Boeing
B-17
Flying Fortress
| B-17 G-30-DL 42-38091 was één van de 2.395 door Douglas gebouwde bommenwerpers. Om de B-17 F standaard te bereiken waren er aan de B-17 E 400 aanpassingen gebeurd. In de B-17 G waren deze allen verwerkt en was een kintoren toegevoegd. (Boeing). |
De legendarische B-17 Flying Fortress behoort zonder twijfel tot de beroemdste vliegtuigen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ingezet. Geen enkel ander toestel heeft zoveel modificaties ondergaan om zijn definitieve vorm te bereiken.Maar eens het zover was, was het toestel amper in perfectie te overtreffen.
Had het van de gebeurtenissen in de 'kinderkamer' van de B-17 afgehangen dan had het toestel reeds in zijn beginstadium het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld. Daar echter de eerste ervaringen en capaciteiten van een vliegtuig niet steeds de latere waarde ervan bepalen, was het mogelijk dat het aanvankelijk twijfelachtig ontwerp zich tot één van de beroemdste, gevaarlijkste en meest gevreesde reuzen ontwikkelde.
Alhoewel het Duitse tijdschrift 'Flugsport' reeds op 2.9.1936 een bericht schreef over een bestelling van dit type, met de naam 'Flying Fortress', had de Duitse Luftwaffe in haar herkenningsbladen en in het 'Frontnachrichtenblatt der Luftwaffe' steeds de benaming 'BoeingSeattle' gebruikt en het strikt vermeden om van een 'Fliegende Festung' te spreken. Waar de naam Flying Fortress vandaan kwam of wie hem voor het eerst gebruikte is niet met zekerheid geweten, wat wel zeker is, is dat de firma die het toestel bouwde, Boeing dus, niet naliet om overal propaganda te maken en het toestel zoveel mogelijk aan het publiek toonde. In de Duitse pers en de vakliteratuur vermeed men bewust de slagkracht van het toestel te vermelden om er de Duitse piloten niet van af te houden het toestel aan te vallen. Zeer spoedig moesten deze piloten echter tot hun nadeel vaststellen dat het zeer moeilijk was om deze vliegtuigen te benaderen, en vooral in het geval van het G-model vormde dit een groot probleem. Dit toestel beschikte over een defensieve bewapening die zowel naar voor als naar achter, naar boven en onder en naar links en rechts kon worden ingezet. Voor een bommenwerper was dit een ongebruikelijke bewapening, maar toen de geallieerden hun dagbombardementen tegen Duitsland en de door Duitsland bezette gebieden begonnen en daardoor op de bescherming van de duisternis moesten verzaken, was deze bewapening onontbeerlijk.
Men schakelde ongaarne over van nacht- naar dagbombardementen, maar aangezien bij nachtelijke aanvallen het doel te dikwijls werd gemist en men er niet in slaagde, maar wel gehoopt had, om het moreel van de Duitse bevolking onderuit te halen, was men in feite wel verplicht om weer over te schakelen op dagbombardementen. Verder stelde men vast dat de Duitse bevolking zich zeer snel had aangepast aan het doorbrengen van de nacht in luchtbeschermingskelders –een fenomeen dat ook was vastgesteld bij de Britse bevolking tijdens de 'Blitz' van 1940. Om in Duitsland de productie plat te leggen moest niet alleen de industrie worden stilgelegd maar ook de burgerbevolking verhinderd worden aan het uitvoeren van zijn dagelijks werk in de fabrieken.
In Duitsland had men wel geprobeerd om een enorme productie-uitval te vermijden door de fabrieken over te brengen in ondergrondse schuilplaatsen, maar dit was een beslissing die te laat kwam. De installatie van ondergrondse fabrieken en werkplaatsen was zo tijdrovend dat slechts enkele eenheden in veilige ondergrondse bunkers, deels in verlaten mijnen, konden klaargemaakt worden. Ook het verplaatsen van de industrie naar de bezette gebieden bood om de duur geen oplossing daar deze locaties spoedig werden opgespoord en eveneens het bezoek kregen van de bommmenwerperformaties, of naar gelang de oorlog langer duurde, deze gebieden verloren gingen.
De voortdurende bombardementen op de bevoorradingswegen verhinderden niet alleen het transport van de afgewerkte goederen maar eveneens de aanvoer van ruwe materialen. De door Duitsland gewenste 'Totaler Krieg' veranderde langzaam in een blokkade voor Duitsland.
Met de verschrikkelijke terreuraanvallen van de geallieerden, die bij velen vandaag nog in de knoken zit, moest niet alleen het moreel van de bevolking gebroken worden, maar ook de volledige productie aan oorlogsmateriaal en levensbelangrijke goederen verhinderd worden. Statistieken over de oorlog bewijzen dat deze tactiek ook succes heeft gekend. Hitlers woorden 'Wir werden Ihre Städte Ausradieren' waren tenslotte enkel van toepassing op de Duitse steden. En daaraan had de B-17 zeker een aandeel gehad dat niet te overzien was. De onophoudelijke luchtaanvallen, die met hun nevenverschijnselen tenslotte toch naar het einde van de oorlog hebben geleid, waren natuurlijk niet alleen door de B-17 bewerkstelligd. Niemand kan echter loochenen dat de 12.731 B-17 Flying Fortresses die tussen 1935 en 1945 waren gebouwd een zeer groot aandeel hadden gehad in de ondergang van het III. Reich. Alhoewel er van dit totaal slechts 4.750 toestellen boven Europa, Noord-Afrika en de Pacifiek waren neergehaald blijven er nu nog amper een paar exemplaren over. De rest heeft men verschroot.
De B-17 was een vliegtuig dat zelfs door zijn tegenstanders bewonderd werd en ook tegenwoordig nog groot aanzien geniet. Het toestel is reeds lang geleden een legende geworden en nog steeds worden er over deze machine de wonderlijkste dingen verteld. En wonderen waren het als men ze op hun basis zag terugkeren met een weggeschoten neus, reusachtige gaten in de romp – bijna doormidden gebroken –, kapotgeschoten motoren vliegend op slechts één of twee motoren die niet beschadigd waren, geknikte vleugels, zonder staartroeren of staartvin, en dit zonder nog te spreken van de dode of gewonde bemanningsleden.
In tegenstelling met Duitsland, waar men wegens de slechte ervaringen opgedaan tijdens WO I de uitwerking van bombardementen sterk onderschatte en de waarde van een sterke bommenwerpersvloot niet inzag, werd het verlangen naar een sterke strijdmacht aan bommenwerpers in de USA reeds in 1931 kenbaar gemaakt. Toen dit verlangen later nog sterker werd gaf het US Army Air Corps een specificatie uit voor een lange-afstand bommenwerper. De machtsovername van Hitler had daar zeker, op de achtergrond, een rol bij gespeeld.
Het was de firma Boeing die volgens die specificatie de grootste en zwaarste bommenwerper ontwierp die er ooit gebouwd was. Het vliegtuig bezat een spanwijdte van 45,7 m, had een lengte van 27,5 m en een reikwijdte van 7.500 km. Dit toestel kreeg de benaming Model 294 en later Boeing XB-15. Deze superbommenwerper was voorzien om uitgerust te worden met vier Allison V-3420 motoren van elk 1.000 pk. Omdat deze echter nog niet beschikbaar waren werd het toestel uitgerust met vier Pratt & Whitney R-1830-11. De bemanning bestond uit 10 koppen die ook instonden voor de bediening van de zes machinegeweren. De afmetingen van het vliegtuig waren zo ruim dat er ook een keuken en een rustruimte voor de dienstvrije bemanning werd ingebouwd. De vleugels waren zo dik zodat de motoren tijdens de vlucht door een tunnel bereikbaar waren. De boordelectriciteit werd geleverd door twee dieselmotoren. De bommenlast kon tot 4.000 kg oplopen, voor de toenmalige tijd een gigantische last. Maar lang voordat de XB-15 op 15 oktober 1937 voor zijn eerste vlucht vertrok lagen er in het constructiebureau van Boeing, in 1933, plannen klaar voor een lichtere bommenwerper. Op 16 augustus 1934 kon men aan de bouw van dit nieuwe toestel, dat later wereldbekend zou worden als de B-17, beginnen.
Nog was het echter niet zover en men noemde het toestel nog Model 299, dat begrijpelijker wijze veel gelijkenis vertoonde met het Model 294. Het was alleen maar kleiner. Boeing had voordien reeds ideeën in die richting gehad en tezelfdertijd met hun project voor een verkeersvliegtuig, de Boeing 274 onder eigen verantwoording gebouwd, ervaring opgedaan voor de bouw van het Model 299. In feite was het Model 299 een combinatie van de XB-15 met de technische ontwikkelingen die gebruikt waren voor de Boeing 274. Enerzijds betekende dit een compromis, anderzijds een zeer moderne vormgeving.
![]() |
| Prototype Model 299 met burgerlijke registratie X13372 taxiet over Boeing Field (Boeing 8240) |
![]() |
| De romp van een YB-17 in een eenvoudige hangaar van Boeing in maart 1937. De romp wordt gedragen door eenvoudige houten schragen en metalen kriks. |
Eén van de 13 YB-17's werd overgebracht naar Wright Field voor breuktesten. De 12 andere toestellen werden overgebracht naar het G.H.Q. Air Force om op Langley Field de eerste Amerikaanse zware bombardementsgroep, de 2nd B.G., te vormen. De uitvoering van het toestel was over het algemeen gelijk aan het prototype, maar nu waren de nieuwe 1.000 pk Wright Cyclone R-1820-39 stermotoren ingebouwd. In plaats van het vroegere dubbele landingsgestel waren er nu enkele wielpoten gemonteerd en de bemanning bestond uit zes koppen.
