Back to...

 

Dornier Do 17-215
Fliegende Bleistift

 

Do 217 B-1
Foto van een Do 215 B-1 met een indruk van de aërodynamisch gunstige vormgeving van het vliegtuig, dat uitstekende vliegeigenschappen bezat, vooral op lage hoogtes en zijn robuustheid en groot weerstandsvermogen bij de inzet bewees.

Inhoud

gotop   Ontwikkeling

In tegenstelling tot de Heinkel He 111, waarvan de militaire carrière naast het gebruik door de Deutsche Lufthansa reeds vanaf het ontwerp voorzien was, werd in 1933 de Dornier Do 17 door de Lufthansa als een snel verkeersvliegtuig, dat tegenover de Heinkel He 70 een grotere passagiersruimte bezat, in bestelling gegeven. Het toestel was, alhoewel het ook niet in zulke grote aantallen als de He 111 en Junkers Ju 88 gebouwd werd, echter wel numeriek sterk vertegenwoordigd boven Engeland tijdens de noodlottige zomerdagen van 1940. Tegen het eind van 1942 was de machine bijna volledig verdwenen uit de gelederen van de fronteenheden, maar nam zijn vaste plaats in de luchtvaartgeschiedenis in als één van de drie tweemotorige bommenwerpers van de Luftwaffe die de bliksemoverwinningen mogelijk maakten tijdens de eerste twee jaar van de oorlog , naast ander beroemde toestellen zoals de Me 109, Bf Me 110, Ju 88 en de Spitfire en Hurricane.
          De machine vond haar oorsprong in de herfst van 1934 en de bijnaam 'Fliegende Bleistift' -Vliegend Potlood- had het toestel te danken aan zijn uiterst slanke vorm. Reeds op 23.11.1934 startte de met twee BMW VI 750 pk 12 cilinder motoren uitgeruste Do 17 V1 als een uiterst slanke hoogdekker met één enkele staartvin voor zijn eerste vlucht. Do 17 V2 en V3 volgden enkele weken later.
Do 17 V-1
Het prototype Do 17 V-1. De slanke vorm van het vliegtuig gaf aanleiding
tot de bijnaam 'Vliegend Potlood'.
De fabriekstesten verliepen tevredenstellend waarna de drie toestellen aan de Lufthansa werden overgedragen. Hier zou het toestel dienst doen als snel postvliegtuig dat tevens in staat was om zes passagiers te vervoeren. De slanke vorm bleek echter een misrekening te zijn, de passagiers moesten acrobatische toeren uithalen om op hun plaatsen te geraken, en de Deutsche Lufthansa keurde de toestellen af. Als zuiver postvliegtuig zouden de onderhoudskosten te hoog uitvallen.
          Door deze tegenslag bleven de drie toestellen bijna een half jaar lang in een hangaar op het fabrieksterrein van Dornier in Löwenthal zonder dat er nog naar werd omgekeken. Flugkapitan Untucht van de DLH, afgedeeld bij het Reichsluftfahrtministerium, de man die een aantal records met de He 70 V2 op zijn naam had staan en in 1938 met de Ju 90 V2 te Badhurst zou verongelukken, merkte bij toeval de drie verlaten Do 17's op. Op zijn verzoek kreeg hij de toelating om één van de drie toestellen te vliegen. De demonstratie die hij na enkele testvluchten met de Do 17 gaf, grensde bijna aan kunstvliegen. Na zijn landing verklaarde hij : 'Dat ding is snel en wendbaar als een jager. Geef de machine meer lengtestabiliteit en we hebben de ideale snelle bommenwerper.'
          Het concept voor een Schnellbomber had het RLM reeds lang gefascineerd en de opmerking van Untucht leidde tot de opdracht om een kleine serie van het toestel te bouwen voor de Luftwaffe. Om de lengtestabiliteit te verbeteren kregen deze prototypes, beginnend met de V-4, een dubbele staartvin die terzelfdertijd een beter schootsveld gaf aan de MG-schutter van de B-stand (achter-boven). In de plaats van de passagiersruimte werd er een plaats voorzien voor een radio-operator en een bommenruim ontworpen. Verder werden er geen veranderingen aangebracht. De V4 werd aangedreven met dezelfde motoren als zijn voorgangers. De D0 17 V5 werd met twee 770 pk Hispano-Suiza 12 Y motoren-in-lijn uitgerust terwijl de V6 en V7 (D-AAQH en D-AYLI) de BMW 132 kregen ingebouwd.
Do 17 V-7
Do 17 V-7 voor het begin van zijn testprogramma.
De V7 kreeg bovendien een MG 15 MG boven op de romp geïnstalleerd. Tijdens een militaire demonstratie in 1935 op het Erntedankfest te Bückeberg, waarbij ook één van de Do 17 prototypes aanwezig was, scheen er niemand te merken dat er hier een snelle bommenwerper vloog die sneller was dan alle binnen- en buitenlandse jachtvliegtuigen die zich op het ogenblik in produktie bevonden. Ook in het buitenland scheen men niets te merken. Tijdens schijngevechten met Duitse jagers had men de capaciteiten van de Do 17 opgemerkt en deze zouden later tot een produktie-opdracht van het RLM leiden.
          Pas in juli 1937, tijdens een internationale competitie voor militaire vliegtuigen te Zürich op het vliegveld van Dubendorf, werd de aandacht van het buitenland op de machine getrokken. Hier bereikte de Do 17 V8 -ook bekend onder de naam Do 17 MV-1 (D-ACEE)-, die met twee 950 pk Daimler Benz DB 600 A motoren was uitgerust, een snelheid van 354 km/u. Hiermee was hij 40 km/u sneller dan het toenmalige snelste buitenlandse jachtvliegtuig - de Franse Dewoitine D 510. Natuurlijk was dit toestel geen produktiemachine maar een speciaal gebouwde machine voor het halen van hoge snelheden. Na zijn prestaties in 1937 te Zürich had de Do 17 ook zijn bijnaam van 'Flying Pencil' van de Engelsen gekregen.
          Het modelvliegtuig voor de eerste serie van de productie was de Do 17 V9 (D-AHAK). Deze werd gevolgd door de D0 17 V10 (D-AKUZ) die zoals de V9 met twee BMW VI motoren was uitgerust.
Do 17 V-9
De Do 17 V-9 was het modelvliegtuig voor de E-serie.
De V9 werd gekenmerkt door een nieuwe glazen neus en kon een bommenlast van 1.000 kg meevoeren. Zijn defensieve bewapening bestond uit een beweeglijke 7,9 mm MG in een rugkoepel, een MG 15 die door de stuurboordzijde van de cockpit stak en een installatie voor een MG 15 in de buik die door een luik in de vloer vuurde. Deze beide toestellen werden uitsluitend als testvliegtuigen gebruikt. De produktie van bommenwerper E-1 begon in de fabrieken van Dornier rond Friedrichshaven en deze variant verscheen tegen het eind van 1936. De produktie verliep parallel met de bouw van de lange-afstandverkenner F-1. De F-1 beschikte over twee in de buik gemonteerde Reibenbildgeräte Rb 50/18 of 50/30 camera's. De Do 17 E-2 en E-3 waren gelijk aan de E-1.
          Bij de Do 17 werd ook voor de eerste maal de seriebouw op grote schaal toegepast waarbij de onderdelen in grote eenheden (romp, apart cockpitgedeelte, staarteenheid en vleugels) ook door onderaannemers werden gebouwd. De vliegtuigcel was zodanig ontworpen dat men motoren van 600 tot 1.100 pk kon inbouwen. Ondanks de herhaalde veranderingen aan bewapening en uitrusting die werden uitgevoerd om aan de militaire vereisten tegemoet te komen werd er aan de basisconstructie van de Do 17 nooit iets veranderd.

