Focke-Wulf
Ta 152 H
Escorte(hoogte)jager
| Ta 152 H-1, W.Nr. 110003, in Langenhagen. |
De escortejager Ta 152 H was een speciale uitvoering voor een hoogtejager en verschilde van de Ta 152 C door zijn grotere spanwijdte en zijn drukcabine. Bij de uitrusting als hoogtejager werden aan de speciale vereisten tegemoetgekomen door de inbouw van een GM-1 installatie en door het gebruik van de MW-50 injectie. Daarbij kwam de beperking van de bewapening die bestond uit tot één motorkanon MK 108 en twee ML 151/20 machinegeweren in de vleugelwortels. Als motor werd een Junkers Jumo 213 E gebruikt. Als alternatieve oplossing was de bij de Ta 152 C ingebouwde motor van Daimler-Benz, de DB 603 LA of 603 L te gebruiken. Deze motor kon met slechts een miniem aantal aanpassingen worden geïnstalleerd. Zowel de Ta 152 C als de Ta 152 H waren gebaseerd op de standaard Fw 190 A-8.
De Ta 152 H-0, W.Nr. 110 0001:
werd in november 1944 afgewerkt. Van deze versie, die ondanks de benaming geen preproductieversie was, werden er in Cottbus 20 exemplaren gebouwd. De prototypes waren Ta 152 V1 (W.Nr. 110001) en Ta 152 V2 (W.Nr. 110002). De uitrusting bestond uit de bovenvermelde bewapening, zonder de vergrootte brandstofvoorraad, GM-1 en MW-50 installatie. Bij 18 toestellen werd een Schloß 503 B-1 voor een afwerpbare brandstoftank met een inhoud van 115 liter gemonteerd.
Ta 152 H-0/R11:
Was een speciale uitvoering voor een slecht-weer-jager met koerssturing LGW K23, FuG 125 en cockpitvensters die konden verwarmd worden. De productie begon in januari 1945.
Ta 152 H-1:
Productieversie met Ta 152 V3, V4 en V5 als prototypes. Deze versie werd aanvankelijk als Ta 153 met een vierblad propeller en een DB 603 uitgerust. Later werd er een Jumo 213 E met een drieblad propeller geïnstalleerd. Het toestel werd reeds in 1944 getest. Een ander prototype voor de H-1 was de Ta 153 V25 (W.Nr. 110025) die ook reeds in 1944 met een Jumo 213 E vloog. De veranderingen tegenover de H-0 bestonden vooral uit het inbouwen van vleugeltanks voor de GM-1 en MW-50 installaties. Men had voorzien, bij de serietoestellen, om op 7.000 m hoogte met een bijkomende brandstofvoorraad van 300 l in 'normale' omstandigheden (economische snelheid) een vliegduur van 3 uur te bereiken, zonder bijkomende brandstof moest een vliegduur van 2 uur bereikbaar zijn. De uiteindelijke operationele versie moest met MW-50 een vliegduur, bij economische snelheid, van 3,3 uur en zonder MW-50 een vliegduur van bijna 4 uur halen. De productie begon bij Focke-Wulf in januari 1945, en moest in maart bij Erla en Gotha beginnen.
Ta 152 H-1/R11:
Was een speciale versie van de H-1. De H-1 moest reeds de eerste machine met de Rüstsatz R11, speciale slecht-weer-uitrusting, kunnen uitgerust worden. Wegens moeilijkheden met de stabiliteit werd de GM-1 installatie vooreerst weggelaten.
Ta 152 H-1/R21:
Deze serie was in de vleugels uitgerust met de MW-50 hoge-drukinstallatie. Ook hier was de GM-1 installatie nog niet gemonteerd. De serieproductie was voorzien voor april / mei 1945.
Ta 152 H-1/R31:
De GM-1 installatie werd vrijgegeven voor installatie. Achter in de romp bedroeg de inhoud van de brandstoftank 280 l, in plaats van de normale 360 l zoals bij de H-1. In het motorcompartiment was een trimgewicht van 10,5 kg en de persluchtfles voor de GM-1 installatie ondergebracht. Het productiebegin was voorzien voor juni 1945. In april zouden er reeds drie exemplaren worden gebouwd.
Ta 152 H-2:
De productieversie van deze serie werd op 15.12.1944 van het productieprogramma geschrapt.
Ta 152 H-10:
Deze versie was als hoogte- of escortejager met camera's uitgerust. Er was voorzien om elke maand 20 Ta 152 H-1's van de productie te modificeren. De speciale uitrusting beston uit een Rb 20/30, 50/30 of een 75/30 camera.
De romp
Aan de romp werden er tegenover de Fw 190 A-8 volgende modificaties uitgevoerd:
Het voorste gedeelte van de romp (motorcompartiment) was 772 mm langer gemaakt om de MK 108 en beide MG 151/20's te kunnen inbouwen. Deze verlenging was zowel bij de Ta 152 H als de Ta 152 C uitgevoerd.