In deze periode trokken de YB-17's de aandacht op zich door hun prestaties. Maar in december 1936 kende men een tegenslag. Captain Stanley Umstead bracht de eerste YB-17 naar het niet zo ver verwijderde Seattle over. Bij de landing zagen de verschrikte toeschouwers hoe de stalen en bronzen remmen doorsloegen. De neus van de machine maakte een 45 m lange greppel. De toekomstige B-17 kon geen slechter publiciteit maken daar er een strijd woedde in de interdienstelijke omgeving met gierige toespelingen, een wantrouwen tegenover 'strategische bombardementen en een algemeen anti-militarisme gevoel overheersten. Er waren drastische maatregelen nodig om deze gevoelens te doen omslaan, en ook genomen. De grootste publiciteitscampagne in de geschiedenis van het Air Corps nam zijn aanvang. Elk mogelijk record werd gebruikt om het blazoen van de nieuwe bommenwerper op te poetsen.
Ondertussen voerde de YB-17 op Wright Field naast de breuktesten ook nog een snelle, onconventionele test uit. De machine werd in een storm gestuurd, werd op de rug omgeblazen en schoot als een schietlood naar beneden. Nadat het toestel er in geslaagd was om uit zijn duikvlucht op te trekken werden alle verdere testen als overbodig beschouwd.
De navolgende probleemloze lange-afstandsvluchten, waarbij meer dan 1.600.000 km werd gevlogen zonder dat er zich ernstige ongevallen voordeden, bemoedigden het Leger om een andere versie met sterkere motoren te bestellen. Zo ontstond de YB-17 A. Dit toestel was uitgerust met vier R-1820-51 stermotoren van General Electric, motoren die over een turbo-compressor beschikten en de maximale snelheid met 88 km/u verbeterden.
In februari 1938 vlogen zes toestellen van Miami naar Buenos Aires om de presidentiële inhuldiging aldaar op te luisteren. Tijdens deze trip van bijna 8.000 km werd er slechts één enkele tussenstop gemaakt, in Lima. Voor 1938 was dit een enorm groot bereik en de flight won met deze prestatie de Mackay Trophy voor uitzonderlijke vliegprestaties. In mei vlogen de YB-17 A's bijna 1.300 km ver op zee om het Italiaanse linieschip 'Rex' te onderscheppen, tot groot ongenoegen van de Navy. Deze demonstratie werd de oorzaak van een beperking voor verdere vluchten boven zee die over de 100 mijl grens gingen. Voorbij dit punt behoorde de zee blijkbaar tot de invloedssfeer van de Navy.
In augustus 1939 gebeurde er iets wat grote opmerkzaamheid zou krijgen. Een YB-17 A vloog een hoogterecord van 10.200m over een afstand van 1.000 km aan 415 km/u met een bommenlast van 4.960 kg. In vergelijking met de afstand tussen Amerika en Europa was dit maar een gering bereik, maar door het inrichten van steunpunten onderweg kon deze afstand aanzienlijk verkleind worden. De Amerikanen hadden dan ook tijdens de oorlog vliegvelden in Engeland, China en de Sovjet-Unie van waaruit ze alle oorlogstonelen konden bereiken.
![]() |
| B-17B 38-211 MD 105 werd aan de Air Material Division op Wright Field overgedragen waar het toestel werd gebruikt voor het testen van nieuwe wapenstanden, die later bij de B-17 C zouden worden ingebouwd. De bommenwerper heeft nog zijn natuurlijke aluminiumkleur.(USAF) |
In februari 1936 had men in de neus van een YB-17 reeds een machinegeweer gemonteerd. Er waren bezwaren geuit over het gebrek van een frontale bewapening zodat de YB-17 A met een neus-mg was besteld. Nog voordat deze machine haar records had gevlogen had het USAAC in 1938 nog eens 39 exemplaren van deze machine besteld. Deze werden echter niet voorzien van een neusbewapening. De nieuwe serie toestellen kreeg de benaming Model 299 E, dan 299 M en tenslotte de Army-benaming B-17 B.
Bij deze kleine serie – een grotere vond men nog te riskant – installeerde men een aangepaste neus die de bommenrichter een beter zicht moest geven. De toestellen waren net zoals het Model 299, met uitzondering van het eerste exemplaar, uitgerust met de Wright Cyclone motoren. Verder waren er modificaties gebeurd aan de roeren en kleppen, die vergroot waren. Kleinere veranderingen bestonden uit aanpassingen aan de voorruit van de piloot, de mg-stand op de rug van het toestel met meer glas en de luchtdrukremmen van het landingsgestel waren vervangen geworden door hydraulische. Verder waren er geen grote aanpassingen nodig geweest.
Alles was nog niet zoals men het wilde en ook was men nog niet overtuigd geworden van de kwaliteiten van de bommenwerper. Ondertussen hadden de Britten hun eerste ervaringen opgedaan met de Duitse luchtafweer en in maart 1940 besloten ze om 20 van de nieuwe bommenwerpers op proef te bestellen.
Boeing begon terug aan een kleine serie van slechts 38 toestellen die naam B-17 C (Boeing Model 299 H) kregen. De machines waren uitgerust met de sterkere 1.200 pk Wright Cyclone R-1820-65 motoren. 20 daarvan gingen dus onder de Pacht- en Leenwet naar de RAF als de Fortress I. De RAF voerde zelf nog enige modificaties aan de toestellen uit.
Ook aan het uiterlijk van de nieuwe toestellen was er het één en ander veranderd. De beide 'zwaluwnesten' – zijdelingse mg-standen – waren vervangen en beschikten nu over schuifvensters. Ook de mg-stand op de rug werd aangepast en boven op de rug werd een geschuttoren toegevoegd. De mg-stand onder de romp kreeg een 'badkuip'-vorm. Verder waren er zelfdichtende brandstoftanks geïnstalleerd en een bijkomende pantsering voor de bemanning voorzien. In de neus waren er nu twee machinegeweren gemonteerd.
De B-17 C, of Fortress I zoals hij door de Britten werd genoemd, stond echter onder een zeer slecht gesternte. Reeds bij de eerste machine die in Groot-Brittannië aankwam brak bij het landen het landingsgestel. Twee dagen later werd de tweede machine tijdens een opdracht boven Frankrijk door vijandelijk vuur beschadigd. Het toestel kon nog op zijn eigen kracht naar zijn basis terugkeren maar brak bij de landing in stukken. De derde Fortress I schoot tijdens het landen in brand, een volgende ging verloren tijdens een testvlucht en een vijfde boorde zich bij de landing letterlijk in de grond.
Deze voorvallen en enkel slechte ervaringen opgedaan boven Duitsland leidden tot een vernietigende beoordeling van deze versie. Bovendien werd ook nog de gebrekkige defensieve bewapening bekritiseerd. In de vorm zoals deze bestond was de begeleiding van escorte-jagers noodzakelijk, maar de jagers zelf hadden met betrekking op hun beschikbaarheid en hun reikwijdte maar weinig te bieden. Toen daar nog bijkwam dat tijdens de inzet dan ook nog de machinegeweren bevroren en de pantsering voor de bemanning te zwak bleek – geen voldoende bescherming tegen de Duitse jagers – verbande men de Fortress I naar het Coastal Command waar hij dan patrouillevluchten mocht uitvoeren. Bij Bomber Command wilde men voorlopig niets meer van de Vliegende Forten weten.
Het verdict voor de B-17 scheen gevallen maar Boeing gaf niet op en verzamelde zorgvuldig alle berichten en rapporten over de ervaringen die met de B-17 C waren opgedaan en probeerde aan de hand daarvan de tekortkomingen op te lossen. Nog waren de Amerikanen niet rechtstreeks in de oorlog betrokken en had men nog tijd om aan de bommenwerper, die in zijn bestaande vorm zijn waarde nog niet had bewezen, nog een kans te geven en zodanig te ontwikkelen dat hij aan alle vereisten tegemoet kwam.
Velen bij de RAF beschouwden de eerste grote hoogtevluchten van de Fortress I als een fiasco. Voor de Duitsers hadden ze echter een waarschuwing moeten zijn over wat hun nog te wachten stond van deze op grote hoogte vliegende bommenwerper van Boeing.
De massieve en duur betaalde dagbombardementen die de USAAF met de B-17 Flying Fortress uitvoerde gedurende de periode 1942 – 1945 is zowat overal beschreven, maar wat was er gaande met de B-17 C of Fortress I die reeds vanaf 1941 door de RAF werd ingezet ? Tussen juli en september 1941 waren er verschillende dagraids op grote hoogte boven bezet Europa uitgevoerd door No. 90 Sqdn. Deze eenheid was in mei speciaal voor dit doel opgericht en gebruikte daarvoor dus de vroege en iets onderbewapende B-17 variant. De geplande aanvallen moesten dikwijls afgebroken worden of kenden weinig succes omdat er enkel bij gunstige weersomstandigheden kon gevlogen worden – met weinig of geen wolken boven het doel en zonder de verraderlijke condensstrepen.
De verliezen tijdens operaties en bij de trainingen waren met betrekking tot de beperkte schaal waarop er operationeel gevlogen was, aanzienlijk te noemen. Maar de lessen die werden geleerd tijdens het 'opwerken' en de eerste operationele vluchten bleken later van grote waarde te zijn voor het bepalen van de defensieve en andere aanpassingen die bij de B-17 E en latere varianten werden ingevoerd. Van de 20 B-17 C's (AN518-AN537) die aanvankelijk van het USAAC aan de RAF waren overgedragen had No. 90 Sqdn er nooit meer dan 12 gelijktijdig in dienst. Meer konden er niet beschikbaar worden gemaakt. De veelbelovende vooruitzichten van de operationele vluchten die -voor de bemanningen- gevaarlijke en uiterst oncomfortabele experimenten in zich hadden moesten in feite in september worden stopgezet.
