Back to...

 

Junkers
Ju 52/3m
Eiseren Annie

Ju 52 van TG3
Junkers Ju 52m boven de besneeuwde Russische vlakten.
Het toestel van III./TG 3 draagt de Gruppe-kentekens op de rompneus en richtingsroer.

gotop   Inleiding

De originele Ju 52 was een éénmotorige ééndekker met laag ingeplante vleugels die als de 'dubbele vleugel' van Junkers waren gebouwd. Het vliegtuig bestond uit een stalen buisconstructie die met golfplaten uit aluminium was bekleed. Deze bekleding met golfplaten betekende een aanzienlijke versterking tegenover de gladde platen die oorspronkelijk werden gebruikt. De inhoud van het laadruim bedroeg 32,27 m². Aan de bakboordzijde was een laadluik aangebracht dat horizontaal kon neergeklapt worden.
          Het eerste prototype, Ju 52ba (D-1975 W.Nr 4001) maakte zijn eerste vlucht op 13 oktober 1930 en werd aangedreven door een Junkers vloeistofgekoelde L88 12 cilinder 800 pk motor-in-lijn met een vierblad propeller. Na het uitvoeren van verschillende testen werd het toestel heruitgerust met een 750 pk BMW VIIau 12 cilinder motor-in-lijn en kreeg daarmee de benaming Ju 52be. Het tweede bekende toestel (D-2133 W.Nr 4002) had grotere vleugels, was aanvankelijk uitgerust met een BMW VII en werd Ju 52de genoemd. Deze motor werd echter spoedig vervangen door een 750 pk Armstrong Siddeley Leopard luchtgekoelde 14 cilinder stermotor. Met deze modificatie kreeg de D-2133 de benaming Ju 52di. Deze Armstrong Siddeley werd op zijn beurt vervangen door een Junkers Jumo 204 Diesel van 750 pk en daarmee kreeg het toestel dan de benaming Ju 52do.
          Het derde toestel (D-2317 W.Nr 4004) werd Ju 52ce genoemd en was voorzien van structurele versterkingen en een gemodificeerde vleugelvoorrand. Dit toestel werd eveneens aangedreven door een BMW VIIau en werd in december 1932 naar Zweden overgevlogen waar het werd uitgerust met een normaal landingsgestel en vlotters. Op die manier werd deze machine de SE-ADM. De Ju 52de/di en do konden eveneens als land- of watervliegtuig worden ingezet. De Ju 52do kon bovendien met ski's worden uitgerust.
          D-2356 W.Nr 4005 werd gebouwd als lijnvliegtuig met 15 zitplaatsen en werd oorspronkelijk door een 780 pk BMW IXu aangedreven. Het kreeg de benaming Ju 52cai. Tijdens één van zijn vluchten stortte dit toestel echter neer en werd in met 1931 afgeschreven. De laatste éénmotorige Ju 52 was CF-ARM (W.Nr 4006). Deze werd in 1931 aan de Canadian Airways geleverd en was uitgerust met een BMW VIIau. Deze motor werd in 1936 vervangen door een 825 pk Rolls Royce Buzzard. Daardoor werd de benaming Ju 52cao.
          De opvolger van de Ju 52 was de driemotorige Ju 52/3m die werd ontworpen door de chef-ontwerper van Junkers, Dr.Dipl.Ir. Zindel. Het eerste gekende Werk Nummer -fabrieksnummer 4008- was niet als prototype geregistreerd en werd later in 1932 aan de Lloyd Aereo Boliviano geleverd. Dit toestel werd aangedreven door drie door BMW gebouwde Pratt & Whitney Hornet stermotoren en Ju 52/3mce genoemd. Alles tezamen werden er zeven Ju 52/3m's aan Bolivia geleverd -W.Nr 4013 tot 4019-. Daar werden deze toestellen hoofdzakelijk ingezet als transporttoestellen en namen deel aan het Boliviaanse-Paraguyaanse conflict boven de Gran Chaco in 1932-33. Dit was de eerste bekende operationele inzet van dit type vliegtuig.
          De Ju 52/3mce en fe, de twee meest gebouwde versies, werden aangedreven door BMW 9 cilinder stermotoren. Andere versies werden uitgerust met de BMW 132 ( BMW-licentie van de Pratt & Whitney), de Hispano-Suiza, de Pratt & Whitney Wasp en de Bristol Pegasus. De Ju 52/3mho was uitgerust met drie 650 pk Junkers Jumo dieselmotoren.