  

  

  

  

gotop   In dienst en verderontwikkeling

De Do 17 E-1 begon zijn dienst midden 1937 en één van de eerste eenheden die met de machine werden uitgerust was KG 255 'Alpen-Geschwader' die zijn basis te Memmingen had. In het begin van 1938 werden verschillende E-1's met een Staffel van KG 88 'Legion Condor' naar Spanje gestuurd waar ze operationeel werden getest.
Do 17 E-1
'Pablo' van Kampfgruppe K 88 van het Legion Condor
op zijn basis bij Burgos.
Een aantal F-1's werden door de Aufklärungsstaffel 88 ingezet. Door hun snelheid konden beide varianten zonder problemen ontkomen aan de bonte mengeling van jachtvliegtuigen die daar door de Republikeinse Luchtmacht werden ingezet.
          Maar hier reeds werd het duidelijk dat de hoogteprestaties van de BMW VI motoren niet toereikend waren. Daar de DB 600 en later de DB 601 motoren voor de jagersproduktie nodig waren werd de Do 17 V13 (MV-3 – D-AAQU) met de Bramo 323 Fafnir uitgerust, deze had in verschillende versies met een compressor uitgerust voldoende hoogte-capaciteiten. Voorheen echter waren er door de Joegoslavische Regering, die onder de indruk was van de prestaties van de MV-1, 20 Do 17's besteld. Deze waren afgeleid van de V8 en uitgerust met twee 980 pk Gnôme-Rhône stermotoren. De verkenningsversies ervan waren de D 17 Ka-1 en Ka-2, de bommenwerperversie was de Do 17 Kb-1. Deze exportversie werd vanaf 1937 geleverd en in 1940 werd er een licentie afgeleverd voor de bouw ervan. De Joegoslaven bouwden 50 van deze toestellen die dan in 1941 tijdens de veldtocht in de Balkan enkele onaangename verrassingen voor de Duitse troepen in petto hadden.
          De Do 17 L was voorzien om uitgerust te worden met de 900 pk Bramo 323 9 cilinder stermotoren. Tezelfdertijd zou er een vierde bemanningslid toegevoegd worden in functie van operator voor de versterkte radio-uitrusting omdat deze variant dienst zou doen als leidtoestel voor bommenwerperformaties. Van dit model werden er maar twee toestellen gebouwd, LV-1 en LV-2 (V11 en V12). Een tweede model, de Do 17 M, was voorzien als normale bommenwerper met drie MG's en 1.000 kg bommenlast. De Do 17 M-1/Trop was een tropenversie van de M-variant en de M-1/U1 was uitgerust met een dinghy die was ondergebracht in een speciaal ruim vóór de rugkoepel. Door het verschijnen van snellere jachtvliegtuigen zoals de Morane MS 406 en de Hawker Hurricane werd het ook noodzakelijk een zwaardere bewapening te voorzien. Parallel met de M-versie ontstond de lange-afstandverkenner Do 17 V15 of PV-1, die met de iets zwakkere, maar daardoor ook lichtere 865 pk BMW 132 NG motoren werd uitgerust. Dit toestel was in feite een verkenningsversie van de M-1 en kreeg later de benaming P-1.
Do 17 P-1
Do 17 P-1 van de meteo- Staffel 'Rhein-Main' op het vliegveld van Frankfurt.
Deze was uitgerust met een Rb 20/30 en een Rb 50/30 of een Rb 20/18 en 50/18 camera. De P-1/Trop was uitgerust met zandfilters en overlevingsmateriaal voor operaties in de woestijn. De Do 17 RV-1 en RV-2 waren modelvliegtuigen voor een geplande R-serie maar deze werd wegens leveringsproblemen met de DB-motoren niet gebouwd. De RV-1 met DB 600 G (D-ARRR) en RV-2 met DB 601 A (D-ATJU) werden dan door de Luftwaffe als testtoestellen voor verschillende doeleinden ingezet.
          Op 19.9.1938 beschikte de Luftwaffe volgens de getalsterkte opgegeven door de Generalquartiermeister der Luftwaffe over 479 Do 17 E, F, M en P's. Dornier had op dit tijdstip echter reeds 579 toestellen afgeleverd. De ontbrekende 100 toestellen waren naar Spanje gestuurde en door ongelukken en andere omstandigheden verloren gegane toestellen.
          De volgende variant van de Do 17 was de S-0, een snelle lange-afstandverkenner met DB 600 G motoren die als eerste over de grotere bemanningsruimte van de Do 17 Z en Do 215 beschikte maar slechts in drie exemplaren gebouwd werd. Als vervanging voor de L-variant ontstond de Do 17 U, een leidvliegtuig voor bommenwerperformaties met DB 601 motoren, waarvan er door gebrek aan motoren slechts 15 exemplaren werden gebouwd. Deze variant had een vijfkopige bemanning en een versterkte radio-uitrusting, verder was het toestel gelijk aan de S-0. De afgewerkte U-0's en U-1's werden aan de Luftnachrichten Abteilung 100 geleverd in oktober 1939. In november 1939 werd Ln.Abt 100 Kampfgruppe 100 en werd bekend door het leiden van verschillende nachtaanvallen op Engeland met inbegrip van deze die voor de vernieling van Coventry in november 1940 verantwoordelijk was.

