Focke-Wulf
Fw 190 A - Würger
F o t o' s (1)
|
| De montagehal van de fabriek in Bremen. Het personeel werkte in hoog tempo aan de FW 190 A-1
om tegemoet te komen aan de grote vraag van de fronteenheden. |
|
| De FW 190 V-1 in de montagehal. Ondanks zijn gestroomlijnde vorm van de tunnelvormige opening
in de propellerdop slaagde deze er niet in om de koeling van de BMW 139 motor te verbeteren. |
|
| De onbewapende FW 190 A-0 SB+IX wordt klaargemaakt voor verdere testen. Zomer 1941. |
|
| Drie FW 190 A-0's starten voor een motortest op Rechlin. Erprobungsstaffel 109 maakte de FW 190 A-0's klaar voor de start. |
|
| Ondanks zijn stermotor had de FW een zeer gestroomlijnde vorm, een kenmerk van alle modellen.
De machine zou spoedig de vrees van de Britten en de trots van de Duitsers worden. |
|
| Eén van de eerste FW 190 A-1's, W.Nr. 067 TI+DQ, voor de overdracht aan een gevechtseenheid.
De machine heeft de gebruikelijke RLM 74/75/76 camouflage met gele onderzijde van de motorkap. Na levering aan 4./JG 26 werden de codeletters vervangen door de 'weiße 5 + -'. Op 10 april 1942 stierf Leutnant Werner Michalski in deze machine toen hij werd neergeschoten door Spitfires bij Abbeville-Drucat. De bewapening is weggewerkt door de censuur. |
|
| en Fw 190 A-1 van 5./JG 26, WNr. 033, de eerste operationele Gruppe op Focke-Wulf. Let op de
zwarte verf op de motorkap achter de uitlaten tot aan het vleugelvloeistuk. Moorsele, België, late herfst 1941. |
|
| Deze FW 190 A-2 RI+KW werd met een ski-landingsgestel getest in het begin van
1941 in Noorwegen. De verminderde luchtsnelheid, veroorzaakt door de luchtweerstand van de landingsskis's was er de oorzaak van dat dit landingsgestel geen verdere in gebruikname bij jagers en zware Zerstörer kende. Ten slotte werden alleen de Ju 52 transporttoestellen uitgerust met ski-onderstellen. |
|
| Een FW 190 A-3 rolt van de montagelijn in Bremen. De standaard RLM 74/75/76 camouflage is
aangebracht. Deze versie had een BMW 801 D-2 motor van 1.700 pk die een snelheid van 660 km/u opleverde. |
|
| Fw 190 A-3 WNr. 313, gevlogen door Oblt. Armin Faber, Stab III/JG 2, die per vergissing
landde op de RAF-basis van Pembrey in Zuid-Engeland door een navigatiefout na een luchtgevecht op 13 juni 1942. Voor de RAF was dit een uiterst welkom geschenk 'uit de hemel'. Een serie testen en evaluaties verraadden een aantal tekortkomingen, vooral zijn onverwacht mindere prestaties op grote hoogtes. Aan de hand van deze informatie kon de RAF tegenmatregelen treffen. |
|
| Deze FW 190 A-3/U4 met een zeer interessant camouflagepatroon. Let op het rode '6' lettertype, de vegen op het roer en de gele onderzijde van de motorkap. Frankrijk 1944. |
|
| FW 190 A-3/U7 met de luchtinlaten voor de compressor aan beide zijden van de romp. Er werden slechts een paar exemplaren aan de gevechtseenheden geleverd. |
|
| Een FW 190 A-3 klaar om op te stijgen. De MG FF kanonnen werden dikwijls bij de gevechtseenheden verwijderd. |
|
| FW 190 A-4 'weiße 7' W.Nr 145281, klaar om op te stijgen vanaf het vliegveld van Cognac,
Frankrijk. Links is het landingslicht zichtbaar. De vleugelbewapening is beperkt tot MG 151/20 kanonnen. |
|
| FW 190 A-4 Jabo, Zuid Europa (SKG 10?) Waarschijnlijk standaard RLM 74/75/76 camouflage met witte vleugeltippen en rompband. Op de voorgrond een SC 250 bom. |
Alle foto's © Imperial War Museum konden gepubliceerd worden na contact met Mr. Geoff O'Connor -- GOconnor@iwm.org.uk--
en dank zij de vriendelijke toelating van Mr.Ian Carter --ICarter@iwm.org.uk-- van het I.W.M.