gotop   In dienst bij Luft Hansa

align="center"De eerste Ju 52/3m's van de productieserie van de Deutsche Lufthansa waren de W.Nrs 4013 en 4015, respectievelijk D-2201 'Boelcke' en D-2202 'Richthofen', en waren in mei en september 1932 geregistreerd geworden. Deze eerste toestellen werden tijdens de zomer van 1932 ingezet op de lijn Berlijn-Rome en Berlijn-Londen en stonden spoedig aan de top van de ranglijst van de door de Lufthansa ingezette vliegtuigen. Eén van de eerste produktie-vliegtuigen, W.Nr 4016 CV-FAI, die werd aangedreven door drie Hispano-Suiza motoren, werd aan Prins Bibesco van Roemenië geleverd. De produktie werd snel opgevoerd en in het begin van 1935 waren er reeds 97 Ju 52/3m's in dienst op verschillende luchtlijnen. Bij de eerste afnemers waren de Finse Aero OY, de Zweedse A.B.Aerotransport en de Braziliaanse Syndicato Condor Companie. Op het tijdstip van het stilleggen van de productie van de 'Tante Ju' deed het toestel bij niet minder dan 29 landen (Duitsland inbegrepen) dienst. Deze waren :

Argentinië:Aeroposta Argentine ( 4 toestellen) LV-AAB, AAJ, BAB en CAB
Australië:Gibbes Sepik Airways (3 toestellen) VH-BUU, BUV en BUW
Oostenrijk:Österreichische Luftverkehr (3 toestellen) OE-LAK, LAN en LAP
België:Sabena (9 toestellen) OO-AGU, AGW, AUA, AUB, AUF, AUG, AUK, CAP en AGV
Bolivië:Lloyd Aero Boliviabo (7 toestellen) geen registraties
Brazilië:Syndicato Condor (17 toestellen) PP-CAT, CAY, CAX, CAV, CAZ, CBA, tot CBH, CBL, CBP, CBR en een niet geregistreerd toestel met W.Nr 4025
China:(5 toestellen) registratie onbekend
Colombia:(3 toestellen) opereerden voor de Colombiaanse regering
Tsjechoslowakije:CSA (4 toestellen) OK-PCC, PCD, TOI en ZDO
Denemarken:DDL (3 toestellen) OY-DAL, DFU en DFY
Ecuador:S.E.D.T..A. (2 toestellen) HC-SND en HC-???
Estland:A.G.O. (1 toestel) ES-AUL
Finland:Aero O/Y (5 toestellen) OH-ALK, ALL, LAM, LAO en LAP
Frankrijk:Air France (87 toestellen) F-BAJA tot BAJE, BAJG tot BAJP, BAJS tot BAJV, BAJX, BAKK, BAKL tot BAKV, BAKX tot BALQ, BAMO tot BAMV, BAMX tot BANC, BANE tot BANS, BBYG tot BBYJ, BCHJ en BCHP. Air Atlas (10 toestellen) BBYT, BBZL, BCHJ tot BCHQ Aigla Azur (2 toestellen) BBZE en BDUA S.A.N.A. (8 toestellen) BBZA, BBZF tot BBZK en BDYE Ste Aero Cargo (2 toestellen) BBYP en BCHB T.A.I. (7 toestellen) BBYK tot BBYN, BCHA, BCHG, BCHX
Engeland:British Airways (3 toestellen) G-AERU, AERX en AFAP Railway Air Service (1 toestel G-AHBP British European Airways (10 toestellen) G-AHOC tot AHOL British Overseas Airways (1 toestel) G_AGAE
Griekenland:S.H.C.A. (3 toestellen) SX-ACF,ACH en ACI
Hongarije:Malert (5 toestellen) HA-DUR, JUA, JUB, JUC en JUF
Italië:Ala Littoria (5 toestellen) I-ABJZ, BAUS, BAZI , BEZI en BIZI
Libië:Air Liban (3 toestellen) LR-AAC, AAJ en AAI
Mozambique:D.E.T.A. (3 toestellen) CR-AAJ, AAL en AAK
Noorwegen:D.N.L. (8 toestellen) LN-DAE, DAH, DAF, DAI, KAA, KAE, KAF en AI
Peru:(1 toestel) OA-HHA
Portugal:Service Aereos Portugeses (1 toestel) CS-ADA
Roemenië:L.A.E.R.E.S. (1 toestel) CV-FAI
Spanje:Iberia (16 toestellen) EC-AAF tot AAU, ADO, ADP, ADQ, CAJ, CAK, CAL, CAN, DAM en DAN
Zweden:A.B.Transports (7 toestellen) SE-ADR, AER, AES, AFA, AFB, AFC en AFD
Zuid-Afrika:South African Airways ( 15 toestellen) ZS-AFA tot AFD, AJF,AJG, AJH, AJJ, AKY, ALO, ALP, ALR, ALS en ALU
Uruguay:C.A.U.S.A. (2 toestellen) CX-ABA en ABB

align="center"          Naast de hierboven vermelde landen waren er niet minder dan 213 Ju 52/3m's op naam van de Deutsche Lufthansa geregistreerd. De misschien twee interessantste toestellen waren D-2600 'Immelmann' en D-ALYL 'Hans Loeb'. Het eerste werd gebruikt als persoonlijk reisvliegtuig voor Hitler zelf (ter vervanging van de FW 200 Condor die eveneens de registratie D-2600 'Immelmann' droeg). Het tweede toestel werd naar de XIde Olympiade van 1936 in Berlijn genoemd en droeg de vijf olympische ringen ter ere van de Spelen in Berlijn.