gotop   De Dornier Do 17 Z

Het laatste en voornaamste produktiemodel was de Z-serie die in het begin van 1939 verscheen. De eerste Z-0 en Z-1's hadden dezelfde motoren als de M-1 en ook dezelfde hoogteprestaties. Om het bereik te vergroten had men de bommenlast verminderd tot 500 kg. Toen in het begin van 1939 de Bramo 323 P –1.000 pk met tweetraps-compressor– beschikbaar werd ging de Z-2 in serie.
Do 17 E-1
Do Z-2 van III./KG 2 dat in het Westen tot de eenheden van het
II. Fliegerkorps behoorde.
Deze droeg terug 1.000 kg bommen en had daardoor had een iets mindere maximale snelheid en een korter bereik. Wegens zijn betrouwbaarheid en robuustheid was het toestel echter zeer geliefd bij de Luftwaffe. De bewapening van de machine was versterkt tot zes 7,9 mm MG 15 MG's; een vaste en een beweeglijk naar voor vurende MG, een naar achter vurende MG in de rugkoepel, een naar achter vurende MG in een buikpositie en twee wapens die in zijstanden waren opgesteld.
          Zweden en Joegoslavië toonden grote interesse voor de aankoop van de Do 17 Z. Deze exportversie kreeg de benaming Do 215. Het modeltoestel voor deze serie was de Do 17 Z-0 (D-AFFY) met Bramo 323 A-1 motoren en kreeg de benaming Do 215 V-1. Dit toestel werd nog gevolgd door een Do 215 V-2 (D-AIIB), ook een vroegere Do 17 Z-0 maar uitgerust met de Franse Gnôme-Rhône 14 No motoren. De beide geïnteresseerde kopers verlangden echter dat de toestellen met DB 601 motoren zouden geleverd worden. In de zomer van begon de seriebouw van de Do 215. Zweden had 18 toestellen besteld, kreeg er echter geen enkel van. In totaal werden er 100 Do 215's gebouwd, die allen aan de Luftwaffe werden geleverd. Bij het uitbreken van de oorlog op 1 september 1939 beschikte de Luftwaffe over 100 Do 17 E-1, 32 M-1 en 188 Z-1 en Z-2's. Daarbij kwamen nog eens 213 lange-afstandverkenners Do 17 P-1's. In totaal 533 D0 17/215's. Ondertussen had de Heinkel He 111 de Do 17 voorbijgestoken, van hem stonden er op 1 september 1939 705 toestellen inzetklaar.
Do 17 E-1
De Do 17 Z-3 bezat in de B-stand drie MG 15. De schutter moest
zijn staalhelm dragen doordat er een pantsering
voor de B-stand ontbrak.
          Van de Do 17 Z ontstonden nog de varianten Z-3 als lange-afstandverkenner met Rb 20/30 en Rb 50/30 camera's, daarvan werden 22 exemplaren gebouwd. Ook de Z-4, met dubbele besturing als scholingsvliegtuig werd in enkele exemplaren afgeleverd. De Z-5 was gelijk aan de Z-2 maar was uitgerust met zeenooduitrusting. De Do 17 Z-7 'Kauz I' (nachtjager – waarschijnlijk slechts twee gebouwd) en Do 17 Z-10 'Kauz II' ( nachtjager – slechts negen exemplaren) sloten de rij.
          Na de aanvankelijke nachtbombardementen van de RAF en het oprichten van de Duitse nachtjacht werd er ook van de Do 17 een nachtjachtversie in overweging genomen. De neus van de Do 17 Z-3 werd daarbij vervangen door de neus van een Ju 88 C-1 - het voorste deel van deze jager was in feite gelijk aan de kruissectie van de Do 17. Het toestel bezat drie 7,9 mm MG's en een MG FF in het bovenste gedeelte van de neus. Deze modificatie kreeg de naam Kauz I maar kende niet veel succes. Daarop werd een tweede variant met een geheel nieuwe neus ontworpen die de benaming Kauz II kreeg. Deze versie was in het bovenste gedeelte van de neus uitgerust met vier 7,9 mm MG 17 MG's en in de onderste helft waren er twee 20 mm kanonnen gemonteerd. De sluitstukken van de kanonnen bevonden zich in de bemanningsruimte en konden dus tijdens de vlucht nageladen worden. De staartverdediging bestond uit een 7,9 mm MG 15. De Do 17 Z-10 Kauz II was bovendien uitgerust met een speciaal infrarood licht dat bekend stond als de Spanner Anlage. Dit werd ingezet in samenwerking met het Q-Rohr mikscherm en de standaard Revi C 12/D reflectorvizier. De Spanner Anlage was echter te gevoelig voor het oppikken van massa's en deed naast het oppikken van het eigenlijke doel nog andere observaties die voor verwarring zorgden. Daarom werd deze installatie dan vervangen door een vroege versie van de Lichtenstein SN-2. De Kauz II werd aan I/NJG 2 geleverd tegen het einde van 1940 maar deze toestellen werden spoedig vervangen door de Ju 88 C.
          Van de Do 215 ontstonden nog volgende versies : A-1 bommenwerper met DB 601, B-0 en B-1 twee voor de Luftwaffe omgebouwde exportmachines met FuG 10, B-2 lange-afstandverkenner met Rb 50/30 en Rb 20/30, B-3 als enige werkelijke exportversie die op de A-1 geleek er waarvan twee exemplaren aan de Sowjets werden geleverd, B-4 verkenner zoals de B-2 maar met verbeterde uitrusting. En tenslotte de B-5 – dit was de eerste nachtjager die met de FuG 202 Lichtenstein BC radar werd uitgerust. Deze toestellen bleven van januari 1941 tot mei 1944 bij I. en II/NJG 2 operationeel.