De hele geschiedenis begon in feite nadat er toelating was gegeven voor het oprichten van een Fortress-eenheid binnen No. 2 Group van Bomber Command, een veertiental dagen na de aankomst van de eerste twee B-17 C's in Ayr, Schotland. De eenheid zou haar operationele basis in Watton, Norfolk krijgen. De bemanningen mochten niet ouder dan 24 jaar zijn, geselecteerd op fitheid en gering postuur. Elk bemanningslid moest een vier uur durende test ondergaan op een gesimuleerde hoogte van 10.668 m (35.000 ft) zonder daarbij tekenen van ziekteverschijnselen te vertonen. Deze test werd in een decompressiekamer, met zuurstofmasker, van het Royal Aircraft Establishment te Farnborough uitgevoerd. Het vereiste 'gering postuur' werd verklaard door de smalle doorgang naar de staart van het toestel die slechts 36,5 cm breed was.
De eerste Fortress I, zoals de naam van de B-17 C bij de RAF was, bereikte Watton tegen het eind van april 1941, nog voordat de eenheid officieel werd opgericht – wat op 7 mei plaats vond. Het was de AN251 die op 14 april in Ayr was toegekomen. Het toestel maakte vanaf Gamden op New Foundland de snelste oversteek naar Schotland die er ooit had plaats gevonden. De bommenwerper had er 8.16 hr voor nodig. De piloot en bevelhebber van het toestel was Major Walsche van het USAAC. Later sloten er zich nog meer Air Corps-officieren en burgerlijke techniekers bij hem aan die verantwoordelijk waren voor aanpassing van de dubbele besturing en nog enkele bijkomende modificaties. Voor een periode van drie maand waren dit de technische adviseurs. Hun werk betekende echter geen gemakkelijke opdracht. Zoals alle andere Amerikaanse toestellen verschilde de B-17 in aanzienlijke mate van de toestellen waaraan de RAF-piloten en bemanningen gewend waren. Veel uitrustingsstukken, zoals het bommenvizier, waren volledig nieuw. Het vliegen met motoren die uitgerust waren met turbo-compressors vereiste speciale aandacht en de hoogte waarop de Fortress opereerde lag veel hoger dan de hoogte waarop de Britse bommenwerpers gewoonlijk werden ingezet. Omdat de toestellen eerst naar Burtonwood, Lancashire moesten overgebracht worden voor het aanbrengen van modificaties en het aanpassen aan de Britse standaardnormen bereikten ze slechts in een traag tempo de nieuw opgerichte eenheid. Pas vanaf juni waren er toestellen beschikbaar voor de omscholing, operationele trainingen en praktijkvluchten op grote hoogtes. Dit verklaarde tevens de lange opwerkingsperiode zodat er pas op 8 juli 1941 met de operationele vluchten kon begonnen worden.
Er waren ook vertragingen opgelopen door het verplaatsen van de operationele basis van Watton (en Bodney) naar Great Massingham, een randgemeente van West Rayham (deze overplaatsing vond plaats in de maand mei) en tegen het eind van juni tenslotte naar Polebrooke. Er traden nog andere kleine vertragingen en frustraties op die hun oorzaak vonden in periodieke vergaderingen, het overbrengen van het grondpersoneel en vluchten van en naar Burtonwood. (Burtonwood had bovendien ook te lijden onder lange periodes van beperkte zichtbaarheid, wat toen typisch was voor lager gelegen industriële gebieden.)
Na een valse start, met AN521 door een piloot die later niet voor de test in de decompressiekamer slaagde, gaf Major Walsehe op 8 mei aan WgCdr J.MacDougall, DFC, de CO van No. 90 Sqdn die zelf op AN534 vloog, de opdracht om met de omscholingsvluchten te beginnen. De AN524 was het eerste toestel dat officieel aan de eenheid werd geleverd en werd door Major Walshe op 7 mei naar Watton ingevlogen. Vroeger op de dag had hij reeds AN521 naar Burtonwood overgevlogen. Drie dagen later voegde zich AN529 bij AN524 op Watton op 25 mei volgde AN521, AN523 en AN527 – toen bevond de eenheid zich reeds op Massingham. Op de moment beschikte de eenheid over drie RAF-bemanningen die getraind waren op routinevluchten. Op 3 juni werden er drie andere Fortresses I naar Burtonwood overgevlogen, en twee anderen die hadden moeten wachten wegens een te laag wolkendek, kwamen 's anderendaags aan. Waarschijnlijk waren daar AN519, AN522, AN526 en AN528 bij.
![]() |
| Fortress I AN528, AAF serienummer 40-2063, was de 11de B-17 C die aan de RAF was geleverd. Onder de benaming Fortress I was de B-17 C de eerste zware bommenwerper die actief werd boven Europa. De camouflage was RAF Dark Green en Dark Earth. |
Berlijn was het doel van de volgende aanval. Op 23 juli vertrokken AN530, AN529 en AN 523. AN 530 en 529 moesten boven Denemarken wegens de vorming van condensstrepen op een hoogte van 9.754 m (32.000 ft) hoogte omkeren daar ze te opvallend waren. Het derde toestel kon geen hoogte houden en zo werd de aanval een mislukking. De volgende dag werden dezelfde bemanningen gebriefd over een aanval op de slagkruisers Scharnhorst en Gneisenau die in Brest aangemeerd lagen. Deze keer kon het doel aangevallen worden en werd er voor de eerste maal contact gemaakt met vijandelijke jagers. Eén van de toestellen meldde FlaK-vuur achter zich.
De volgende aanvallen werden uitgevoerd op Emden (op 26 juli) en Kiel (2 augustus) en kenden eveneens succes. Bij de aanval op Kiel werd er voor de eerste maal weerstand door jagers ervaren door AN530 die lichte schade opliep door de boordwapens van twee Me 109's. De aanval van de jagers was niet zo zwaar om de bommenwerpers tot omkeer te dwingen en bij één van de vijandelijke toestellen konden inslagen in de motor van het afweervuur van de bommenwerpers worden waargenomen. Tijdens aanvallen tegen Brest (6 augustus) en andere doelen (12 augustus) werd er gepoogd om de vijandelijke jagers weg te lokken van de op lagere hoogte aanvallende Blenheims. In beide gevallen kenden zowel de aanvallen zelf als de toegepaste tactiek maar gedeeltelijk succes.
Ondertussen was er nog een andere Fortress I, AN534, tijdens een trainingsvlucht verloren gegaan waarbij alle inzittenden de dood vonden. Tijdens een vlucht op grote hoogte op 28 juli kreeg AN534 af te rekenen met structurele problemen – waarschijnlijk veroorzaakt tijdens een poging om uit een duikvlucht door lage bewolking op te trekken. Het onderzoeksverslag stelde dat de oorzaak moest gevonden worden in het feit dat er ofwel een verkeerde instrumentenvlucht of een verkeerd gebruik van de automatische piloot had plaatsgevonden. Ook nu bevond er zich onder de bemanning een personeelslid van het USAAC-departement.
Drie weken later, op 16 augustus, leed het squadron zijn eerste verlies door vijandelijke acties. Op die dag probeerden AN529 en AN 536 in slecht weer een aanval uit te voeren op Düsseldorf terwijl twee andere B-17's, AN532 en AN523, nog eens naar Brest waren vertrokken om een aanval op de twee slagkruisers uit te voeren. AN532 ondervond wat last door FlaK-vuur maar kon veilig naar Polebrook terugkeren. AN523 met F/O W.F.Sturmey als piloot, werd 26 maal aangevallen door vijf vijandelijke Me 109 F's en twee Hs 113's (volgens de bemanning, maar waarschijnlijk ook Me 109's). De vijandelijke aanvallen vonden plaats op een hoogte van 9.754 (32.000 ft) en werden voortgezet tot op 2.438 m (8.000 ft). Na de eerste aanval van de Duitsers waren de buikschutter en beide zijschutters zwaar gewond en blokkeerde de bovenste rugtoren voordat de radio-operator die hem bediende, gedood werd. Toen de aanvallen uiteindelijk op 48 km voor de Engelse kust werden afgebroken ontstond er brand in motor nr. 4, werkten de landingskleppen niet meer, waren de rolroeren aan één zijde weggeschoten en stonden de bommenluiken open. In deze toestand werd een landingspoging ondernomen op een klein vliegveld te Roborough, Plymouth maar de Fortress schoof over de grens van het vliegveld verder, belandde in een tankval en vatte vuur. De enige overlevende, een schutter, stierf later in het hospitaal.
Tien dagen voor dit eerste operationele verlies, op 6 augustus, had No. 2 Group zich in een memorandum aan het Bomber Command gewend waarin op de problemen werd gewezen die zich bij No. 90 Sqdn zouden voordoen indien er geen nieuwe B-17's ter beschikking werden gesteld. Van de 20 toestellen die er aan de RAF waren overgedragen waren er twee verloren gegaan door ongelukken tijdens trainingsvluchten, één was er door brand vernietigd aan de grond en één was beschadigd op Burnwood. Van de zestien resterende toestellen was er één te Boscombe Down voor allerlei testen en vijf waren er afgedeeld op Burtonwood of verspreid op Squire's Gate, Blackpool.
In het memorandum werd er op gewezen dat nadat het Squadron operationeel was geworden de situatie steeds slechter was geworden. Alhoewel er beslist werd om te proberen door te gaan met het uitvoeren van operaties op grote hoogte tot diep in Duitsland verwees men ook naar de mogelijke onderscheppingen op lagere hoogtes in de nabijheid van de Engelse kust tijdens de terugvlucht en 'dat de gevaren daarvan niet konden worden genegeerd'. Tijdens de vijf opdrachten die tot dan toe waren uitgevoerd waren er twee toestellen onderschept geworden en had er één beschadigingen opgelopen door de wapens van een Me 109 F die een aanval had uitgevoerd op 4.572 m (15.000 ft) op 45 km van Cromer. In het memorandum werd er om jagersescorte gevraagd die voortdurend patrouilles moest vliegen tegen de Me 109's en Me 110's tussen Hoek van Holland en de Engelse Kust.
