Focke-Wulf
Fw 200 C bij KG 40
F o t o' s (5)
![]() |
| Een bemanning van KG 40 maakt zich klaar en trekt zijn zwemvesten aan alvorens aan boord te gaan. Uiterst links Hauptmann Bernhard Jope, één van de leidende figuren bij de antischeepsmissies. |
![]() |
| Oberleutnant Jope na zijn eerste groot succes. |
![]() |
| Toen de geallieerde konvooien nog niet waren uitgerust met voldoende luchtafweer of luchtbescherming en enkel over aan de schepen bevestigde versperringballonnen beschikten konden de Fw 200 hun aanvallen op zeer lage hoogte uitvoeren. Dit liet toe dat Oberleutnant Bernhard Jope, 2./KG 40, en zijn mannen meer dan 90.000 BRT kon tot zinken brengen tussen augustus en september 1940. Jope ontving op 30 december 1940 het Ritterkreuz voor het plaatsen van een twee treffers van 250 kg op RMS Empress of Britain, met kapitein Charles Havard Sapsworth als gezagvoerder, op 54°53’ N. en 10°49’ W. op 70 zeemijl ten noordwesten van de Araneilanden |
![]() |
| Major Bernhard Jope, Kommandeur van III./KG 100 leidde de aanval op de Italiaanse slagvloot op 9 september 1943. Ervoor had hij zijn strepen vediend bij KG 40 als lange-afstandverkenner en had het Ritterkreuz ontvangen voor het toebrengen van zware schade aan het troepentransportschip Empress of Britain, die op 28 oktober door 2 torpedo's van de U-32 van KptLt. Hans Jenisch in de flank werd getroffen ten noordwesten van Bloody Foreland.25 bemanningsleden en 20 passagiers gingen hierbij verloren. De Empress of Britain zonk echter weg in positie 55°16’ N. en 09°50’ W. Van de 623 opvarenden overleefden 578 deze scheepsramp. |
![]() |
| Major Berhard Jope was Geschwader Kommodore van KG 100 tot midden augustus 1944 toen hij naar Duitsland werd teruggeroepen voor een cursus eenheidscommandant. Hij werd in Leipzig geboren op 10 mei 1914 en werd in 1930 piloot bij de Lufthansa. Bij het uitbreken van de oorlog werd hij bij 2./KG 40 ingelijfd en vloog operationele opdrachten boven Polen, Frankrijk en Engeland met de Fw 200. Zijn eenheid werd overgeplaatst naar zuid-Frankrijk vanwaar hij vluchten over de Atlantische Oceaan uitvoerde in samenwerking met de U-Boote van de Kriegsmarine. Op 26 oktober 1941 bracht hij zware schade toe aan het Britse troepentransportschip Empress of Britain waarvoor hij het Ritterkreuz in ontvangst mocht nemen. Hij werd overgeplaatst naar KG 100 waar hij later Kommodore werd en op 24 maart 1944 kreeg hij het Eichenlaub. Iets later in 1944 werd hij bevorder tot Oberstleutnant en overgeplaatst naar KG 30 als Kommodore waar hij bleef tot het einde van de oorlog. |
![]() |
| Majoor Robert Kowalewski had een uitstekende carriere als lange-afstandverkenner met de He 111 bij KG 26. In mei 1940 mocht hij het Ritterkreuz ontvangen en in augustus 1941 vertrok hij als Kommandeur van II./KG 26 om Kommandeur te worden van III./KG 40 op de Fw 200. In het eindstadium van de oorlog vloog hij bij KG 76 met de Ar 234. |
![]() |
| Hptm Georg Schobert houdt een vluchtcalculator vast terwijl zijn navigator de koers aantekent op een kaart in front van hun Fw 200 van 7./KG 40. Beide bemanningsleden dragen het zware vliegerpak met zwemvest. |
![]() |
| Hptm. George Schobert met vliegend personeel van de 7.Staffel en hun Fw 200 C-4 met verkleinde eenheidscode, aangebracht over de vroegere grotere codeletters. Schobert en zijn bemanningen verdwenen in december 1943. |
![]() |
| Een bemanning van 9./KG 40 voor hun machine, 23 augustus 1940. Tweede van rechts is Ofw Hans Gentsch. |
![]() |
| KG 40 werd niet enkel bekend door het vliegtuigtype waarop werd gevlogen maar ook door het embleem 'Wereld in een ring'. En vooral door het aantal geallieerde schepen die door de eenheid tot zinken werden gebracht. Eén van de voornaamste bases van deze anti-marine eenheid was Bordeaux-Mérignac in Frankrijk. |
![]() |
| Machine van I./KG 40 wordt getankt op de basis van Bordeaux-Merignac. |
![]() |
| Machine van I./KG 40 wordt getankt op de basis van Bordeaux-Merignac. |
![]() |
| Wapenmakers laden SC 250 bommen in een FW 200 C van KG 40 op het vliegveld van Bordeaux-Merignac. |
![]() |
| De Fw 200 Condor's van KG 40 vlogen verkenningsopdrachten tussen hun basis in Bordeaux-Marignac in Frankrijk en Stavanger/Sola in Noorwegen, op zoek naar geallieerde konvooien. Aanvankelijk had de Royal Navy een nijpend tekort aan escorte-vaartuigen en -vliegtuigen en konden deze toestellen de konvooien zonder veel eigen risico aanvallen. |
![]() |
| Deze bemanningsleden van I./KG 40 trekken hun zomerpakken aan op Bordeaux-Merginac tijdens de zomer van 1943. Hier een Fw 200 C van I./KG 40 met een duidelijk beeld van het camouflagepatroon in gebruik bij maritieme operaties. |
![]() |
| Een lid van het grondpersoneel staat klaar om een Condor ' af te vlaggen' voor nog maar eens een lange verkenningspatrouille boven de Atlantische Oceaan. Let op de uitlaten van de BMW 323 R-2 motoren (Bundesarchiv) |
![]() |
| Twee bemanningsleden van KG 40 berekenen hun koers voor de volgende opdracht terwijl de motoren warm draaien. Patrouillevluchten boven de Atlantische Oceaan waren dikwijls zeer lang en afstompend omdat er weinig - afgezien van eventuele gevechten of aanvallen - te beleven of te zien viel. |
![]() |
| Bemanningen volgen met aandacht de briefing van een lid van de Staf van KG 40. Gewoonlijk droegen de bemanningen hun zwemvesten bij deze vluchten die soms ver over zee weren uitgevoerd. |
![]() |
| Na de briefing verspreiden de bemanningsleden zich over hun toestellen. De machines dragen de gebruikelijke camouflage voor gevechtsvliegtuigen van de Staffeln van KG 40 tijdens opdrachten uitgevoerd vanaf vliegvelden in West-Frankrijk |
![]() |
| Een laatste controle voordat deze bemanning zich aan boord begeeft van hun Fw 200 voor het uitvoeren van een volgende gevaarlijke opdracht boven de Atlantische Oceaan in de zomer van 1943. Beide officieren dragen de kentekens van Oberleutnant. |