gotop   De Tweede Wereldoorlog

Als de Luftwaffe in 1939 in de strijd trok waren volgende eenheden met Do 17's voorzien :

 

          De verkenningseenheden waren voornamelijk uitgerust met de Do 17 P en de Kampfgruppen met een mengeling van M- en Z-varianten. Ook bij sommige Stabsketten van de verschillende Stuka-eenheden deden er Do 17 M's dienst. De vier hiervoor vernoemde KG's speelden een belangrijke rol bij de aanval op Polen waar ze dikwijls als duikbommenwerpers werden ingezet ter ondersteuning van de Wehrmacht.
          Op 1 september 1939 werden aan I. en III./KG 76 en KG 77 doelen aangewezen in het zuidwesten van Polen, daaronder bevonden zich Lodz, Radom, Tormaschow, Koelce en Tschenstochaw. KG 77 speelde later ook een grote rol bij de vernietiging van Warschau. I. en II/KG 2 en II. en III./KG 3 onder Luftflotte I kregen doelen in Noord-Polen toegewezen zoals Plock, Biala-Podlaska en Lida. Bij de bombardementen op Warschau opereerden de Do 17's van KG 77 samen met He 111-eenheden.
Do 17 P-1 Verkenner
Een Do 17 P-1 van 3.(F) Staffel/Aufklärungsgruppe 10 met draaiende
motoren, klaar om te starten tijdens de Poolse veldtocht in september 1939.
          Met uitzondering van enkele sporadische verkenningen boven het Westfront tijdens de Phoney War was er weinig van de Luftwaffe te bespeuren tijdens de aanval op Noorwegen en Denemarken. De enige Do 17- eenheid die aan de operaties deelnam was 1(F)/201 met basis te Lübeck-Blankensee. Deze eenheid beschikte over Do 17 P-1's. De enige lange-afstandverkenningseenheid die voorzien was, was 1(F)/122. 1(F)/120 opereerde vanaf Stavanger/Stola vanaf 10 april.
          Op 10 mei 1940 lanceerde de Luftwaffe ter ondersteuning van de drie Legergroepen van de Wehrmacht aanvallen-op-grote-schaal tegen Frankrijk en de Lage Landen. De Do 17-eenheden sloegen toe tegen de geallieerde verbindingen en vliegvelden. Daarbij werden een groot aantal vijandelijke vliegtuigen aan de grond vernietigd. Spoorwegverbindingen en de Franse vliegvelden te Dijon, Lyon, Metz, Nancy en Romilly werden zwaar beschadigd. De Nederlandse en Belgische Luchtmacht werd volledig vernietigd. Een zwaar bombardement uitgevoerd door KG 54 met He 111's op Rotterdam en de bedreiging met een gelijkaardige aanval tegen Utrecht deed de Nederlandse Regering capituleren. Op 18 mei hadden de Wehrmacht-eenheden de Somme bereikt en de bommenwerper-eenheden werden opgeroepen om het opbouwen van geallieerde versterkingen te verhinderen en spoorwegverbindingen te vernietigen. Op het einde van mei stonden de Duitse troepen voor de buitenwijken van Duinkerken van waaruit de Britse troepen werden geëvacueerd. Ondanks zware bombardementen was deze evacuatie op 4 juni afgelopen en een groot succes geworden. Op het eind van de mand smeekte ook Frankrijk om een wapenstilstand.