No. 2 Group vroeg om meer toestellen zodat er tijdens een onafgebroken offensief een reserve van 100% kon opgesteld worden om de verliezen te kunnen opvangen. De volgende levering die was toegezegd zou 'spoedig' komen (in werkelijkheid in maart 1942). Daardoor kwam het USAAC onder een sterk strategische en operationele druk te staan om de B-17's aan te passen voor het inzet door de RAF. Er zouden, zo werd er beloofd, energieke stappen ondernomen worden om met tussenpozen nog 20 toestellen te kunnen loskrijgen. Het Bomber Command stuurde zware brieven naar het Air Ministry met betrekking op de uitrusting en naar het Fighter Command aangaande 'het beter manieren leren aan de vijandelijke jagers'. Het Air Ministry antwoordde dat er officieel en officieus voorstellen waren gedaan aan de hoogste instanties om een bevoorrading met meer B-17's en B-24 'Liberators', zodat deze in het herfst-offensief tegen Duitse en Italiaanse doelen konden worden ingezet. Maar in werkelijkheid werden er met deze voorstellen geen resultaten bereikt voor de komende twee kritieke maanden. Omtrent de de behoefte aan jagersondersteuning, daar zou later antwoord worden op gegeven na een bestudering van de heersende situatie.
Op het ogenblik van het versturen van het memorandum had No 90 Sqdn 10 Fortresses op de slagorde. Deze waren AN519, AN521, AN523 (die kort daarop verloren ging), AN526, AN529, AN530, AN532, AN536 en (waarschijnlijk) AN537 en AN531. AN531 bevond zich in Boscombe Down, zoals reeds vermeld hadden AN522 en AN 533 een crash gemaakt en was AN528 door brand vernietigd. Het toestel dat in Burtonwood beschadigd werd was AN524.
De aanvallen die tijdens de resterende dagen van augustus en in september doorgingen hadden te lijden onder de slechte weersomstandigheden, condensstrepen, bevroren wapens, intercomgebreken en verschillende problemen met de motoren. Deze laatste werden vooral veroorzaakt door de turbo-compressors. Eens de bommenwerpers van hun lading waren verlost bleven de hoogte-prestaties van de B-17 in het voordeel werken. Op 4 september, bvb., werd AN533 boven Rotterdam op 9.449 m (31.000 ft) aangevallen door twee Me 109's, de Fortress klom onmiddellijk met een snelheid van 7,6 m/sec (1.500 ft/min) en de onderscheppingsjagers waren niet meer in staat om de bommenwerper te volgen. Ze moesten hun aanval afbreken. De bommenwerpers kenden niet altijd zoveel geluk ten opzichte van de jagers.
Op 5 september werden AN525, AN532, AN533 en AN536 met AN535, waarin als reservetoestel het onderhoudspersoneel had plaats genomen, naar een vooruitgeschoven basis te Kinloss, Marayshire overgevlogen. Vanaf dit vliegveld zouden de toestellen dan een aanval uitvoeren tegen het vestzakslagschip Admiral Scheer dat in de haven van Oslo aangemeerd lag. De eerste aanval die de volgende dag boven Oslo werd uitgevoerd kende geen succes. Drie toestellen slaagden er wel in de haven te vinden maar konden hun doel niet lokaliseren en dropten daarom hun bommen maar op de dokken en de olie-installaties. Het vierde toestel, AN536 ondervond problemen met zijn turbocompressoren na amper 80 km van Kinloss te zijn verwijderd en moest omkeren.
Op 8 september voerden dezelfde toestellen de aanval opnieuw uit, enkel AN536 was vervangen door AN535. AN533 werd gevlogen door SqdnLdr A.Mathieson, één van de eerste piloten van de eenheid, en verdween zonder enig bericht of spoor na te laten. AN525 werd aangevallen door twee Me 109's boven Noors grondgebied en werd op 7.620 m (25.000 ft) neergeschoten. De bemanning van AN532 zag het toestel in vlammen gehuld neerstorten. AN532 zag van een verdere aanval af wegens een 10/10 wolkendek. Het vierde toestel, AN535 gevlogen door Sgt Wood, klom nadat hij zijn bommen had gedropt naar 10.363 m (34.000 ft) om aan de jagers te ontsnappen. Om te voorkomen dat de bemanning achteraan in de romp van de machine te kampen zou krijgen met zuurstofgebrek werd er gedaald naar een hoogte van 7.315 m (24.000 ft). Op deze hoogte werd de machine van op korte afstand aangevallen door een Me 109. Eén van de schutters werd gedood, een andere raakte gewond en de radio-operator/schutter verloor het bewustzijn doordat zijn zuurstofleiding was stukgeschoten. Motor nr. 1 en nr. 3 waren geraakt en vielen uit. Ondanks zware schade kon de Fortress in de lucht blijven en naar Kinloss terugkeren waar een crashlanding werd uitgevoerd. Opsporingen die de volgende dag door de twee resterende toestellen naar de verdwenen machine werden uitgevoerd bleven zonder succes. De drie overblijvende toestellen keerden naar Polebrook terug.
Dit was de laatste operatie die door No. 90 Sqdn met de B-17 C's werd uitgevoerd. Er werden wel nog vier individuele vluchten boven Europa uitgevoerd, de laatste op 25 september – met succes en zonder problemen afgezien van een buikschutter wiens elektrische kledij vuur vatte.
Gedurende de volgende maand werden er vijf Fortress I's -AN518, 521,527, 529, en N532- klaargemaakt voor testen in het Midden Oosten en op 28 okt verlieten vier van deze toestellen, AN527 had te kampen met zware motorproblemen, onder leiding van Wg.Cdr. P.F.Webster DSO, DFC, Portreath, Cornwall in richting Malta en Egypte. In Egypte opereerden de toestellen aanvankelijk met No 37 en No 38 Sqdn. Op 8 november moest AN529 na motorproblemen een buiklanding maken in door de vijand bezet gebied, de bemanning slaagde erin de basis terug veilig te bereiken. AN521 moest tijdens een trainingsvlucht door de bemanning worden verlaten nadat het door oververhitte motoren in brand was gevlogen. Ondertussen bleef ook de getalsterkte van No 90 Sqdn verder dalen, onder meer door het afdelen van toestellen naar andere eenheden. Op 9 januari 1942 ging AN536 met zijn zevenkoppige bemanning verloren nadat het in de buurt van Cambridge tijdens een hoogte-vlucht in een schroefduik was terechtgekomen. Tegen mid-januari – toen er werd besloten dat No 1653 Conversion Unit (uitgerust met B-24's) instructeurs van No 91 Sqdn zou krijgen toegewezen – bleven er slechts vier Fortress-bemanningen over. Op 19 januari werd het bevel ontvangen dat alle resterende B-17 Fortress MK I's, met inbegrip van deze die in het Midden-Oosten verbleven, moesten overgdragen worden aan het Coastal Command en dat No 90 Sqdn een 'papieren' eenheid werd.
Negen B-17C's gingen naar No 220 Sqdn Coastal Command. Deze waren waarschijnlijk de overlevenden van het Midden-Oosten detachement AN518 en AN532, en AN519, AN520, AN526, AN527, AN530, AN531 en AN537.AN519 ging naar Boscombe Down.
De training van de piloten en bemanningen van No 220 Sqdn CC, de eenheid waar de B-17's naartoe waren gegaan, begon op 3 februari in Polebrooke. De activiteiten van No 90 Sqdn werden op 12 februari stilgelegd. Vier van de overblijvende B-17's werden met No 220 Sqdn CC operationeel te Nutts Corner, Noord-Ierland, in afwachting van de komst van Fortress Mk II's die in juli moesten arriveren. Hier werden de toestellen gebruikt als omscholings-trainingstoestellen. Ook No 206 Sqdn maakte op deze manier gebruik van drie Mk I's. De twee overlevende Fortresses uit het Midden-Oosten, die korte tijd als een detachemant van No 220 hadden geopereerd werden later naar Indië overgevlogen waar AN532 toen neerstortte en AN518 aan de USAAF werd teruggegeven.
| Toestel | Levering aan No 90 sqdn | Eerste operatie 1941 | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| AN518(B) | 9 augustus | 21 augustus | Midden-Oosten 27 oktober 1941 |
| AN519(H) | juni | 8 juli | naar Boscombe Down 1942 |
| AN520 | 1 november | toegekomen UK 14 april 1941 | |
| AN521(K) | 25 mei | Midden-Oosten 27 oktober 1941 | |
| AN522 | juni | ||
| AN523(D) | 25 mei | 23 juni | crashlanduing na operatie op 16 augustus |
| AN524 | beschadigd Burtonwood | ||
| AN525(D) | augustus | 31 augustus | neergeschoten 8 september |
| AN526 | juni | 8 juli | |
| AN527 | 25 mei | ||
| AN528 | juni | door brand aan de grond vernield 8 nov | |
| AN529(C) | 11 mei | 8 juli | Midden-Oosten 27 oktober 1941 crashlanding 8 november 1941 |
| AN530(F) | juli | 23 juli | |
| AN531 | 1 november | afgeleverd na testen in Boscombe Down | |
| AN532(J) | juli | 12augustus | Midden-Oosten 27 oktober 1941 |
| AN533(N) | augustus | 2 september | verloren Kinloss-Oslo 8 september 1941 |
| AN534 | 7 mei | neergestort 28 juli 1941 | |
| AN535(O) | augustus | 8 september | crashlanding na operatie vanuit Kinloss 8 sep |
| AN536(M) | juli | 12 augustus | neergestort 9 januari 1942 |
| AN537 | augustus |
Uiteindelijk slaagde Boeing erin om nog een bestelling binnen te rijven voor een gemodificeerde versie van de B 17 C. Deze nieuwe variant werd B-17 D genoemd en het USAAC bestelde er 42 exemplaren van - serienummers 40-3059 to 40-3100, Boeing Model 299H. Deze toestellen werden gekenmerkt door meer pantsering, zelfdichtende brandstoftanks, een verbeterde electrische installatie, bijkomende koelkieuwen en de bemanning die met één man versterkt was. De 18 overblijvende B-17 C's werden gemodificeerd tot de standaard B-17 D. De meeste van deze D-toestellen gingen naar de 'afschrikkings-strijdmacht' van 19th Bomb Group in de Philipijnen. De helft van deze toestellen werd vernietigd tijdens de eerste Japanse aanvallen, de rest bleef vechten zo goed ze kon totdat er nog slechts één enkel toestel overschoot – de bekende 'Swoose' B-17 D 40-3097.
