens
aan de aanval op Nederland deelnam moest bij deze aanval 11
vliegtuigen uit zijn getalsterkte afschrijven.
Reeds
kort na het begin van de aanval hadden de transportoperaties een
achterstand op het geplande schema. Het waren daarbij de Ju 52/3m's
die het meeste werk leverden bij de bevoorrading van de
vooruitgeschoven eenheden van de Wehrmacht. Tijdens de aanval op
Nederland werden er niet minder dan 167 Ju 52/3m's neergehaald of
vernietigd, het merendeel door de luchtafweer.
Tijdens
de rustperiode die intrad na de verovering van België,
Nederland en Frankrijk werden alle transporteenheden van de
Luftwaffe paraat gehouden voor de op handen zijnde 'Operation
Seelöwe', de geplande invasie van Engeland die nooit zou
plaats vinden.
Bij de aanval op
Joegoslavië en Griekenland waren de transporteenheden van de
Luftwaffe noodzakelijk voor het snelle overbrengen van Duitse
troepen naar de Balkan. Op 6 april 1941 lanceerden de
Stuka-Verbände een onafgebroken aanval op Belgrado en elf
dagen later gaf het land zich over. 22 dagen later werd evacueerden
de Britse troepen uit Griekenland naar Kreta en stond enkel dit
eiland nog in de weg voor de volledige Duitse overheersing van de
Balkan.
Op 20
mei 1941 om 07.00 Hr lanceerde de Luftwaffe haar grootste
luchtlandingsaanval van de oorlog, 'Operation Mercur', de landing
van 22.500 troepen op Kreta. Voor deze aanval waren er 493 Ju
52/3m's en ongeveer 80 DFS 230's beschikbaar van KGzbV 1, KGrzbV
101, 102, 105, 106, 172, de speciaal opgerichte KGrzbV 40 en 60 en
Luftlandegeschwader 1. De aanval die onder bevel stond van General
Kurt Student, bevelhebber van het XI Fliegerkorps, was gepland om
in twee golven te worden uitgevoerd. De ene golf was onmiddellijk
gericht tegen Maleme, de andere had Canea als hoofddoel. Er moest
750 man landen met zweefvliegtuigen, 10.000 met parachutes, 5.000
werden er aangevoerd met Ju 52/3m's en nog eens 7.000 zouden over
zee worden overgebracht. De aanval verliep echter niet volgens plan
daar de 2nd New Sealand en de 6th Australian Division een
verdedigingsgordel hadden kunnen vormen. Was de Luftwaffe niet in
het bezit geweest van de volledige luchtsuperioriteit had de aanval
gemakkelijk kunnen omslaan in een zware nederlaag. Alhoewel de
aanval op Kreta uiteindelijk een klinkende Duitse overwinning werd,
betekende de invasie van Kreta tegelijkertijd het inluiden van de
doodsklok voor de Duitse luchtlandingstroepen. De Duitsers telden
ongeveer 4.500 verliezen aan manschappen en 170 zwaar beschadigde
of vernietigde vliegtuigen.
Toen
Duitsland op 22 juni 1941 dan Rusland binnenviel werden IV./ KGzbV
1, KGrzbV 102, 50, 104, 106 en 108 – allen uitgerust met de
Ju 52/3m – operationeel aan het Oostfront. Door de taktiek
van 'verbrande aarde' die door de terugtrekkende Russische troepen
werd toegepast werd de bevoorrading van de Duitse troepen op de
schouders van de transporteenheden van de Luftwaffe gelegd. De
misschien meest bekende operatie waarbij de Ju 52/3m's als
transporttoestellen voor bevoorrading werden ingezet was het
leveren van ravitaillering aan de ingesloten troepen van het 6de
Leger in Stalingrad. De volgende eenheden namen met hun Ju 52/3m's
aan deze operatie deel : KGzbV 1, KGrzbV 9, 50, 102, 105, I./KGrzbV
172, KGrzbV 500, 600, 700, 800 en 900. Verder namen nog KGrzbV 200
met zijn FW 200 Condor, KGrzbV 5, 20, en 23 met hun He 111's en
KGrzbV 21 en 22 met hun Ju 86's deel.
Ook de
tot transportvliegtuigen omgebouwde bommenwerpers van KG 27, 55 en
I./KG 100 – He 111's, en de He 177's van I./KG 50 werden voor
de bevoorrading ingezet. Tussen 29 november 1942 en 3 februari 1943
werden er door deze toestellen 240.780 ton uitrusting, voedsel en
munitie en 88.700 ton brandstof naar Stalingrad overgebracht.
Daarnaast mogen ook de honderden gewonden en verminkten die uit het
omsingelde Stalingrad werden weggebracht niet worden vergeten. Deze
totalen, alhoewel indrukwekkend, waren volkomen ontoereikend om de
Duitse troepen in Stalingrad op de been te kunnen houden en het
afgrijzen van de uiteindelijke vernietiging van het 6de Leger en de
gevolgen ervan spookten nog lang na in de geesten van de Duitse
militairen na het einde van WO II.
Ook in
Noord-Afrika waren de transporteenheden van de Luftwaffe met hun Ju
52/3m's zeer aktief. Maar in november 1942 waren er ook daar niet
minder dan 10 extra Gruppen nodig om het allernoodzakelijkste aan
materiaal voor de troepen in dit gebied te kunnen leveren. De
eenheden die voorheen deze opdracht verzorgden waren III. en
IV./KGzbV 1, KGrzbV 400, 600 en 800 geweest.