gotop   De Slag om Engeland

Rond het einde juni - begin juli 1940 werden de eenheden van de Luftwaffe gehergroepeerd en klaar gemaakt voor het uitvoeren van aanvallen tegen de Britse eilanden. KG2, KG 3 en I. en III/KG 76 bleven met de Do 17 Z operationeel en werden samengevoegd in de nieuwe Kampfgruppe 606. II./KG 76 en KG 77 werden heruitgerust met de Ju 88 A-1. De andere Gruppen van KG 76 en I. En II./KG 3 kregen deze nieuwe machine pas in het begin van 1941.
          De eerste fase in Operation Seelöwe voorzag de opruiming van de Britse schepen in het kanaal. Oberst Johannes Fink, Geschwaderkommodore van KG 2 met basis te Arras werd tot Kanalkampfführer benoemd en werd voor deze opdracht verantwoordelijk gesteld. Naast KG 2 waren er 2 Stuka-Gruppen en jachteenheden, JG 26 en JG 56, onder het bevel van Fink geplaatst. De eerste aanval tegen schepen werd op 10 juli uitgevoerd door 20 Do 17 Z-2's die een konvooi aanvielen bij Dover. Op 15 juli vielen er 15 toestellen van KG 2 eveneens een konvooi aan in het kanaal maar ze werden door Hawker Hurricanes van No 56 en No 151 Sqdn verdreven.
          De aanvallen tegen de schepen duurden tot in het begin van augustus. Toen begonnen de eenheden van de Luftwaffe hun aandacht te schenken aan radarinstallaties en andere kustdoelen. Op 12 augustus viel KG 2 Manston in Kent aan, dropte 150 bommen en zette het daar gelegen vliegveld voor een dag buiten gebruik. De volgende dag vielen twee formaties met in totaal 74 Do 17 Z's van KG 2 met basis te Chambrai en St.Leger respectievelijk Eastschurch en Scheerness aan. De leidersformatie werd door Fink zelf aangevoerd en bracht zware beschadigingen toe in Eastchurch. Bovendien vernielden ze vijf Blenheims van No 5 Sqdn. Op de terugweg werd de formatie aangevallen door Hawker Hurricanes van No 111 en No 151 Sqdn. Deze haalden vier Do 17's neer en brachten beschadigingen toe aan vier andere toestellen. De tweede formatie, die Sheerness als doel had, werd onderweg aangevallen door Spitfires van No 74 Sqdn en slaagde er niet in haar doel te bereiken.
          Tijdens de namiddag van 15 augustus startten drie Gruppen van KG 3 onder bevel van Oberst Wolfgang von Chamier-Glisczinski vanaf Antwerpen, Deurne en St.Truiden om aanvallen uit te voeren tegen de vliegtuigfabrieken vliegvelden ten zuiden van de Theems. KG 3 die met een zware escorte bestaande uit Me 109's van JG 26, JG 51, JG 52 en JG 54 vloog slaagde erin om de RAF-verdediging te doorbreken. III./KG 3 onder Hauptmann Rathmann bombardeerde Eastchurch, de Stabskette en II./KG 3 onder Hauptmann Pilger vielen Rochester aan. De zware vernielingen die door de nauwkeurige bombardementen aan de montagehallen van Short Bros. waren toegebracht veroorzaakten een lange uitstel in de produktie van de nieuwe Short Stirling bommenwerpers.
Do 17 Z-2 van KG 76
Een Do 17 Z-2 van KG 76 werpt
zijn SC-100 bommen af boven Engeland, 1940.
          Op 18 augustus vielen twee Do 17 formaties die geëscorteerd werden door Me 109's het vliegveld van Kenley aan en brachten zware beschadigingen toe. Daarbij werden tevens vier Hurricanes en een Blenheim vernietigd. Rond 13.00 Hr viel II./KG 76 met Ju 88's en 9/KG 76 met Do 17 Z-2's Biggin Hill aan. De planning voor deze aanval voorzag dat de Ju 88's van op grote hoogte zouden aanvallen met daarna en aanval van de Do 17's die op 30 m hoogte zouden vliegen. De Ju 88's misten het RV-punt en de Do's vlogen alleen verder. Twee toestellen, met inbegrip van het leidvliegtuig van Oberleutnant Lamberty als piloot en Hauptmann Roth (Staffelkapitän) aan boord, werden getroffen door jagers van No 32 en No 611 Sqdn die hun basis op Biggin Hill hadden en neergehaald. Van de overblijvende toestellen van de Staffel moesten er twee een noodlanding maken in het Kanaal (de bemanningen konden gered worden), drie andere maakten een noodlanding in Frankrijk. De twee overblijvende toestellen konden veilig landen. In één van deze laatste toestellen was de piloot gedood boven Biggin Hill en het toestel werd teruggevlogen door Oberfeldwebel Illg, de boordmekanieker, naar Cormeilles-en-Vexin. Hij kon het toestel aan de grond zetten en kreeg later het Ritterkreuz voor dit huzarenstukje. Een week later werd Illg boven Londen neergeschoten en gevangengenomen.
          Op 26 augustus kruiste een gecombineerde formatie van Do 17 Z-2's van KG 2 en KG 3 de Kanaalkust naar hun doelen North Weald en Hornchurch.
Do 17 Z-2 van KG 3
Do 17 Z-2 van KG 3 op de terugweg van een missie.
Ze werden door niet minder dan 10 RAF-Sqdns onderschept en met uitzondering van een Staffel die Debden bombardeerde keerden allen terug. Vijf dagen later bombardeerde een formatie van 30 Do 17's van KG 2 Hornchurch en verloren daarbij vier toestellen. Tijdens de laatste drie nachten van augustus voerde Kgr 606 in samenwerking met 14 andere eenheden nachtraids uit tegen in het Liverpool-Birkenehead gebied.
          Op 5 september 1940 zetten de Do 17's van KG 2 en KG 3, in samenwerking met de He 111's van KG 26 en KG 53 de olietanks aan de havens langs de Theems in brand. Vanaf 7 september keerde de Luftwaffe haar aandacht van deze doelen af en richtte die nu op Londen. Tijdens een aanval op de stad op 17 september verloor II./KG 3 verschillende toestellen door Hurricanes van No 504 Sqdn.
          In het begin van oktober begonnen de dagraids van de Luftwaffe in aantal af te nemen en Göring richtte zijn aandacht nu op de nachtjacht.