De vernietigende rapporten over de tot nu toe gebouwde B-17's, respectievelijk Fortress I, konden niet genegeerd worden. Alhoewel de Duitse Luftwaffe ondertussen op volle kracht boven Rusland en Afrika ingezet werd, werden er steeds meer B-17's boven Europa neergehaald. Tijdens de besprekingen over de verbeteringen die nodig waren bewezen de verslagen van de Britten over de toestellen die ze tot dan toe in dienst hadden goede diensten. Naast de zwakke pantsering klaagden de Britten vooral over de ontoereikende bewapening en het gebrek aan geschutstorens bij de Fortress I. De reikwijdte van de machinegeweren was zo miserabel dat het toestel amper zichzelf kon verdedigen en daardoor op een sterke jagerescorte was aangewezen. In de vorm zoals ze bestonden konden ze niet meer worden ingezet. De constructeurs zagen de gegrondheid van deze klachten in en zetten zich aan het werk.
Het toestel dat na de ingrijpende modificaties op 5 sep 1941 te voorschijn kwam was de B-17 E, er werden in totaal 512 exemplaren gebouwd - serienummers 41-2393 to 41-2669 and 41-9011 to 41-9245 Boeing Model 299O. Deze machine was uitgerust met vier Wright R1820-60 motoren en had nog maar weinig gelijkenis met zijn voorgagnger de B-17 D, de aanpassingen waren zo diepgaand dat men gerust van een nieuw vliegtuig kon spreken.Het achterste gedeelte van de machine was volledig veranderd met een kolosale slanke staart die was uitgerust met een tweeling-staarttoren. De andere modificaties die waren aangebracht hadden van het toestel een machine gemaakt die zijn opdracht als dagbommenwerper kon uitvoeren. Vooral de bewapening was grondig aangepakt en aangepast. De veranderingen en wijzigingen aan de bewapeningbestonden vooral uit:
Het kaliber van de machinegeweren was niet overal hetzelfde. Alle machinegeweren waren van het type Browning .50 (12,7 mm) met uitzondering van de neusbewapening die uit Browning .30 (7,62 mm) wapens bestond. Pas vanaf het moment dat er patronen met brand-springkoppen beschikbaar werden, werden ook de .30's in de neus vervangen door .50's. Met een zo sterke en zware afweerbewapening waren de Britten voor 100% tevredengesteld. Er werden 45 B-17 E's als Fortress II aan de RAF geleverd. Bovendien werd de 97th Bomb Group van de 8th Air Force met de E's uitgerust die vanaf bases in Engeland aanvallen uitvoerden boven Duitsland en boven de door de Duitsers bezette gebieden.
![]() |
| Eén van de eerste B-17 E's 41-9175 die naar Engeland werden overgebracht. Let op de twee kleuren camouflage aan de bovenzijde. |
Vanzelfsprekend werden er ook B-17 E's tegen Japan ingezet. De eerste in de rij was de 7th Bomber Group in Java, waarvan de eerste onderdelen in januari 1942 aankwamen. Hun aanwezigheid werd onmiddellijk voelbaar. Ook de 19th, 5th, 11th en 43rd Group werden met de B-17 E uitgerust.
| Serienummers van de B-17 E-BO | |
|---|---|
| Militaire serienummers: | 41-2393 tot 41-2669 41-9011 tot 41-9245 |
| Fabrieksnummers | 2204 tot 2480 2493 tot 2717 |
Alhoewel de B-17 E grote verliezen leed die echter minder aan het toestel zelf dan wel aan de verkeerde strategie te wijten waren, probeerde men alle problemen en gebreken bij het toestel op te sporen alvorens met een nieuwe verbeterde versie naar buiten te komen. De laatste B-17 E rolde op 28 mei 1942 uit de montagehallen en reeds twee dagen later rolde het eerste productiemodel van de nieuwe versie B-17 F naar buiten, getest en klaar voor de levering aan de troepen. Alhoewel de nieuwe versie enkel aan de vernieuwde neus herkend kon worden waren er meer dan 400 modificaties aangebracht. Deze modificaties waren echter wel nodig geweest en de voornaamste waren: zoals reeds gezegd eerst de vernieuwde neus waarbij het 'serre'-model van de B-17 E was vervangen door een neuskoepel uit één enkel stuk plexiglas. Daarbij kwamen een vernieuwde geschutsstoren onder de romp, uitwendige bommenrekken, propellers met paddelbladen, een verbeterd zuurstofsysteem, stoffilters op de luchtinlaten van de carburators, een versterkt landingsgestel, dubbel remsysteem, meer fotografische uitrusting, een electronische verbinding tussen de automatische piloot en het Norden-bommenvizier, bijkomende machinegeweren met kogelgewrichtaffuit in de neus. Dit alles werd gecombineerd met vier Wright R-1820-97 motoren, grotere brandstofcapaciteiten in bijkomende gepantserde brandstoftanks ( Tokio Tanks genoemd) en gepantserde zelfdichtende olietanks. In totaal beschikte de machine nu over 13 .50 machinegeweren, verdeeld over drie tweelingtorens en 6-7 handbediende standen. Alles tesamen, plus nog een hoop kleinere veranderingen, maakte dit van de B-17 F een zeer verfijnd gevechtsvliegtuig.
![]() |
| 'Bomb Boogie' 42-5763, de voorlaatste B-17 F-15-VE. |
| Serienummers | |
|---|---|
| Boeing productie: | 41-24340 tot 24639 42-5050 tot 42-5484 42-29467 tot 42-31031 |
| Douglas productie: | 42-2964 tot 42-3562 42-37714 tot 42-37720 |
| Lockheed-Vega productie: | 42-5705 tot 42-6204 |
| Boeing Model 299P | 2300 vliegtuigen gebouwd door Boeing 605 vliegtuigen gebouwd door Douglas 500 vliegtuigen gebouwd Lockheed-Vega |
![]() |
| 'Patty Ann' van 305th BG, een B-17 F-110-BO op 6 september 1943 voor de aanval op Stuttgart. De machine draagt de witte codeletters van 366th BS. De vroegere grijze letters van deze eenheid werden op veel toestellen vervangen door witte. |
Als eerbetoon aan de bemanningen van de 8th Air Force mag worden gezegd dat ze tot dan toe, alhoewel ze met de B-17 zeer zware verliezen te slikken hadden gekregen, nooit van een raid omkeerden voordat hun doel was bereikt. Ze hadden veel pogingen gedaan om de theorie van de taktiekers in de praktijk te kunnen omzetten die, beweerden dat niet geëscorteerde dagaanvallen betrekkelijk ongevaarlijk waren. Maar zelfs met de zwaarste defensieve bewapening die ooit in een bommenwerper was ingebouwd slaagde de B-17 E en F's er niet in om het luchtoverwicht boven Duitsland in handen te krijgen.
Alhoewel het er op lijkt alsof het lot van de B-17 E en -F overheerst werd door mislukkingen moet worden erkend dat deze niet te wijten waren aan het toestel zelf maar meestal te wijten waren aan de theorie van de taktiekers die meer van deze bommenwerper verlangden dan dat er ooit van een ander vliegtuig werd vereist. Er waren technisch gegronde redenen voor de kwetsbaarheid van de B-17 F. De neiging om vuur te vatten werd nooit gecorrigeerd en zelfs zijn robuustheid was geen tegenstander voor de vlammen. De veel geroemde zware neusbewapening was ook niet altijd in staat om de verwoede frontale aanvallen van de Duitse jagers af te slaan. De rug- en bolvormige torens onder de romp konden met succes worden ingezet tegen aanvallen die van boven of van onder kwamen en konden een geconcentreerd afweervuur afgeven. Dat er zoveel bemanningsleden werden gewond bij vijandelijke aanvallen lag niet aan het gebrek aan defensieve bewapening. Van de 27 zware pantserplaten en de Flak-beveiligingen die in de B-17 waren ingebouwd was er geen enkele zodanig gemonteerd dat ze voor de bemanning een frontale bescherming bood. Wanneer de bommenwerper werd geraakt door frontaal machinegeweervuur of door Flak zaten de bemanningsleden 'in hun blootje'.