gotop   In militaire dienst

Enkele Ju 52/3m's werden uitgerust met vlotters, de eerste machine die als dusdanig werd uitgerust was OH-ALK W.Nr 4010. In 1935 werd een militaire versie van de Ju 52/3m gebouwd voor de inzet bij de toenmalige in het geheim werkende Luftwaffe. Deze Ju 52/3mg3e was ontworpen als een zware bommenwerper die over een vierkoppige bemanning beschikte. Het toestel had twee 7,9 mm MG 15's als defensieve bewapening, waarvan één MG vast op de rug was gemonteerd. De tweede bevond zich in een soort 'vuilnisemmer' onder de romp, achter de cockpit.

Ju 52/3mg6e
Junkers Ju 52/3mg6e (See) van de Transport Staffel Fliegerführer Nordost.
Op de voorgrond WNr. 7062 P4+DH. (Foto: ECPA)
          In de periode 1934-35 waren er 450 Ju 52/3mg3e's als bommenwerpers aan de Luftwaffe geleverd, maar er werd in deze vorm weinig gebruik gemaakt van deze toestellen.
          Op 18 juli 1936 brak in Spanje een revolutie uit onder de leiding van Fransico Franco Bahamonde. De strijdende partijen kregen onmiddellijk hulp uit vreemde landen. De nationaalsocialisten begonnen de revolutionairen te steunen. Er werden 20 Ju 52/3mg3e's en 6 jagers van het type He 51 naar Spanje gestuurd die moesten helpen bij het overbrengen van 10.000 Marokkaanse troepen naar Spanje. In november 1936 werd het "Legion Condor" opgericht, een Duitse speciale eenheid met Luftwaffe -personeel (maar met Spaanse uniformen en kentekens). Dit Legion Condor beschikte over een bommenwerperseenheid, een jagereenheid, een verkenningseenheid, een eenheid uitgerust met watervliegtuigen en verschillende ondersteuningseenheden. Kampfgruppe 88 was aanvankelijk uitgerust met drie Staffeln Ju 52/3mg3e's die dan tegen het eind van 1937 werden vervangen door Do 17's en He 111 B-1's.
          In dienst bij de Spaanse Nationalisten kreeg de Ju 52/3m een uitstekende reputatie en de bijnaam Pava – kalkoen. Zoals reeds vermeld werden deze toestellen gebruikt voor het overbrengen van troepen uit Marokko. In het begin werd het Spaanse personeel getraind door Duitse instructeurs. Eén van deze eenheden, Escuadre B, werd in september 1936 voor de eerste maal operationeel. In de volgende maanden, telkens als de nationalisten in de aanval gingen, vlogen de Ju 52/3m's hun ondersteuningsopdrachten, waarbij ze dan in het begin van 1937 enkele zware verliezen moesten incasseren die hen werden toegebracht door Republikeinse jagers. Tegen eind 1937 hadden de nationalisten dan toch de volledige luchtsuperioriteit verworven.
Ju 52
Ju 52/3mg4e's van de Spaanse Nationalisten
          Andere eenheden die met de Ju 52/3mg3e opereerden waren de Escuadra 4-E-22, Gruppo 1-G-22 en Gruppo 2-G-22. Om de toestellen van deze van de nationalisten te kunnen onderscheiden droeg het Legion Condor het St.Andreas kruis in een zwarte cirkel op de romp. De laatste opdracht die ze uitvoerden in dit conflict was een bombardement in maart 1939 op Belmez.
          De Ju 52's die gedurende de ganse burgeroorlog in Spanje aktief waren geweest hadden een belangrijke factor betekend in de bijdrage tot het succes van Franco. Bij 13.000 operationele vluchten hadden ze 5.400 offensieve opdrachten gevlogen en daarbij meer dan 6.000 ton bommen afgeworpen. Daarbij waren er acht toestellen verloren gegaan: drie aan de grond en vijf in de lucht.
          In april 1939 werden de resterende Ju 52/3m's verzameld en zetten hun carrière verder als transportvliegtuig.
          In 1934 werd de Ju 52/3mg3e op de produktielijn vervangen door de Ju 52/3mg4e. Deze variant verschilde van zijn voorganger door zijn versterkt landingsgestel, waardoor het hoogst toegelaten gewicht van 9.500 kg naar 10.500 kg steeg en was verder uitgerust met een staartwiel in plaats van de voorheen gebruikte staartski. De g4e had geen buiktoren en werd voornamelijk als transportvliegtuig ingezet. De Ju 52/3mg5e werd in plaats van met de 600 pk BMW 132A uitgerust met de sterkere 850 pk BMW 132 T stermotoren. Dit toestel kon worden voorzien van een ontijsingssysteem en kon worden uitgerust met vlotters, ski's en wielen.
          De Ju 52/3mg6e was een gespecialiseerd militair vliegtuig met een bijkomende extra radio-uitrusting. Het toestel was voorzien van een defensieve bewapening en kon met een magnetische ring worden uitgerust die werd geladen door een kleine hulpmotor waarmee men dan magnetische zeemijnen tot ontploffing trachtte te brengen.
Ju 52
Bij de Ju 52/3mg5e werden voor de eerste maal de sterkere BMW 132 T motoren gebruikt.
          De voornaamste productieversie was de Ju 52/3mg7e, een zware transportmachine die 18 volledig uitgeruste parachutisten of 12 draagberries kon vervoeren. Het was een verderontwikkeling van de g5e die nu voorzien was van een automatische piloot, vergrote laaddeuren en andere kleinere modificaties. De standaardbewapening was een 13 mm MG 131 in de rugpositie en twee 7,9 mm MG 15's die door de zijvensters vuurden.