gotop   De Do 215 variant

Wegens de interesse die door het buitenland werd getoond voor de D0 17 Z-0, die was gebruikt geworden als demonstratiemodel, werd de machine omgedoopt in Do 215 V1.Dit was in feite hetzelfde toestel als de D0 17 Z maar enkel bestemd voor export. De Do 215 V2 was eveneens een gemodificeerde Z-0 die gebruik maakte van de Gnôme-Rhône 14 stermotoren. Deze motoren leverden echter geen betere prestaties dan de Do 17 K voor de Joegoslavische Regering zodat er een ander toestel werd uitgerust met de 1.075 pk DB 601 motoren-in-lijn. Door de betere prestaties gaven de Zweedse en Joegoslavische Regering de voorkeur aan deze machine en gaven hun bestellingen op voor dit toestel die nu S0 215 A-1 werd genoemd.
          De produktie van de Do 215 A-1 exportvariant begon in augustus 1939 maar alle toestellen werden door de Luftwaffe overgenomen en bereikten nooit hun bestellers. De toestellen op de montagebanden werden gestandaardiseerd en aangepast voor gebruik door de Luftwaffe. Nu kregen ze de benaming Do 215 B-0 en men begon aan de bouw van de produktievariant Do 215 B-1.
Do 215 V-3
De Do 215 V-3 was een Do 17 Z-0 uitgerust met DB 601 motoren, en werd als dusdanig het
modelvliegtuig voor de B-1.
De Do 215 B-1 was een bommenwerper-verkenner die tot 1.000 kg aan bommen kon meenemen en bovendien uitgerust was met 3 camera's. De B-2 was een zuivere verkenner zonder bommen en de B-3 was bestemd als exportversie voor Rusland. De Do 215 B-4 was in zijn basisvorm gelijk aan de B-1 maar kon verschillende types camera's meenemen.
          De eerste eenheid die met de Do 215 werd uitgerust was de Aufklärungsgruppe van de Oberbefehlsbaher van de Luftwaffe. De drie Staffeln van deze eenheid kregen in de lente van 1940 een klein aantal van deze toestellen. 1(F)/124, de Richthofen Aufklärungsstaffel, werd in mei 1940 met de machine uitgerust. Pas in de zomer van 1941 zouden er nog een andere eenheid met deze variant uitgerust worden. Dit was 1(F)/100, een Nachtaufklärungsstaffel die in Rusland was gestationeerd. (Er zou nooit een bommenwerpereenheid met de Do 215 uitgerust worden).
          In 1940 werd er een jagerversie van de Do 215 B-1 en B-4 gebouwd. Dit toestel, de Do 215 B-5, was gelijk aan de Z-0 maar werd aangedreven door twee 1.075 pk DB 601 A motoren. De meeste Do 215 B-5's waren gemodificeerde B-1's en B-4's, de weinige toestellen van deze variant werden ingezet door I. En III en IV./NJG 1 en II./NJG 22.