In de Pacific werden er slechts vijf Bomb Groups met de B-17 actief. Na de inzet van de B-17 tijdens de operaties in de Filipijnen en op Java begaf zich de 7th BG naar Indië en werden de bemanningen daar omgeschoold op de B-24. De 19th GB had zware slagen te incasseren gekregen. Na 8 december 1941 en na de hergroepering op Clark Field vond men dat de operaties boven de Phililppijnen te duur waren om verder te zetten. Het grondpersoneel van de Group werd overgeplaatst naar de infanterie waar de meesten van hen later gedood of gewond werden. Het vliegend personeel werd geëvacueerd naar Australië en van daar ingezet bij operaties in Nederlands Oost-Indië, Java en de Koraalzee. Laat in 1942 keerden ze terug naar de US (Z.I). De 5th BG voerde vanaf Hawaii zoekoperaties uit boven zee en werd nadien overgeplaatst naar de Zuid-West-Pacific waar ze juist in tijd aankwamen om deel te nemen aan het terugdrijven van de Japanners van de Solomons naar de Philipijnen. Daarvoor werden er naast de B-17's ook B-24's ingezet.
Het gewicht van de bombardementsoperaties in dit gebied werd vooral gedragen door de B-24's, alhoewel er ook enkele B-17 Groups werden ingezet. De vier BG's van de 8th AF verdwenen uit dit gebied om deel te nemen aan de gevechten bij Bizerta en de Kasserine Pas. De 68th RG (Reconnaissance Group) gebruikte B-17's die waren uitgerust met elektronische anti-radaruitrusting en opereerde in samenwerking met hun tactische jagerelementen. Toen de oorlog zich meer naar het noorden verplaatste namen de B-17's van de 12th AF op 28 juni deel aan de raid op Messina, op 5 en 8 september aan de raids op Napels, de operaties tegen de tegenaanval van de Wehrmacht bij Salerno tussen 11 en 18 september en op 24 oktober aan de raid tegen Wiener Neustadt. Tegen het eind van het jaar bestond de 15th AF uitrusting bijna volledig uit B-17 G types.
Doordat de productie van de B-17 E en B-17 F slechts een periode van een jaar in beslag nam en het operationele gebruik zich beperkte tot het USAAC en de RAF-eenheden werd er door het eerste type twee en door het tweede type slechts één schema kleurengebruikt. Het basisschema voor de toestellen bij de levering bestond uit Olive Drab (vaal olijfgroen) Shade 41 op alle bovenvlakken en Neutral Gray (neutraal grijs) Shade 43 voor alle onderzijden. Deze kleuren overlapten elkaar over een tiental cm. Vanaf juni 1943 werd er Medium Green (medium groen) Shade 42 gebrukt voor de vleugelvoorrand en-achterrand, aangebracht in vlekken die niet meer dan 20% van de oppervlakte bestreken. Deze kleur werd niet gebruikt voor de rompvlakken. Bij verschillende Groups die boven Europa werden ingezet waren er wel enkele afwijkingen in de vorm van onregelmatige groene strepen die doorliepen tot aan de vleugelwortel.
De kentekens bestonden uit cocoarden op de rompzijde halfweg tussen de achterrand van de vleugel en de staartvlakken. Op de vleugels werden de cocarden aan bakboord op de bovenzijde en aan stuurboord op de onderzijde aangebracht. Van deze cocraden bestonden er drie varianten: een blauw veld met witte ster, een blauw veld met witte ster en twee horizontale balken afgeboord met rode strepen en een blauw veld met witte ster en horizontale strepen afgeboord met blauwe strepen.
De radio-roepnumers (Sqdn-codes) waren aangebracht in gele karakters van 8 op 12 inch (20,5 x 30,5 cm) of groter. Over het algemeen gebruikten de BG's die boven Europa werden ingezet het Britse systeem van codeletters die bestonden uit één of twee letters en een nummer. Daardoor werd ook de positie van het specifieke toestel in de eenheid aangegeven. De formatiecodes waren aangebracht in gele of witte letters die tussen de 7,5 en 12,5 cm groot waren. Individuele vliegtuigen werden ook vaak voorzien van schilderijen en tekeningen of van namen, vaak in kunstige uitvoeringen. Vooral Disney-figuren, vrouwenfiguren en anti-nazitekeningen waren geliefde onderwerpen.
De Fortresses van de RAF die door het Bomber Command werden ingezet droegen de gebruikelijke Britse camouflagepatronen en kentekens. De toestellen die door het Coastal Command werden ingezet droegen een extra donker leisteengrijs aan de bovenzijde en waren onderaan aan de vleugels en de romp wit geschilderd.
Er bestaan veel mogelijkheden om over een bommenwerper te oordelen: zijn snelheid, de verhouding bommenlast/bereik, de defensieve mogelijkheden, de graad van incasseringsvermogen bij gevechtsschade, aërodynamische betrouwbaarheid, besturingseigenschappen, een eenvoudig onderhoud en reparatiemogelijkheden bij beschadigingen. Op al deze gebieden behaalde de B-17E en F een hoge score. De piloten hielden van hun machine en vertrouwden haar, voor hen had ze geen onvoorspelbaar gedraging. De landingsnelheid met normaal landingsgewicht was laag, een verbazingwekkende 117 km/u, en het landen op slechts twee motoren vormde gewoonlijk geen probleem. Formatievluchten zijn nooit gemakkelijk maar dit werd door de B-17 'gewilliger' uitgevoerd dan door de B-24 en zelfs de B-29 Superfortress. Iedereen die het geluk had een B-17 aan het werk te zien zal getuigen over het schijnbaar gemak waarmee het toestel bestuurd werd. De binnenzijde van de B-17 was echter tamelijk Spartaans ingericht. De 'serre' van de bommenrichter gaf een prachtig zicht en was betrekkelijk warm. Wanneer men naar achter kroop passeerde men aan het compartiment van de navigator. Hogerop bevond zich het vliegdek met de zij aan zij zetels van de piloot en copiloot. Onmiddellijk daarachter en boven bevond zich de toren die bij een gevecht bezet werd door de boordmekanieker, zijn kleine 'fietszadel'-stoel moet zeer ongemakkelijk zijn geweest, zeker als men een vliegcombinatie droeg. De toren bezat een uitstekend 360° zicht. Verder naar achter bevond er zich een grote deur die toegang verleende naar het bommenruim. Het bommenruim kon worden doorkruist over een smal pad. Aan het einde daarvan bevond zich en normale deur, maar smal, die naar het radiocompartiment leidde, de enige plaats in het vliegtuig waar een man van 1,8 m kon rechtstaan.
![]() |
| De cockpit van 41-24394 die later de naam Hockamolock Jock IV B.B. zou krijgen bij de 301st BG. |
| Coastal Command | Eenheid | Codeletters |
|---|---|---|
| No 59 Sqdn | TR | |
| No 86 Sqdn | XQ | |
| No 206 Sqdn | VX & 2V | |
| No 202 Sqdn | ZZ | |
| No 251 Sqdn (Met) | AD | |
| No 517 Sqdn (Met) | X9 | |
| No 519 Sqdn (Met) | Z9 | |
| No 521 Sqdn (Met) | 5O | |
| Bomber Command | ||
| No 214 Sqdn | BU | |
| No 223 Sqdn | 6G |
Met uitzondering van No 223 Sqdn dat in het Middellands Zeegebied werd ingezet opereerden alle bovenver-noemde eenheden vanaf de Britse Eilanden.