          De Ju 52/3mg8e was een verderontwikkeling van de g6e en beschikte over een uitgebreider beglazing en een versterkt landingsgestel zonder 'slobkousen'. Deze versie werd aanvankelijk aangedreven door drie BMW 132T's, maar vanaf W.Nr 7730 werden er BMW 132Z's in gebruik genomen. Later kwam er ook nog een MG 131 bij in een rugstand.
          De g9e ging in 1942 in produktie en was over het algemeen gelijk aan de g8e maar was aan de staart uitgerust met een installatie voor het slepen van zweefvliegtuigen en had een maximaal vlieggewicht van 11.500 kg.
          De g10e kon terug voorzien worden van vlotters terwijl de g12e een transporttoestel was dat met drie BMW 132L's was uitgerust en waarvan er een klein aantal in 1942-43 werd overgedragen aan de Lufthansa.
          De laatste productieversie, de g14e, – aangedreven door 3 BMW 132Z's – werd geleverd in 1943-44 en was voorzien van een bijkomende pantserbescherming voor de piloot en een versterkte defensieve bewapening.
          De g4e, g5e, g8e, g10e en g14e konden met vlotters als watervliegtuig worden ingezet. De Duitse produktie van de Ju 52/3m ging door tot in 1944. Van de 3.234 geproduceerde toestellen werden er 2.804 gebouwd tussen 1939 en 1944 : 145 in 1939, 388 in 1940, 502 in 1941, 503 in 1942, 887 in 1943 en 379 in 1944.
          Tijdens de Anschlüss van Oostenrijk in maart 1938 nam de Ju 52/3m deel aan het machtsvertoon van de Luftwaffe. Toen Duitsland in september 1939 Polen binnenviel waren er een groot aantal Ju 52/3m in Berlijn-Tempelhof en in Silezië gestationeerd.
Ju 52
Deze Ju 52/3m werd in Polen gebruikt als 'vliegende ambulance'
Veel van de toestellen waren door de Lufthansa afgestaan, deze luchtlijn behield tot in 1944 enkele toestellen in dienst. De Junkers transportvliegtuigen werden bij de Poolse veldtocht ingezet voor algemene opdrachten. Hun eerste operationele opdracht vond plaats in april 1940.
          'Unternehmen Weserübung', de invasie van Denemarken en Noorwegen, ging van start in de vroege ochtenduren van 9 april 1940. Niet minder dan 12 transportgruppen met in totaal 571 Ju 52/3m's namen aan deze aanval deel. Elk van deze Gruppen had een aparte taak toegewezen gekregen. I./KGzbV 1 transporteerde de III./Inf.Reg. 159 van Utersen naar Aalborg. 5. en 6./KGvbV 1 dropte 1./Fallschirmjäger Reg.1 te Fornebu en keerde daarna terug naar Aalborg. 7./KGzbV 1 dropte 3./FJR 1 boven Stavanger om 08.45 Hr en 8./KGzbV 1 dropte 4./FJR 1 boven Aalborg en de rest van deze eenheid boven Vordingsborg, als versterking voor de Duitse bezetting van een brug.
          III. en IV./KGzbV 1 transporteerde ongeveer 160.000 l brandstof van Hagenow naar Aalborg. 35 toestellen van KGrzbV 101 werden ingezet voor de aanvoer van Flak-uitrusting en munitie naar Aalborg West en vliegtuigbrandstof naar Stavanger-Sola. De eenheid werd eveneens ingezet bij het transport van de 11./IR 324 naar Fornebu en verloor daarbij een toestel met zijn bemanning. KGrzbV 102 bracht I./IR 324 en Flak-uitrusting van Oldenburg naar Fornebu en verloor daarbij eveneens verschillende toestellen.
          De 53 toestellen van KGrzbV 103, onder Hauptmann Wagner, transporteerde II./IR 324 naar Fornebu. De eenheid moest landen onder het vuur van luchtafweergeschut daar de geplande bezetting door parachutisten wegens de slechte weersomstandigheden niet tot stand was gekomen. KGrzbV 104 bracht Stab./IR 193 en Flak-uitrusting over van Stade naar Stavanger-Sola. Drie toestellen van KGrzbV 105 werden ingezet voor verkenningsvluchten boven Trondheim. De resterende 11 toestellen vlogen brandstof en FlaK over naar Stavanger alhoewel er reeds vier vliegtuigen waren moeten omkeren wegens het slechte weer.
Ju 52
Een deel van de toestellen die in Noorwegen werden ingezet kregen een wintercamouflage.
          KGrzbV 106, met zijn 51 toestellen, bracht II./IR 193 over van Utersen naar Stavanger en verloor daarbij twee toestellen. KGrzbV 107 werd ingezet voor het overbrengen van Stab./IR 324 en I./IR 234 van Hamburg-Fuhlsbüttel naar Stavanger en III./IR 324 (min 11de Cie.) naar Fornebu. KGrzbV 108 met een mengeling aan He 59's en Ju 52/3m's watervliegtuigen, had als opdracht Gebirgsjäger in de verschillende Noorse fjorden aan land te brengen waar de normale vliegtuigen niet konden landen.
          Tijdens deze campagne in het Noorden werden er 3.018 vluchten uitgevoerd, 1.830 met troepen en 1.188 met bevoorrading van allerlei aard. Een totaal van 29.280 man, 2.376 ton voorraden en 1.200.000 l brandstof werden door de Ju 52/3m's overgebracht. Daarbij gingen 150 toestellen verloren.