![]() |
| Fw Ta 152 C-0, CI + XM |
Het landingsgestel
Het landingsgestel evenals zijn stutten waren de normale uitvoering die ook bij de Fw 190 A-8 in gebruik was. De elektrische bediening was door een hydraulische vervangen. De wielen waren 740 x 210 mm.
Richtings- en hoogteroeren
Enkel de staartvlakken met hoogteroeren en de staartvin van de Fw 190 A-8 werden gebruikt. De staartvin was om stabiliteitredenen vergroot geworden. Het staartwiel was 380 x 150 mm. Het staartstuk was als één geheel, tezamen met een 50 cm lang tussenstuk, aan de romp bevestigd. Het was mogelijk om het geheel in hout te vervaardigen, daarbij viel het romptussenstuk weg daar de verlenging van de romp reeds met het staartstuk verbouwd was.
Door het vergroten van de spanwijdte waren ook de rolroeren en landingskleppen vergroot geworden. Ook hier werd de elektrische bediening van de landingskleppen door een hydraulische vervangen
Besturing
Door het verlengen van de romp moest de besturing gedeeltelijk met nieuwe overbrengingstukken uitgerust worden. De doorsteekopeningen in de cockpit waren drukdicht afgesloten. Verdere aanpassingen waren nodig door het inbouwen van vleugeltanks.
Vleugels
Door de omvang van de motor moesten de wielen 25 cm naar buiten verplaatst worden. Dit werd mogelijk gemaakt door het intern verlengen van de vleugelbalk. Om die reden moest er echter wel een nieuwe verbinding tussen de romp en de vleugels geconstrueerd worden. Het vergroten van de spanwijdte op 14,44 m vereiste ondanks het geringe toenemen van de belasting een versterkte vleugelbekleding binnenste vleugelsectie.
De buitensectie van de vleugel was opgebouwd in schaalwijze. De dwarskrachten werden daarbij over de vleugelvoorrand en de achterste balk geleid die tussen de ribben door verstijvingsribben versterkt waren. Het inbouwen van drie zaktanks in de vleugels vereiste bovendien een gedeeltelijke versteviging van de ribben en de schaalbanden. Voor de installatie van de vleugeltanks was er in elke vleugelonderzijde een inspectieplaat met een doormeter van 200 mm aangebracht.
Motor
![]() |
| Zicht op de Jumo 213 E aan bakboord. Let op de brede paddelvormige propellerbladen. |
Als motor werd een bij Junkers Motoren ontwikkelde Jumo 213 E hoogtemotor ingebouwd. De voornaamste kenmerken van deze motor waren:
Opvoeren vermogen: om de prestaties op volle drukhoogte te kunnen opvoeren was een injectiepomp voor een water-methanol mengeling (MW-50) voorzien. Als tank voor deze mengeling diende de binnenste vleugeltank aan bakboord, inhoud 70 l. Bij de injectie van de MW-50 vond er een verhoging van de laderdruk plaats door de beïnvloeden van de regelaar voor de laderlucht. De injectie diende hierbij voor de interne koeling om schadelijke thermische belastingen te voorkomen. De voorraad van 70 l liet een gebruiksduur van 28 min toe bij een verbruik van 150 l/u.
Voor het opvoeren van de prestaties en de volle drukhoogte was de GM-1 installatie voorzien. In een ronde tank in het achterste rompgedeelte was 85 l GM-1 ondergebracht. De prestatieverhoging door gebruik van de GM-1 bedroeg 410 pk. De gebruiksduur bedroeg bij een gemiddeld gebruik van 100 gr/sec iets meer dan 17 min Het verbruik kon geregeld worden tussen 60, 100 en 150 gr/sec.
![]() |
| Schematische voorstelling van de brandstofinstallatie |
De voornaamste brandstoftank met een inhoud van 233 l werd onveranderd overgenomen van de productieserie, hij werd slechts overeenkomstig met het naar voor verplaatsen van de vleugel van plaats veranderd. Daardoor bood zich de mogelijkheid om de achterste romptank, met een inhoud bij de productieversie van 292 l, met 70 l te verhogen. De tanks hadden onderaan en aan de zijwand een dikte van 16 mm, de bovenzijde was 12 mm dik.
Om een toename van het bereik te bewerkstelligen waren er volgende bijkomende brandstoftanks voorzien:
De installatie van de tanks gebeurde langs de onderzijde van de vleugels door inspectieplaten. Bij operaties die een nog grotere reikwijdte vereisten kon er een 300 l afwerpbare (indien nodig zelfs een 600 l) brandstoftank meegevoerd worden.
Smeerstofinstallatie
![]() |
| Schematische voorstelling van de olieleidingen |
Normale uitrusting
De normale uitrusting kon grotendeels van de A-8 overgenomen worden. Uitzonderingen vormden onder andere de door omschakeling op hydraulische bediening van het landingsgestel en de landingskleppen noodzakelijke veranderingen en enkele veranderingen die noodzakelijk waren bij de inbouw van de Jumo 213 E. Verdere toevoegingen waren de installatie die de ademlucht verzorgde.