gotop   Inzet boven de Balkan en Rusland

Wn januari 1941 waren enkel nog KG 2, III./KG 3 en Kgr 606 de enige gevechtseenheden van de Luftwaffe die met de Do 17 waren uitgerust. Deze eenheden werden ingezet tijdens de nacht-Blitz van 1940/41 tegen bijna alle grote steden van het Verenigd Koninkrijk. Op 6 april 1041 lanceerden de Duitse strijdkrachten een aanval op Griekenland en Joegoslavië. De Wehrmacht kreeg daarvoor de ondersteuning van vijf Kampggeschwadern Deze waren I., II. En III./KG 2 met Do 17 Z's en KG 3 met zijn III. Gruppe die eveneens op de Do 17 Z vloog. Daarbij kwam nog II./KG 26 die met Heinkels He 111 was uitgerust. De operaties van de Luftwaffe begonnen met zware bombardementen op Belgrado waarna de strijdkrachten tegen Griekenland werden geconcentreerd In Joegoslavië ontstond er een ongewone situatie.
          Beiden - Duitsers en Joegoslaven - zetten de Do 17 in. De Luftwaffe vloog op de Z-variant en de Joegoslavische Luchtmacht vloog op de K-variant.
Do 17 Ka-2
De Do 17 Ka-2 was een zuiver exporttoestel en ging
naar Joegoslavië. Deze machines waren uitgerust met de
Franse Gnome-Rhone 14-K motoren
en Belgische FN-machinegeweren.
Er werden ongeveer 70 D0 17 K's door de Joegoslavische 3de Bombardementswing ingezet en deze gingen bijna allemaal verloren bij het begin van de Duitse aanval. De toestellen die overgebleven waren voerden nog bombardementen uit tegen Sofia en andere Bulgaarse steden die door de Duitse onder de voet waren gelopen in een poging om de Duitse troepenconcentraties uiteen te slaan. Na de capitulatie van Joegoslavië op 17 april 1941 werden de overgebleven toestellen overgedragen aan de Duits-Kroatische Luchtmacht.
          Ondertussen hadden de Duitse tropen de kleine, maar moedige Griekse troepen overrompeld, tezamen met een klein contingent Britse troepen die in Griekenland verbleven. Op 27 april gaf Athene zich over. Nu bleef enkel nog Kreta een doorn in het oog van de Duitsers en onmiddellijk werden er maatregelen getroffen om ook dit eiland in te palmen. 'Operation Mercury' - de verovering van Kreta - werd uitgevoerd door strijdkrachten die waren aangevoerd door niet minder dan 530 Ju 52/3m's en 100 DFS 230 zweefvliegtuigen. De eerste aanvallen van de Duitse para's en luchtlandingstroepen waren gericht tegen versterkte punten. Deze werden voorafgegaan door aanvallen van de Do 17 Z's van KG 2, He 111's van II./KG 26 en Ju 87 B's van het St.G. 2. De Duitse aanval kende succes maar had een hoge tol geëist.
          Even voor het einde van de operatie tegen en op Kreta werden de eenheden van de Luftwaffe uit de Balkan en Frankrijk teruggetrokken voor de aanval op Rusland. 'Operation Barbarossa' was gepland op zondag 22 juni 1941 om 03.00 Hr. Er namen drie Legergroepen en vier Luftflotten deel. Voordat de aanval van start ging was er een gedetailleerde verkenning uitgevoerd van de Russische verdediging. De verkenningsvluchten waren uitgevoerd door Do 215 B-2's en He 111's van het Kommando Rowel (Aufkl.Gr.Ob.d.L). Deze eenheid werkte samen met de speciale opsporingsstaffel van het DVL die met Ju 88 B-0's en Ju 86 P-2 grote-hoogte verkenners was uitgerust.
          KG 2, III./KG3, 2(F)/11 en de Nachtaufklärungsstaffeln waren met de Do 17 uitgerust ten tijde van de invasie maar in augustus 1941 waren ze uit de frontlijndienst verdwenen. De meest bekende Do 17 eenheid, KG 2, was op het eind van juli teruggetrokken naar het Westfront en tegen augustus bijna volledig heruitgerust met de nieuwe Do 217 E. De laatste operationele Do 17 eenheden waren de drie N.Aufkl.Staffeln met basis in Rusland. Deze bleven met hun Do 17 en Do 215 vliegen tot in het begin van 1943. Een andere eenheid , de 15 (Kroatische) Staffel van KG 53 bleef tot in de herfst van 1942 met de Do 17 operationeel.

gotop   Getalsterkte Do 17 op 2 dec 1939

Lange-afstand verkenners Do 17 F-112  (8)
P-175  ( 54)
RV-1 + RV-22  (2)
S-0 *3  (3)
Z-3 *6  (5)
BommenwerpersZ-1 + Z-2346  (265)
DuikbommenwerpersM-110  (2)
P-18  (7)
Korte-afstand verkennersM-128  (26)**
* Het is uiterst onwaarschijnlijk dat deze toestellen operationeel werden ingezet
daar ze waren opgenomen in de getalsterkte van een experimenteel
onderdeel van de Luftwaffe.
** De getallen tussen () vertegenwoordigen de inzetklare toestellen.

gotop   Getalsterkte Do 17 en Do 215 op 1 mei 1940

7(F)/LG 2Do 17 M7  (7)Do 17 P12  (10)
3(F)/10Do 17 M4  (4)Do 17 P13  (8)
2(F)/11Do 17 P12  (10)
3(F)/11Do 17 P10  (10)Bf 1102  (2)
4(F)/11Do 17 P12  (7)Bf 1101  (1)
4(F)/14Do 17 M5  (4)Do 17 F2  (12)
1(F)/22Do 17 P12  (9)
2(F)/22Do 17 M6  (6)Do 17 P11  (10)
3(F)/22Do 17 M7  (5)Do 17 P11  (10)
3(F)/31Do 17 M4  (2)Do 17 P12  (9)
4(F)/121Do 17 P9  (6)Ju 883  (2)
5(F)/122 Do 17 P11  (8)
1(F)/123 Do 17 P7  (7) Ju 88 3  (3)
2(F)/123 Do 17 P9  (8)
3(F)/123 Do 17 P9  (6) Ju 88 43  (3)
1(F)/124Do 2159  (3)
1/Aufkl.Gr.Ob.d.LDo 2153  (1)Bf 1102  (2)
1/Aufkl.Gr.Ob.d.LHe 1117  (4)
2/Aufkl.Gr.Ob.d.LDo 21510  (6)
Aufkl.Staffel zbVDo 17 M5  (4)He 1112  (1)
Stab, I., II., III./KG 2 Do 17 Z98  (68
Stab, I., II., III./KG 3 Do 17 Z105  (89)
Stab/KG 28 Do 17 M (3)
Stab, I., II., III./KG 76 Do 17 Z106  (85)
Stab, I., II., III./KG77Do 17 Z113  (96)