gotop   Inzet in het westen

In het begin van 1939 testte Hanna Reitsch, de vrouwelijke testpilote die toen in dienst was bij DFS, de DFS 230 – een experimenteel troepenzweefvlietuig. Dit toestel werd achter een Ju 52/3m vastgemaakt en op sleeptouw genomen. Deze combinatie zou een nieuw begrip worden in een oorlog waarin vliegtuigen op grote schaal, en voor allerlei doeleinden werden gebruikt. Dit zweefvliegtuig had een tweekoppige bemanning en kon acht volledig uitgeruste soldaten vervoeren. Het kon onder een zeer steile hoek dalen. De test door Hanna Reitsch uitgevoerd werd bijgewoond door Ritter von Greim, Kesselring, Model, Milch en Udet – leden van de hoogste Luftwaffe-leiding in Nazi-Duitsland. Ze waren zo tevreden over het zweefvliegtuig en het toestel viel zo in de smaak dat ze zelf een vlucht wilden meemaken.
          Toen Duitsland dan op 10 mei 1940 zijn inval in het Westen begon werden de zweefvliegtuigen voor de eerste maal operationeel ingezet tegen de Belgische forten van Eben-Emael, die het Albertkanaal domineerden, de belangrijkste Belgische verdedigingslijn in het oosten. De forten werden door parachutisten van de Stürmabteilung Koch veroverd. Deze Abteilung bestond uit 1./FJR 1, een parachutisten-detachemant van het VII Fliegerkorps, een Schlepp-Gruppe die was uitgerust met zweefvliegtuigen en verschillende grondondersteuningseenheden. De piloten van de zweefvliegtuigen waren voor de oorlog amateurpiloten geweest (hun chef was Oberjäger Brautigam) die allen een uiterst geheime training hadden doorgemaakt te Hildesheim. Daar waren hun toestellen na de opleiding uiteengenomen geworden en naar Köln overgebracht waar ze terug werden gemonteerd en klaargemaakt voor de aanval.
          Negen zweefvliegtuigen startten om 04.30 Hr vanaf Köln-Butzweiler en Köln-Ostheim maar slechts 55 man (zeven zwevers) bereikten hun doel. Terwijl de1./FJR 1 drie bruggen over het Albertkanaal veroverde werd er op het dorp Eben-Emael een kleine aanval met duikbommenwerpers uitgevoerd. Het detachement parachutisten viel daarop de negen verdedigde fortificaties van het fort aan met springladingen van 12,5 en 50 kg. Om 07.00 Hr op 11 mei gaf het fort zich over. De aanvallers hadden vijf man verloren.
          Bij de inval in de Lage Landen en Frankrijk namen er ongeveer 500 Ju 52/3m's deel aan de operaties, een deel daarvan werd ingezet tegen Nederland. Daarbij werden parachutisten gedropt op vier hoofddoelen: in het noorden en zuiden van de Moerdijkbruggen, bij Dortrecht, rond het vliegveld Rotterdam-Waalhaven en rond De Haag. Deze laatste actie had tot doel de Nederlandse Koninklijke Familie gevangen te nemen. Een uur nadat er een bombardement op Waalhaven was uitgevoerd door vliegtuigen van KG 4 en I./KG 30 werd er een bataljon parachutisten gedropt door I., II. en III./KGzbV 1 ten oosten van Waalhaven. Voordat dit vliegveld kon worden ingenomen moest een hardnekkige weerstand van Nederlandse troepen worden gebroken. De drie Gruppen van KGzbV 1 verloren daarbij 41 toestellen.
          Ondanks de hardnekkige weerstand en een sterk geconcentreerd vuur dat het gebruik van de Yperenbrug verhinderde waren er in de loop van de dag 250 Ju 52/3m's op Waalhaven geland. Veel transporttoestellen landden op de weg Rotterdam-Den Haag bij Delft. Met de He 59 en Ju 52/3m watervliegtuigen van KGzbV 1 landden er 150 man op de Maas en om 05.00 Hr waren de bruggen veroverd. IV./KGzbV 1 verloor daarbij 18 toestellen, KGrzbV 12 verloor er niet minder dan 40, KGrzbV 9 telde een verlies van 39 toestellen en de KGrzbV 11, die eveneens aan de aanval op Nederland deelnam moest bij deze aanval 11 vliegtuigen uit zijn getalsterkte afschrijven.
          Reeds kort na het begin van de aanval hadden de transportoperaties een achterstand op het geplande schema. Het waren daarbij de Ju 52/3m's die het meeste werk leverden bij de bevoorrading van de vooruitgeschoven eenheden van de Wehrmacht. Tijdens de aanval op Nederland werden er niet minder dan 167 Ju 52/3m's neergehaald of vernietigd, het merendeel door de luchtafweer.
          Tijdens de rustperiode die intrad na de verovering van België, Nederland en Frankrijk werden alle transporteenheden van de Luftwaffe paraat gehouden voor de op handen zijnde 'Operation Seelöwe', de geplande invasie van Engeland die nooit zou plaats vinden.