![]() |
| Ju 52/3m als transportvliegtuig voor de
brandstofbevoorrading van de troepen van het Afrika-Korps. |
| Eenheid | Code | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Stab./KGzbV 1 | 1Z | werd Stab./TG 1 in mei 43 |
| I./KGzbv 1 | 1Z | werd I./TG 1 in mei 43 |
| II./KGzbV 1 | 1Z | werd II./TG 1 in mei 43 |
| III./KGzbV 1 | 1Z | werd III./TG 1 in mei 43 |
| IV./KGzbV 1 | 1Z | werd IV./TG 1 in mei 43 |
| KGrzbV 2 | G6 | werd I./TG 2 in mei 43 |
| KGrzbV 3 | werd Stabstaffel./TG 4 in mei 43 | |
| KGrzbV 5 | L5 | werd Tgr 30 in mei 43 |
| KGrzbV 6 | ontbonden in maart 42 | |
| KGrzbV 7 | ontbonden in maart 42 | |
| KGrzbV 8 | ontbonden in april 42 | |
| KGrzbV 9 | 4V | werd I./TG 3 in mei 43 |
| KGrzbV 11 | gevormd voor de inval in Nederland, onmiddellijk daarna ontbonden | |
| KGrzbV 12 | idem | |
| KGrzbV 40 | gevormd voor inval op Kreta, onmiddellijk daarna ontbonden | |
| KGrzbV 50 | werd II./TG 3 in mei 43 | |
| KGrzbV 60 | gevormd voor inval op Kreta, onmiddellijk daarna ontbonden | |
| KGrzbV 101 | nam deel aan aanval op Noorwegen, Lage Landen, Frankrijk, ontbonden in 41 | |
| KGrzbV 102 | werd III./TG 3 in mei 43 | |
| KGrzbV 103 | nam deel aan aanval op Noorwegen, ontbonden op 5 mei 40 | |
| KGrzbV 104 | werd II.TG 5 in mei 43 | |
| KGrzbV 105 | werd IV./TG 4 in mei 43 | |
| KGrzbV 106 | werd II./TG 2 in mei 43 | |
| KGrzbV 107 | werd ontbonden in juni 40, restanten naar KGrzbV 108 | |
| KGrzbV 108 | 6I | werd Tgr 20 in mei 43 |
| I./ KGzbV 172 | 4V | werd IV./TG 3 in mei 43 |
| II./ KGzbV 172 | 4V | werd Blindflugschule op Kreta (BFS 6) |
| KGrzbV 200 | ||
| KGrzbV 300 | werd een Ergänzungsgruppe in maart 43 | |
| KGrzbV 400 | werd III./TG 4 in mei 43 | |
| KGrzbV 500 | werd I./TG 4 in mei 43 | |
| KGrzbV 600 | werd waarschijnlijk II./TG 4 in mei 43 | |
| KGrzbV 700 | 7V | op LeO 451's in mei 43, nooit volledig geweest en later ontbonden |
| KGrzbV 800 | werd II.TG/2 in mei 43 | |
| KGrzbV 900 | moest uitgerust worden met Me 323, werd III./TG 5 maar nooit volledig | |
| KGrzbV 999 | ontbonden in april 42 | |
| KGrzbV S-7 | ontbonden in januari 43, restant naar KGrzbV 400 | |
| KGrzbV S-11 | ontbonden in december 42 | |
| KGrzbV S-13 | ontbonden in december 42 | |
| KGrzbV Brindishi | ||
| KGrzbV Frankfurt | ontbonden in februari 43 | |
| KGrzbV Neapel | ontbonden in april 42 | |
| KGrzbV Opels | ontbonden in april 42 | |
| KGrzbV Posen | ontbonden in april 42 | |
| KGrzbV Reggio | ||
| KGrzbV Wittstock | ontbonden in februari 43 |
| Stab./TG 1 | 1Z | gevormd uit Stab./KGrzbV 1 |
| I. | 1Z | gevormd uit I./KGrzbV 1 |
| II. | 1Z | gevormd uit II./KGrzbV 1 |
| III. | 1Z | gevormd uit III./KGrzbV 1 |
| IV. | 1Z | gevormd uit IV ./KGrzbV 1 |
| Stab./TG 2 | 8T | |
| I. | 8T | gevormd uit KGrzbV 2 |
| II. | 8T | gevormd uit KGrzbV 800 |
| III. | 8T | gevormd uit KGrzbV 106 |
| Stab./TG 3 | 4V | |
| I. | 4V | gevormd uit KGrzbV 9 |
| II. | 4V | gevormd uit KGrzbV 50 |
| III. | 4V | gevormd uit KGrzbV 102 |
| IV. | 4V | gevormd uit I./KGrzbV 172 |
| Stab./TG 4 | G6 | gevormd uit KGrzbV 3 |
| I. | G6 | gevormd uit KGrzbV 500 |
| II. | G6 | gevormd uit KGrzbV 600 |
| III. | G6 | gevormd uit KGrzbV 400 |
| Stab./TG 5 | C8 | |
| I. | C8 | gevormd uit KGrzbV 104 |
| II. | C8 | gevormd uit Me 323 Gruppe |
| III. | C8 | gevormd uit KGrzbV 900 |
| Tgr 10 | uitgerust met Savoia Marchetti | |
| Tgr 20 | 6I | gevormd uit KGrzbV 108 |
| Tgr 30 | S3 | gevormd uit KGrzbV 5 |
| LVG Bronkov | speciale noodtransporteenheid | |
| LVG Mobil | speciale noodtransporteenheid |
Bron : Aircraft Profile nr 117
| Awarded to quality aviation information websites | |||