gotop   Specificaties

Dornier Do 17 E-1
Afmetingen spanwijdte 17,80 m
lengte 16,9 0 m
hoogte 4,25 m
vleugeloppervlakte 54,96 m²
Motoren twee 750 pk BMW IV
12 cilinder vloeistofgekoelde motoren in lijn
Bewapening2 of 3 7,9 mm MG 15 MG's
Bommenlast1.000 kg
Prestatiesmax. snelheid op zsh 277 km/u
max. duiksnelheid 547 km/u
landingssnelheid 108 km/u
plafond 5.450 m
actieradius 1.580 km met 800 kg bommen
Gewicht leeg 4.509 kg
beladen 6.814 kg
max. laadgewicht 7.045 kg

 

Dornier Do 17 Z-2
Afmetingenspanwijdte 17,80 m
lengte 15,70 m
hoogte 4,50 m
vleugeloppervlakte 54,96 m²
Motoren twee 1.000 pk Bramo 323 P
9 cilinder luchtgekoelde stermotoren
ewapening4-8 x 7,9 mm MG 15 MG's
Bommenlast1.000 kg
Prestaties max. snelheid op 5.000 m 424 km/u
kruissnelheid op 4.300 m 384 km/u
actieradius 1.200 km
max. actieradius (met hulptanks) 3.000 km
plafond 8.000 m
Gewichtleeg 5.220 kg
beladen 8.560 kg
max. laadgewicht 8.855 kg

 

Dornier Do 215 B-1
Afmetingenspanwijdte idem Z-2
lengte idem Z-2
hoogte idem Z-2
vleugeloppervlakte idem Z-2
Motoren twee 1.075 pk Daimler Benz DB 601 A
12 cilinder vloeistofgekoelde motoren in lijn
Bewapening4 x 7,9 mm MG 15 MG's
drie camera's voor verkenning
Bommenlast1.000 kg
Prestatiesmax. snelheid op 5.000 m 467 km/u
max. kruissnelheid 440 km/u
begin klimsnelheid 360 m/min
actieradius 1.550 km
plafond 9.420 m
Gewichtleeg 4.750 kg
beladen 9.210 kg

gotop   Eenheidscommandanten op 13 aug 1940

(Eenheden die deelnamen aan de Luchtslag om Engeland)
EenheidToestelKommandantBasis
KG 1He 111Oberstleutnant EssRosières-en-Santerre
I./KG 1He 111 Major Maier Montdidier-Clairmaont
II./KG 1He 111Major Kosch Montdidier Nymwegen
III./KG 1 Do 17Major Willibald FanelsaRosières-en-Santerre
KG 2Do 17Oberst Johannes FinkArras
I./KG 2Do 17Major GutzmannEpinay
II./KG 2Do 17Major Paul WeitkusArras
III./KG 2Do 17Major Werner Kreipe
(vanaf 13.8.40 Major Adolf Fuchs
Cambrai
G 3Do 17 Oberst von Chamier-GlisczinskiLe Culot
I./KG 3Do 17Oberstleutnant GabelmannLe Culot
II./KG 3Do 17Hauptmann PilgerAntwerpen-Deurne
III./KG 3Do 17Hauptmann RathmannSint-Truiden
ZG 26 (?)Do 17Oberstleutnant Joachim HuthLille
I./ZG 26Do 17Hauptmann MacrockiYvrench-St.Omer
II./ZG 26Do 17Hauptmann Ralph von RettbergCrécy-St.Omer
III./ZG 26Do 17Hauptmann SchalkBerley-Arques
KG 76 (Do 17)Oberstleutnant FrölichCormeilles-en-Vexin
I./KG 76 Do 17Hauptmann LindeinerBeauvais
II./KG 76Do 17Major MörickeCreil
III./KG 76Do 17Oberstleutnant GenthCormeilles-en-Vexin
en lange-afstand verkenningseenheden

Bron : Aircraft Profile Nr. 164 Dornier Do 17 & 215
Der Fliegende Bleistift - Dornier Do 17 - 215
Airplane nr. 139
Adlertag - Die Luftschlacht um England Richard Collier
Die Deutsche Flugzeuge 1933-1945 (Nowarra/Kens)
Fana de l'Aviation

Top
TOP

Dornier Do 17 Foto's (1)

Dornier Do 17 Foto's (2)

Dornier Do 17 Foto's (3)

Dornier Do 217 Nachtjager

Dornier Do 355 'Pfeil'

Back to Luftwaffe  ---- Update okt 2006 Go to RAF  ----  Update 13 jan 2003 Go to USAAF ---  Update apr 2002


Best Aviation Sites
Best Aviation Sites
Best Aviation SitesBest Aviation SitesAwarded to quality aviation information websitesBest Aviation Sites
Best Aviation SitesBest Aviation Sites
Best Aviation Sites

Valid HTML 4.0 Transitional

Informatie

email

Gastenboek

http://www.luchtoorlog.be