gotop   De Balkan, Rusland en Afrika

Bij de aanval op Joegoslavië en Griekenland waren de transporteenheden van de Luftwaffe noodzakelijk voor het snelle overbrengen van Duitse troepen naar de Balkan. Op 6 april 1941 lanceerden de Stuka-Verbände een onafgebroken aanval op Belgrado en elf dagen later gaf het land zich over. 22 dagen later werd evacueerden de Britse troepen uit Griekenland naar Kreta en stond enkel dit eiland nog in de weg voor de volledige Duitse overheersing van de Balkan.
          Op 20 mei 1941 om 07.00 Hr lanceerde de Luftwaffe haar grootste luchtlandingsaanval van de oorlog, 'Operation Mercur', de landing van 22.500 troepen op Kreta. Voor deze aanval waren er 493 Ju 52/3m's en ongeveer 80 DFS 230's beschikbaar van KGzbV 1, KGrzbV 101, 102, 105, 106, 172, de speciaal opgerichte KGrzbV 40 en 60 en Luftlandegeschwader 1. De aanval die onder bevel stond van General Kurt Student, bevelhebber van het XI Fliegerkorps, was gepland om in twee golven te worden uitgevoerd. De ene golf was onmiddellijk gericht tegen Maleme, de andere had Canea als hoofddoel. Er moest 750 man landen met zweefvliegtuigen, 10.000 met parachutes, 5.000 werden er aangevoerd met Ju 52/3m's en nog eens 7.000 zouden over zee worden overgebracht. De aanval verliep echter niet volgens plan daar de 2nd New Sealand en de 6th Australian Division een verdedigingsgordel hadden kunnen vormen. Was de Luftwaffe niet in het bezit geweest van de volledige luchtsuperioriteit had de aanval gemakkelijk kunnen omslaan in een zware nederlaag. Alhoewel de aanval op Kreta uiteindelijk een klinkende Duitse overwinning werd, betekende de invasie van Kreta tegelijkertijd het inluiden van de doodsklok voor de Duitse luchtlandingstroepen. De Duitsers telden ongeveer 4.500 verliezen aan manschappen en 170 zwaar beschadigde of vernietigde vliegtuigen.
          Toen Duitsland op 22 juni 1941 dan Rusland binnenviel werden IV./ KGzbV 1, KGrzbV 102, 50, 104, 106 en 108 – allen uitgerust met de Ju 52/3m – operationeel aan het Oostfront. Door de taktiek van 'verbrande aarde' die door de terugtrekkende Russische troepen werd toegepast werd de bevoorrading van de Duitse troepen op de schouders van de transporteenheden van de Luftwaffe gelegd. De misschien meest bekende operatie waarbij de Ju 52/3m's als transporttoestellen voor bevoorrading werden ingezet was het leveren van ravitaillering aan de ingesloten troepen van het 6de Leger in Stalingrad. De volgende eenheden namen met hun Ju 52/3m's aan deze operatie deel : KGzbV 1, KGrzbV 9, 50, 102, 105, I./KGrzbV 172, KGrzbV 500, 600, 700, 800 en 900. Verder namen nog KGrzbV 200 met zijn FW 200 Condor, KGrzbV 5, 20, en 23 met hun He 111's en KGrzbV 21 en 22 met hun Ju 86's deel.
          Ook de tot transportvliegtuigen omgebouwde bommenwerpers van KG 27, 55 en I./KG 100 – He 111's, en de He 177's van I./KG 50 werden voor de bevoorrading ingezet. Tussen 29 november 1942 en 3 februari 1943 werden er door deze toestellen 240.780 ton uitrusting, voedsel en munitie en 88.700 ton brandstof naar Stalingrad overgebracht. Daarnaast mogen ook de honderden gewonden en verminkten die uit het omsingelde Stalingrad werden weggebracht niet worden vergeten. Deze totalen, alhoewel indrukwekkend, waren volkomen ontoereikend om de Duitse troepen in Stalingrad op de been te kunnen houden en het afgrijzen van de uiteindelijke vernietiging van het 6de Leger en de gevolgen ervan spookten nog lang na in de geesten van de Duitse militairen na het einde van WO II.
          Ook in Noord-Afrika waren de transporteenheden van de Luftwaffe met hun Ju 52/3m's zeer aktief. Maar in november 1942 waren er ook daar niet minder dan 10 extra Gruppen nodig om het allernoodzakelijkste aan materiaal voor de troepen in dit gebied te kunnen leveren. De eenheden die voorheen deze opdracht verzorgden waren III. en IV./KGzbV 1, KGrzbV 400, 600 en 800 geweest.