A: Ademlucht:
![]() |
| Schematische voorstelling van de luchttoevoer |
Op hoogtes onder de 8.000 m werd er frisse lucht toegevoerd door de vliegstuwing over een terugslagventiel dat zich ingeval van drukwerking afsloot. Door een regelaar van de ademluchttoevoer kon naar gelang de vereisten frisse lucht of druklucht in de cabine binnen gevoerd worden, dat gaf de mogelijkheid tot een beperkte temperatuurregeling.
De verwarming van de cabine bij drukwerking begaf zich in draagbare grenzen, toen er bij de testen werd vastgesteld dat de temperatuur te hoog opliep moest er een bijkomende koeling voorzien worden.
B: Radiouitrusting:
de voornaamste apparatuur bestond uit:
C: Bewapening:
Ta 152 H-0 en 152 H-1:
Het motorkanon ML 108 en de volledige motorinstallatie waren om ballistische redenen op +35' opgesteld. Het was mogelijk om onder de vleugels raketwapens van diverse uitvoeringen te installeren.
D: Afwerpinstallatie:
Het meevoeren van bommen onder de vleugels en onder de romp was niet voorzien, daar het toestel enkel als escortejager was uitgevoerd. Voor het meevoeren van een afwerpbare brandstoftank werd de speciale installatie voor het ophangen van een brandstoftank, Ta 152, gemonteerd.
E: Passieve verdediging:
De pantsering van de cockpit werd overeenkomstig de hogere vereisten die nodig waren door de zwaardere kalibers die de vijandelijke toestellen inzetten versterkt en aangepast.
Pantsering van de Ta 152 H-1:
| Onderdeel | Dikte (mm) | Gewicht (kg) |
|---|---|---|
| Voorste ringpantser (motor) | 15 | 39,0 |
| Achterste ringpantser (motor) | 8 | 22,5 |
| Pantsering windscherm | 15 | 14,0 |
| Frontale pantsering | 70 | 22,5 |
| Schouderpantser | 5 | 5,9 |
| Rugpantser * | 8 | 18,2 |
| Pantserplaat aan spant | 5 5 | 7,9 |
| Hoofdbescherming piloot | 20 | 20,0 |
| Gewicht totale pantsering | 150,0 | |
| * Er was voorzien om de rugpantsering van de piloot te versterken tot 15 mm. | ||
Identificatie van de productieserie Ta 152 H-0 en H-1:
| Gebruik: | Éénzitter escorte(hoogte)jager met drukcabine |
| Bouwwijze: | Éénmotorige vrijdragende laagdekker met hydraulisch intrekbaar landingsgestel |
| Motor: | Jumo 213 E. Opvoering van het vermogen door GM-1 en MW-50 injectie. |
| Afmetingen: | Vleugeloppervlakte 23,5 m² Spanwijdte 14,49 m Oppervlakte richtingsroer 1,77 m² Oppervlakte hoogteroeren 2,82 m² Lengte 10,80 m Hoogte (max.) 3,36 m (propeller rechtop) |
| Gewicht (operationeel): | H-0 4.730 kg H-1 5.230 kg |
| Bewapening (H-0 en H-1): | 2 MG 151/20 met elk 175 patronen in de vleugelwortel 1 MK 108 met 90 granaten als motorkanon |
| Pantsering: | Motor 10/5 mm G= 62 kg Cockpit 20/15/10/8/5 mm G= 88 kg Frontaal 70 mm |
| Specifieke uitrusting: | FuG 16 zy, FuG 25a, FuG 125, K23, Revi 16b, Atemluftverdichter 300/100 met regelapparatuur |
| Brandstof: | H-0 : normaal in de romp 594 l B4, 85 l GM-1 afwerpbare tank van 300 l B4 H-1 : normaal in de romp 594 l B4 85 l GM-1 5 bijkomende vleugeltanks (zaktanks) met 400 l B4 1 vleugeltank met 70 l MW-50 afwerpbare tank van 300 l B4 |
Bronnen:
Vorläufige baubeschreibung nr. 271, Höhenjagdflugzeug Ta 152 H, 130.11.1944
Baubeschreibung nr. 292, Begleitjäger Ta 152 H, 15.1.1944
Bewaffenungsübersicht Fw 190 und Ta 152, 15.12.1944
Rohrblock 108 Einbau in Flügel mit Behälter, 26.1.1945
SG 500 Einbau in Flügel mit Behälter, 26.1.1945
Schleppleistungsvergleich verschiedener Kühlsysteme in Ta 152 H mit Jumo 213 E, Bericht nr. 03040, februari 1944
Untersuchung der Kraftstoffanlage Ta 152, Bericht nr. 20255, 16.9.1944
Zusammenstellung wichtiger laufender Konstruktionsarbeiten Fw 190/Ta 152, 20.3.1945
Behälteranlage Ta 152 C und H, 1945
Baureiheübersicht FW 190/Ta 152, 3.1.1945
Baureiheübersicht Fw 190/Ta 152, 21.3.1945
Fw 190/Ta 152, Einmotorige Jagdflugzeuge, 23.7.1944
Erprobungsberichte Ta 152 H in Echterdinge 1944
Einbau einer Seitenflosse in Holzbauweise, Zeichnung nr. 152.00-21, 1945.