| Boeing productie | ||
|---|---|---|
| Militair serienummer | Type en bouwgroep | fabrieksnummer |
| 41-24340-24389 | B-17F-1-BO | 3025-3074 |
| 41-24390-24439 | B-17F-5-BO | 3075-3124 |
| 41-24440-24489 | B-17F-10-BO | 3125-3174 |
| 41-24490-24503 | B-17F-15-BO | 3175-3188 |
| 41-24504-24539 | B-17F-20-BO | 3189-3224 |
| 41-24540-24584 | B-17F-25-BO | 3225-3269 |
| 41-24585-24639 | B-17F-27-BO | 3270-3324 |
| 42-5050-5078 | B-17F-30-BO | 3589-3617 |
| 42-5079-5149 | B-17F-35-BO | 3618-3688 |
| 42-5150-5249 | B-17F-40-BO | 3689-3788 |
| 42-5250-5349 | B-17F-45-BO | 3789-3888 |
| 42-5350-5484 | B-17F-50-BO | 3890-4023 |
| 42-29467-29531 | B-17F-55-BO | 4581-4645 |
| 42-29532-29631 | B-17F-60-BO | 4646-4745 |
| 42-29632-29731 | B-17F-65-BO | 4746-4845 |
| 42-29732-29831 | B-17F-70-BO | 4846-4945 |
| 42-29931-30031 | B-17F-75-BO | 5046-5145 |
| 42-30032-30131 | B-17F-80-BO | 5146-5245 |
| 42-30132-30231 | B-17F-85-BO | 5246-5345 |
| 42-30232-30331 | B-17F-90-BO | 5346-5445 |
| 42-30332-30431 | B-17F-95-BO | 5446-5545 |
| 42-30432-30531 | B-17F-100-BO | 5546-5645 |
| 42-30532-30616 | B-17F-105-BO | 5646-5730 |
| 42-30627-30731 | B-17F-110-BO | 5731-5845 |
| 42-30732-30831 | B-17F-115-BO | 5846-5945 |
| 42-30832-30931 | B-17F-120-BO | 5946-6045 |
| 42-3932-31031 | B-17F-125-BO | 6046-6145 |
| Douglas productie | |
|---|---|
| Militair serienummer | Type en bouwgroep |
| 42-2964-2966 | B-17F-1-DL |
| 42-2967-2978 | B-17F-5-DL |
| 42-2979-3003 | B-17F-10-DL |
| 42-3004-3038 | B-17F-15-DL |
| 42-3039-3073 | B-17F-20-DL |
| 42-3074-3148 | B-I7F-25-DL |
| 42-3149-3188 | B-17F-30-DL |
| 42-3189-3228 | B-17F-35-DL |
| 42-3229-3283 | B-17F-35-DL |
| 42-3284-3338 | B-17F-40-DL |
| 42-3284-3338 | B-17F-45-DL |
| 42-3339-3393 | B-17F-50-DL |
| 42-3394-3422 | B-17F-55-DL |
| 42-3423-3448 | B-17F-60-DL |
| 42-3449-3482 | B-17F-65-DL |
| 42-3483-3502 | B-17F-70-DL |
| 42-3503-3562 | B-17F-75-DL |
| 42-37714-37715 | B-17F-80-DL |
| 42-37717-37720 | B-17F-85-DL |
| Vega productie | |
|---|---|
| Militair serienummer | Type en bouwgroep |
| 42-5705-5709 | B-17F-1-VE |
| 42-5710-5724 | B-17F-5-VE |
| 42-5725-5744 | B-17F-10-YE |
| 42-5745-5764 | B-17F-15-VE |
| 42-5765-5804 | B-17F-20-VE |
| 42-5805-5854 | B-17F-25-VE |
| 42-5855-5904 | B-17F-30-VE |
| 42-5905-5954 | B-17F-35-VE |
| 42-5955-6029 | B-17F-40-VE |
| 42-6030-6104 | B-17F-45-VE |
| 42-6105-6204 | B-17F-50-VE |
| Spanwijdte: | 31,61 m |
| Vleugeloppervlakte : | 118.72 m2 |
| Lengte : | 22, 77 m |
| Hoogte: | 5,84 m |
| Motoren : | Type 4 Wright R-1820-97 l .200 startpk, l .000 pk op 7.620 m aan 2.300 t/m |
| Propellers : | 4 Hamilton Standard drie bladen 3,52 m diameter |
| Brandstof: | normaal 9.5381, maximum 13.6711 |
| Olie: | 5581 |
| Prestaties : | max snelheid: 523 km/u op 7.620 m kruissnelheid: 257 km/u op 1.524 m landingsnelheid : 119 km/u bereik max: 7.113 km met 13.571 l op 1.524 m |
| Gewicht: | leeg 16.206 kg beladen 22.099 kg |
| Bommenlast: | 26 M30 van 45 kg (GP) of 16 M31 van 136 kg (GP) of 12 M43 van 226 kg (GP) of 8 M44 van 453 kg (GP) of 4 M34 van 907 kg. |
| Defensieve bewapening: | neuspositie : 6 Type K-1 kogelgewricht affuiten .30 MG in de vensters en neus, - M2 .30 Browning MG met 5.100 patronen rugpositie: l Sperry No 645473E toren met 2 .50 M-2 Browning MG's , 500 patronen per wapen l Type K-2 kogelgewricht affuit .50 MG in radiocompartiment met 2 .50 Browning MG's met 5.100 patronen buikpositie : l Sperry No 6455849J toren met 2 .50 M-2 Browning MG's, 500 patronen per wapen zijdelingse posities : l .50 M-2 Browning M-2 MG in elke zijvenster met 400 patronen per wapen staartpositie : 2 .50 M-2 Browning MG's met 500 patronen per wapen, remote-vizier |
De naam Flying Fortress waarmee de B-17 in de geschiedenis is ingegaan kwam pas goed tot zijn recht bij de volgende versie die van de montagebanden kwam: de B-17 G. Alhoewel de YB-40 als escorte vliegtuig door zijn te lage snelheid een mislukking was, was toch het probleem van de voorwaartse vuurkracht opgelost. De YB-40 was uitgerust geworden met een Bendix 'kin'-toren en deze zou het opvallendste kenmerk van de B-17 G worden. De kintoren was niet het enige verschil, maar wel het belangrijkste.
De eerste B-17 G werd aan de USAAF geleverd in september 1943 en de draaibare kintoren werd warm ontvangen. Nu waren enkel nog afstandsbesturing voor het vuren en het vizier in de neus ondergebracht, de twee wapens, de terugstootdempers en de laders bevonden zich alleen beneden in de toren. Hij beschikte over een uitstekende vuursector en de neus bleef vrijwel volledig vrij.
Er waren nog meer veranderingen aan de B-17 G op te merken maar pas bij de B-17 G-90-BO, B17 G-55-VE en B-17 G-50-DL werd de volgende modificatie zichtbaar. Het was de installatie van de Cheyenne staarttoren. Dit was een bolvormige toren met een betere vuursector en een reflectorvizier in plaats van het gebruikelijk kim-korrel vizier. Deze korte, stevige ronde toren verkorte de romp met 12,5 cm. Door de opstelling van 12-13. 50 MG's was het bij de B-17 G bijna onmogelijk om een dode hoek te vinden tussen de verschillende vuursectoren. Een vijandelijke jager kon het nog amper wagen zo een toestel te benaderen om een aanval uit te voeren. En als er toch machines van deze versie werden neergehaald dan was het niet te wijten aan de verdediging maar wel aan de moed van de Duitse jachtpiloten. Het aanvallen van zo een toestel was bijna gelijk aan zelfmoord plegen.
De B-17 G was ook de eerste bommenwerper met gesloten zijstanden, bij de vorige versies moesten deze posities eerst door middel van schuifvensters geopend worden voordat de wapens kon gebruikt worden. De beide zijstanden waren eveneens aangepast zodat de schutters over meer plaats beschikten. De met de hand bediende enkele MG van de radio-operator was een twijfelachtig geval en werd tegen eind 1944 verwijderd. Ook deze positie was zoals de zijdelingse standen afgesloten om meer comfort voor de bemanning te kunnen bieden.
![]() |
| Een klasiek bommenwerperprofiel. Just Nothing,een fabrieksnieuwe B-17 G-10-VE, genoemd naar het serienummer, op weg boven Frankrijk op 14 januari 1944. |
Talrijke B-17 G's behaalden aanzienlijke prestaties, maar vier toestellen van de 91th BG konden samen in totaal 537 opdrachten onder elkaar verdelen. Daar was 'Hi Ho Silver', zo genoemd omdat dit één van de eerste toestellen was die zonder camouflage kleuren in Bassingbourn toekwamen. De machine viel op als een zilverstuk tussen een groep oude munten. Ze voerde 130 opdrachten uit en overleefde de oorlog.
'Wee Wïllie' kwam bij de 91st BG in de zomer van 1943 en had op 8 april 1945 127 opdrachten uitgevoerd toen een flaktreffer een brandstoftank deed ontploffen en het ganse vliegtuig in een brandende vuurzee herschiep. De vernielde linker vleugel brak af en twaalf seconden later was Wee Willie nog enkel een hoop verwrongen rokend ijzer. Op één of ander manier slaagden de copiloot en de staartschutter erin zich te bevrijden, zij waren de enige overlevenden van een groep officieren en bemanningsleden die nog enkel een paar opdrachten misten om naar huis te kunnen terugkeren.'Outhouse Mouse', van het 323rd Sqdn overleefde vier bemanningen, bombardeerde een dozijn keer Berlijn en vloog in totaal 139 opdrachten.
'Nine-0-Nine', vloog haar 140ste opdracht op 25 april 1945, en stak daarbij met l opdracht haar zusterschip van het 323rd Sqdn voorbij. Dit toestel was op 25 februari 1944 te Bassingbourn in ontvangst genomen en vloog vijf dagen later haar eerste opdracht. Op 15 januari 1945 had ze haar 100ste opdracht achter de rug. Het toestel maakte 18 vluchten op Berlijn en keerde bij al haar opdrachten niet één keer terug wegens mechanische defecten. In totaal waren er 22 maal motoren uitgewisseld geworden, vijftien brandstoftanks vervangen en achttien Tokio Tank omwisselingen uitgevoerd. De romp, vleugels en staart waren bezaaid met 'reparatiepleisters' op de plaatsen waar het toestel getroffen was geworden.
De B-17 G was een goed toestel voor de bemanningen die ermee hadden gevlogen, de enen hadden geluk, de anderen niet. Er waren 8.680 toestellen van gebouwd waarvan 4.035 door Boeing, 2.395 door Douglas en 2.590 door Vega. De laatste machine werd in april 1945 geleverd, dan werd de productie stilgelegd. De RAF had 85 B-17 G's als Fortress III ontvangen, allen deden dienst bij Coastal Command. Alles tezamen waren er 12.731 B-17's gebouwd geworden - het Model 299, 13 YB-17's, een YB-17 A 39 B-17 B's, 38 B-17 C's, 42 B-17 D's, 512 B-17 Es, 3.405 B-17 F's en 8.680 B-17 G's. Nu blijven er enkele nog een paar over.