Ju 52
Ju 52/3m als transportvliegtuig voor de brandstofbevoorrading
van de troepen van het Afrika-Korps.
De versterking bestond uit I. en II./KGzbV 1, KGrzbV 102, 200, Brindisi, Frankfurt, Napels, Reggio en Wittstock en Gruppe Me 323's. Toen de blokkade van de As-schepen in het Middellandse Zeegebied werd versterkt moest ook hier de Luftwaffe met zijn Ju 52/3m een bovenmenselijke inspanning leveren om de soldaten van het Deutsche Afrika-Korps te bevoorraden.
          Gedurende een actie tegen het eind van de oorlog in de Woestijn die plaats vond op 10-11 april 1943 werden er 24 Ju 25/3m's en 14 van hun escorte-jagers door de geallieerden neergeschoten. Op 18 april werden er 52 van ongeveer 100 Ju 52/3m's neergeschoten bij Cape Bon. Op 22 april deed de Luftwaffe een poging om brandstof aan te voeren met de Me 323 'Gigant'. Er werden 21 van deze reuze-transportvliegtuigen vernietigd. Tussen 5 en 22 april werden er door de geallieerden 423 transporttoestellen van de Luftwaffe in dit gebied vernietigd. De geallieerden zelf verloren daarbij 35 jagers.
          In mei 1943, na het terugtrekken van het DAK uit Noord-Afrika, werden de transporteenheden van de Luftwaffe gereorganiseerd. De Kampfgruppen zum besonderen Verwendung – KGrzbV – werden nu Transportgruppen genaamd. Elke Gruppe bestond uit vier Staffeln, De Geschwadern bestonden dikwijls uit vier Gruppen.
          Vanaf de zomer van 1943 werd het transport met de Ju 52/3m door de Luftwaffe geleidelijk verminderd en werd er een poging gedaan om deze verouderde toestellen op de montagebanden te vervangen door de Ju 352. Dit werd echter een mislukking. De 'Eisern Annie' bleef haar plaats in de rangen van de Luftwaffe bezetten. In mei 1944 werden er twee noodtransporteenheden opgericht die gevormd werden met overblijvende toestellen van vernietigde of gedecimeerde eenheden. Deze beide eenheden kregen de benaming Luft Verkehr Gesellschaft Bronkow en Mobil en stonden onder bevel van Major Grauert. Ze werden ingezet aan het invasiefront in Normandië waar ze de zich fel verdedigende Duitse troepen trachtten te bevoorraden. In september werden ze op hun beurt gedecimeerd.
          Op 25 april 1945 waren er nog slechts zeven eenheden aktief : I. en II./TG 1, II. en III./TG 3, II./TG 2 en Seenottransportstaffel 2. Ook III./TGb3 stond als operationeel op de slagorde maar beschikte over geen vliegtuigen meer. II./TG 1 en See Trans.Sta.2 waren uitgerust met Ju 52/m watervliegtuigen.
          Het einde van de oorlog betekende echter niet het einde voor de 'Tante Ju'. Het toestel werd nog een tweetal jaren in Frankrijk gebouwd, Spanje bouwde er eveneens nog een 100-tal en ook Zwitserland bleef het toestel nog een tijdlang gebruiken.

gotop   Luftwaffe transporteenheden met de Ju 52/3m uitgerust

Eenheid Code Opmerkingen
Stab./KGzbV 1 1Z werd Stab./TG 1 in mei 43
I./KGzbv 1 1Z werd I./TG 1 in mei 43
II./KGzbV 1 1Z werd II./TG 1 in mei 43
III./KGzbV 1 1Z werd III./TG 1 in mei 43
IV./KGzbV 1 1Z werd IV./TG 1 in mei 43
KGrzbV 2 G6 werd I./TG 2 in mei 43
KGrzbV 3 werd Stabstaffel./TG 4 in mei 43
KGrzbV 5 L5 werd Tgr 30 in mei 43
KGrzbV 6 ontbonden in maart 42
KGrzbV 7 ontbonden in maart 42
KGrzbV 8 ontbonden in april 42
KGrzbV 9 4V werd I./TG 3 in mei 43
KGrzbV 11 gevormd voor de inval in Nederland, onmiddellijk daarna ontbonden
KGrzbV 12 idem
KGrzbV 40 gevormd voor inval op Kreta, onmiddellijk daarna ontbonden
KGrzbV 50 werd II./TG 3 in mei 43
KGrzbV 60 gevormd voor inval op Kreta, onmiddellijk daarna ontbonden
KGrzbV 101 nam deel aan aanval op Noorwegen, Lage Landen, Frankrijk, ontbonden in 41
KGrzbV 102 werd III./TG 3 in mei 43
KGrzbV 103 nam deel aan aanval op Noorwegen, ontbonden op 5 mei 40
KGrzbV 104 werd II.TG 5 in mei 43
KGrzbV 105 werd IV./TG 4 in mei 43
KGrzbV 106 werd II./TG 2 in mei 43
KGrzbV 107 werd ontbonden in juni 40, restanten naar KGrzbV 108
KGrzbV 108 6I werd Tgr 20 in mei 43
I./ KGzbV 172 4V werd IV./TG 3 in mei 43
II./ KGzbV 172 4V werd Blindflugschule op Kreta (BFS 6)
KGrzbV 200
KGrzbV 300 werd een Ergänzungsgruppe in maart 43
KGrzbV 400 werd III./TG 4 in mei 43
KGrzbV 500 werd I./TG 4 in mei 43
KGrzbV 600 werd waarschijnlijk II./TG 4 in mei 43
KGrzbV 700 7V op LeO 451's in mei 43, nooit volledig geweest en later ontbonden
KGrzbV 800 werd II.TG/2 in mei 43
KGrzbV 900 moest uitgerust worden met Me 323, werd III./TG 5 maar nooit volledig
KGrzbV 999 ontbonden in april 42
KGrzbV S-7 ontbonden in januari 43, restant naar KGrzbV 400
KGrzbV S-11 ontbonden in december 42
KGrzbV S-13 ontbonden in december 42
KGrzbV Brindishi
KGrzbV Frankfurt ontbonden in februari 43
KGrzbV Neapel ontbonden in april 42
KGrzbV Opels ontbonden in april 42
KGrzbV Posen ontbonden in april 42
KGrzbV Reggio
KGrzbV Wittstock ontbonden in februari 43

gotop   Transportgeschwadern en Transportgruppen

Stab./TG 1 1Z gevormd uit Stab./KGrzbV 1
I. 1Z gevormd uit I./KGrzbV 1
II. 1Z gevormd uit II./KGrzbV 1
III. 1Z gevormd uit III./KGrzbV 1
IV. 1Z gevormd uit IV ./KGrzbV 1
Stab./TG 2 8T
I. 8T gevormd uit KGrzbV 2
II. 8T gevormd uit KGrzbV 800
III. 8T gevormd uit KGrzbV 106
Stab./TG 3 4V
I. 4V gevormd uit KGrzbV 9
II. 4V gevormd uit KGrzbV 50
III. 4V gevormd uit KGrzbV 102
IV. 4V gevormd uit I./KGrzbV 172
Stab./TG 4 G6 gevormd uit KGrzbV 3
I. G6 gevormd uit KGrzbV 500
II. G6 gevormd uit KGrzbV 600
III. G6 gevormd uit KGrzbV 400
Stab./TG 5 C8
I. C8 gevormd uit KGrzbV 104
II. C8 gevormd uit Me 323 Gruppe
III. C8 gevormd uit KGrzbV 900
Tgr 10 uitgerust met Savoia Marchetti
Tgr 20 6I gevormd uit KGrzbV 108
Tgr 30 S3 gevormd uit KGrzbV 5
LVG Bronkov speciale noodtransporteenheid
LVG Mobil speciale noodtransporteenheid

 

Bron : Aircraft Profile nr 117
Luftwaffe im focus 2003/2 - 2003/3 - 2004/4
Luftwaffe at war - Fighters over Russia

Top
TOP

Junkers Ju 52/3m foto (1)

Junkers Ju 52/3m Foto (2)

Junkers Ju 52 Burgertoestel

Back to Luftwaffe  ---- Update okt 2006 Go to RAF  ----  Update 13 jan 2003 Go to USAAF ---  Update apr 2002


Best Aviation Sites
Best Aviation Sites
Best Aviation SitesBest Aviation SitesAwarded to quality aviation information websitesBest Aviation Sites
Best Aviation SitesBest Aviation Sites
Best Aviation Sites

Valid HTML 4.0 Transitional

Informatie

email

Gastenboek

http://www.luchtoorlog.be