| Group | Sqdn | Code | Staart | Basis | Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|
| 91st | 322nd | OR | zwarte driehoek witte A | Kimbolton 12 sep 42-13 okt 42 | hoogste score (420) |
| 32nd | LG | Bassingbourn 14 okt 42-23 jun 45 | hoogste verliezen (197 | ||
| 324th | DF | ||||
| 401st | LL | ||||
| 92nd | 325th | JW | zwarte driehoek witte B | Bovingdon aug 42-jan 43 | eerste BG op non-stop vlucht US-UK in aug. 42 |
| 326th | NV | Alconbury jan. 43-sep.43 | |||
| 327th | PV | Podington sep. 43-mei. 45 | bemanningsreserve-centrum aug. 42-mei. 43 | ||
| 407th | UX | ||||
| 94th | 331st | GL | zwart vierkant witte A | Bassingbourn apr. 43-mei. 43 | |
| 332nd | QE | Earls Colne mei. 43-jun. 43 | |||
| 333rd | TS | Bury St. Edmunds jun. 43-dec. 45 | |||
| 410th | XM | ||||
| 95th | 334th | BG | zwart vierkant witte B | Alconbury apr. 43-jun. 43 | eerste 8th AF BG die Berlijn bombardeerde op 4 mar. 44 |
| 335th | ET | Farmlingham mei. 43-jun. 43 | |||
| 336th | OE | Horham jun. 43-aug. 45 | |||
| 412th | OW | Snetteron Heath jun. 43-11. 12. 45 | |||
| 96th | 337th | AW | zwart vierkant witte C | Grafton Underwood apr. 43-mei. 43 | eerste pendel-vlucht naar N. Afrika op 17 aug. 43 |
| 338th | BX | Andrews Field mei. 43-jun. 43 | |||
| 339th | MZ | Snetterton Heath jun 43-11.12.45 | |||
| 413th | OJ | ||||
| 303rd | 358th | VK | zwarte driehoek witte C | Malesworth 12.9.42-11.6.45 | vloog de meeste missies van alle 8th AF BG(364) |
| 359th | BN | ||||
| 360th | GN | ||||
| 427th | PU | ||||
| 305th | 364th | JJ | zwarte driehoek witte G | Grafton Underwood 12. 9. 42-11. 12. 45 | |
| 365th | KY | Chelveston 11. 12. 42-25. 7. 45 | |||
| 366th | WK | ||||
| 422nd | XK | ||||
| 306th | 367th | BO | zwarte driehoek witte H | Thurleigh 7. 9. 42-15. 12. 45 | oudste operationele BG Van 8th AF |
| 368th | GY | ||||
| 369th | RD | ||||
| 423rd | WW | ||||
| 351st | 408th | DS | zwarte driehoek witte J | Polebrook 15.4.43-23.6.45 | Clark Gable vloog met deze Group |
| 409th | RO | ||||
| 410th | TU | ||||
| 411th | YB | ||||
| 379th | 524th | FO | zwarte driehoek witte K | Kimbolton 20.5.43-12.6.45 | deed de meeste opdrachten bij 8th AF (l942) |
| 525th | FR | ||||
| 526th | LP | ||||
| 527th | WA | ||||
| 381st | 532nd | VE | zwarte driehoek witte L | Ridgewell 30. 6. 43-24. 6. 45 | |
| 533rd | VP | ||||
| 534th | GD | ||||
| 535th | MS | ||||
| 384th | 544th | BK | zwarte driehoek witte P | Grafton Underwood 25. 5. 43-16. 6-45 | dropte de laatste bom men in WO II op 25. 4. 45 |
| 545th | JD | ||||
| 546th | SO | ||||
| 547th | SU | ||||
| 388th | 560th | geen | zwart vierkant witte H | Knettishall 23.6.43-4.8.45 | leverde toestellen voor radio bestuurde bommenwerperproject. |
| 561st | geen | ||||
| 562nd | geen | ||||
| 563rd | geen | ||||
| 389th | 548th | geen | rode blikken op vin rood roer | Great Ashfield 26. 6. 43-4. 8. 45 | |
| 549th | geen | ||||
| 550th | geen | ||||
| 551st | geen | ||||
| 390th | 568th | BI | zwart vierkant witte J | Farmlingham 14.7.43-4.8.45 | |
| 569th | CC | ||||
| 570th | D1 | ||||
| 571st | FC | ||||
| 398th | 600th | K8 | zwarte driehoek witte W | Nuthampsteadt 22.4.44-22.6.45 | |
| 601st | N7 | ||||
| 602nd | N8 | ||||
| 602nd | 3O | ||||
| 401st | 612th | IN | zwarte driehoeh witte S | Deenethorpe 2.11.43-20.6.45 | |
| 613th | IW | ||||
| 614th | IY | ||||
| 615th | SC | ||||
| 447th | 708th | geen | zwart vierkant witte K | Rattlesden 30.11.43-2.8.45 | |
| 709th | geen | ||||
| 710th | geen | ||||
| 711th | geen | ||||
| 452nd | 728th | geen | zwart vierkant witte L | Deopham 3.1.44-538345 | had meer CO's dan elke andere BG van 8th AF (9) |
| 729th | geen | ||||
| 730th | geen | ||||
| 731st | geen | ||||
| 457th | 748th | geen | zwarte driehoek | Gatton 21.1.44-21.6.45 | |
| 749th | geen | ||||
| 750th | geen | ||||
| 751st | geen | ||||
| 482nd | 812th | geen | geen | Alconbury 20.8.43-24.6.45 | |
| 813th | geen | ||||
| 814th | geen | ||||
| 486th | 832nd | H8 | zwart vierkant witte W | Sudbury mar 44-25.8.45 | 834th verloor geen toestellen bij eerste 100 opdrachten |
| 833rd | 2S | ||||
| 834th | 3R | ||||
| 835th | 4N | ||||
| 487th | 836th | RS | zwart vierkant witte P | Lavenham 4.4.45-24.8.45 | |
| 837th | 3C | ||||
| 838th | 3G | ||||
| 839th | 4F | ||||
| 493th | 860th | geen | geen | Debach apr 44-6.8.45 | laatste eenheid die operationeel werd bij 8th AF in WO II |
| 861st | geen | ||||
| 862nd | geen |
| Group | Sqdns | Operatiegebied | Opmerking |
|---|---|---|---|
| Ist SAG | 2nd, 3rd, 4th SAS | interne zone (USA) | Search-Attack Unit |
| 2nd BG | 20th, 49th, 96th, 429th BS | Middellandse Zee | |
| 5th BG | 23rd, 31st, 72nd, 294th BS | Pacific | |
| 5th RG | 2 Ist, 22nd, 23rd, 24th RS | Middellandse Zee | Verkenningseenheid |
| 6th BG | 3rd, 22nd, 74th, 395th, 397th BS | interne zone (USA) | |
| 7th BG | 9th, 11th, 22nd, 88th BS | Pacific, China-Birma-Indië | |
| 9th BG | lst, 5th, 99th, 430th BS | interne zone (USA) | |
| 9th RG | geen sqdns toegekend | interne zone (USA) | Verkenningseenheid |
| 11th BG | 20th, 42nd, 98th, 431st BS | Pacific | |
| 11th RG | Ist, 3rd, 19th RS | Pacific | Verkenningseenheid |
| 19th BG | 14th, 28th, 30th, 40th 93rd BS | Pacific | |
| 29th BG | 6th, 2901, 52nd BS | interne zone (USA) | |
| 34th BG | 4th, 7th, 18th, 391th BG | interne zone (USA) | |
| 39th BG | 6th, 6Ist, 62nd BS | interne zone (USA) | |
| 40th BG | 29th, 44th, 45th, 74th BS | interne zone (USA) | |
| 43th BG | 63rd, 64th, 65th, 403rd BS | Pacific | |
| 68th RG | 16th, 111th, 122nd, 125th,127th, 154th RS | Middellandse Zee | Verkenningseenheid |
| 88th BG | 316th, 317th, 318th, 399th BS | interne zone (USA) | |
| 97th BG | 340th, 341st, 342nd, 414th BS | Europa/Middellandse Zee | |
| 99th BG | 346th, 347th, 348th, 416th BS | Europa/Middellandse Zee | |
| l00th BG | 349th, 350th, 351th, 418th BS | Europa/Middellandse Zee | |
| 301st BG | 32nd, 352nd, 353rd, 419th BS | Europa/Middellandse Zee | |
| 304th BG | 361st, 362nd 363rd, 421st BS | interne zone (USA) | |
| 307th BG | 370th, 371st, 372nd, 424th BS | Europa | |
| 331st BG | 461st, 462nd, 463rd, 464th BS | interne zone (USA) | |
| 333rd BG | 466th, 467th, 468th, 469th BS | interne zone (USA) | |
| 346th BG | 502nd, 503rd, 504th, 505th BS | interne zone (USA) | |
| 383th BG | 540th, 541st, 542nd, 543rd BS | interne zone (USA) | |
| 385th BG | 548th, 549th, 550th, 551st BS | interne zone (USA) | |
| 393rd BG | 580th, 581st, 582nd, 583rd BS | interne zone (USA) | |
| 395th BG | 588th, 589th, 590th, 591st BS | interne zone (USA) | |
| 396th BG | 592nd, 593rd, 594th, 595th BS | interne zone (USA) | |
| 444th BG | 676th, 677th, 678th, 679th BS | interne zone (USA) | |
| 463rd BG | 772nd, 773rd, 774th, 775th BS | Middellandse Zee | |
| 469th BG | 796th, 797th, 798th, 799 BS | interne zone (USA) | |
| 483rd BG | 815th, 816th, 817th, 818th BS | Middellandse Zee | |
| 488th BG | 840th, 841st, 842nd, 843rd BS | Europa | |
| 504th BG | 393rd, 398th, 421st, 507th BS | interne zone (USA) | |
| 505th BG | 482nd, 483rd, 484th, 485th BS | interne zone (USA) |
Bronnen:
Profile Aircraft nr 77
Boeing B-17E & F Flying Fortress B-17 in Action Aircraft no twelve Squadron/Signal Publ.
Air Plane nr 3
B-17 Flying Fortress Luftfahrt International 3061-801-1 / 8650-801 -1
Air Enthousiast december 1974
USAF LIFE Magazine
Squadron Signal nr.63 - B-17 in Action
In detail nr.17 - B-17 Flying Fortress
Walk Around nr.5516 - B-17 Flying Fortress
Squadron/Signal nr. 6074 - The Pride of Seatle
Warbird Tech nr.7 - B-17
Monografie Lodnicze nr.97 - Boeing B-17.
Combat Aircraft nr.36 - B-17 Units of the 8th AF
Combat Aircraft nr.38 - B-17 Units of the MTO
Combat Aircraft nr.39 - B-17 Units of the Pacific
Aerodata International 08 - B-17 Flying Fortress
Paul Burnett
Tony Starcer
George Parks
Paul Chiyst
Boeing Company
George Odenwaller
Hank Cordes
Gerry Zijlstra
Charles F. Busa
Clinton F. Ball
The 91 st Bomb Group (H) Memorial Association