Arado Ar 234 'Blitz'
![]() |
| Ar 234 V9 was niet alleen het prototype voor de B-serie, maar ook de eerste bommenwerperversie. De ETC 503 bommenrekken zijn goed te zien onder de motorgondels. |
Voordat Polen werd overrompeld door de alles verpletterende Duitse Blitzkrieg van september 1939 zat een jonge Oostenrijkse ontwerper in een luchtig tekenbureel van het onderzoekscentrum van de Brandenburgse Arado Flugzeugwerke GmbH voor een tekenbord. Dit modern gebouw was gesitueerd aan de oostelijke grens van het vliegveld van Brandenburg. Deze ontwerper was Emil Eckstein. Het project op zijn tekenbord was de E-300, een klein éénmotorig watervliegtuig dat opgeplooid en in een koker opgeborgen door een duikboot kon worden meegevoerd. Indien nodig kon dit toestel worden ingezet voor het uitvoeren van verkenningsvluchten boven zee.
Tegen de herfst van 1940 waren de werkzaamheden van Eckstein aan de Ar 231 – de officiële benaming voor dit toestel – klaar. Zijn talenten werden nu gebruikt voor een veel grotere revolutionaire onderneming: het klaarmaken van de essentiële kenmerken voor het ontwerp van een vliegtuig dat in staat moest zijn om met de nieuw ontwikkelde straalmotoren te worden ingezet. Dit vliegtuig was gebouwd door Junkers Flugzeug- und Motorenwerke onder leiding van Ing. Anselm Franz en door Dr. Oestrich Hermann van de Bayerische Motorenwerke GmbH – BMW. In het begin hadden deze beide firma's een achterstand op de Ernst Heinkel AG en zijn briljante uitvinder Dr. Otto von Ohain. Bij het naderbij komen van de oorlog was er meer behoefte aan nieuwere modellen van motoren die het mogelijk moesten maken om de prestaties van de bestaande zuigermotoren te verbeteren. Nu haalden ze voordeel uit de vereiste van het RLM – Reichsluftfahrtministerium – dat verlangde dat de programma's voor de productie van de motoren werden gecoördineerd. Dr. Heinkel, die altijd al een individualist was geweest, verzette zich tegen alle pogingen van het RLM om binnen te dringen in wat hij altijd al als zijn privé-gebied had beschouwd.
In januari 1941 verliet Eckstein Arado en begaf zich naar het op enkele kilometers verder westelijk gelegen Schönefeld waar hij bij de Henschel Flugzeugwerke AG met de werkzaamheden aan een gasturbine begon. Zijn nalatenschap was de E-370. Dit was aanvankelijk een wilde gok geweest die de steun kreeg van Prof. Walter Blume, de directeur van de Arado Fugzeugwerke, en zijn staf. De E-270 kon echter al beschouwd worden als een vervanger voor de hoogvliegende verkenningsvliegtuigen van de Luftwaffe, zoals de tweemotorige Junkers Ju 86 P, een met drukcabine uitgeruste verkenner die toen in frontdienst was.
Alhoewel het toestel door andere medewerkers was verbeterd, voornamelijk door Rebeski en Wenzel en door Ing. R.Kosin die zijn deskundigheid op gebied van de aërodynamica bijgedragen had, bleef het basisontwerp met de vorm van een conventioneel vliegtuig -met schaalvormige romp, hoog gemonteerde vleugels (zogenaamde schouderdekker), een kruisvormig staartstuk en twee onder de vleugels opgehangen straalmotoren- behouden tot bij de eerste vlucht in de zomer van 1943. Eckstein had de voorkeur gegeven aan een driedelig intrekbaar landingsgestel om eventuele problemen met de luchtstroom van de motoruitlaten te voorkomen. Deze vorm van landingsgestel werd echter door zijn opvolgers weggelaten, latere gebeurtenissen zouden het ironische van deze verandering duidelijk maken. Er werden enkele voorstellen naar voren gebracht voor het gebruik van een landingsgestel met meerdere wielen, een methode die werd aangenomen voor het grote Ar 232 transportvliegtuig. Ondanks het feit dat deze vorm van landingsgestel de landingsbanen minder zou belasten werd deze methode toch als te complex bevonden. Tenslotte werd er een eenvoudig startkarretje ontworpen, een soort driewieler landingsgestel, dat na het opstijgen van het toestel kon worden afgeworpen. De latere landing diende daarna te worden uitgevoerd door gebruik te maken van een intrekbare landingsski zoals gebruikt werd door zweefvliegtuigen. Deze methode leek de beste oplossing te zijn om kosten te besparen en het gewicht van het toestel te beperken. Om beschadigingen te voorkomen wanneer de controle over de besturing bij het einde van de landing verloren ging werden er onder de motorgondels hulpski's aangebracht. Het gewicht van het landingsgestel in deze vorm bedroeg slechts 3% van het totale gewicht van een vliegklare E-370.
Op 24 oktober 1941 gaf het TA -Technisches Amt- van het RLM een gunstig rapport uit over het project. Als gevolg van een vergadering die werd bijgewoond door Oberst Theo Rowehl, één van de leidende experten van de Luftwaffe op gebied van verkenningen, werd er besloten dat de basisformule van de E-370 moest ontwikkeld worden volgens een gedetailleerde specificatie van de Luftwaffe. Minder dan een maand later pleegde General-Luftzeugmeister Ernst Udet, directeur-generaal van de Luftwaffe-uitrusting, zelfmoord. Het leek erop dat de 8-370, zoals de RLM-benaming luidde, nu nog maar weinig toekomst had.
Op 4 februari 1942 bezocht de nieuwe baas van het TA, Generalfeldmarschall Erhard Milch, Brandenburg. Deze vroegere bedrijfsdirecteur van de Deutsche Lufthansa was onder de indruk van wat hij te zien kreeg. Ten gevolge van dit bezoek kreeg Prof. Blume een contract om door te gaan met de structurele ontwikkeling van de Ar 234 en voor het bouwen van een schaalmodel. Iets meer dan twee maand later werd er een voorlopige toelating gegeven voor de constructie van zes prototypes. In de loop van de lente en de zomer van 1942 begon men onder leiding van directeur-generaal Wenzel met de werkzaamheden.
Tijdens het jaar 1942 werden er verschillende theoretische ontwerpwerkzaamheden en testen met schaalmodellen in windtunnels uitgevoerd en een ontwikkelingprogramma voor de E-370 uitgewerkt. Dit gebeurde eveneens voor projecten die als opvolgers voor de E-370 waren voorzien. Toen er dan beter geschikte motoren – met grotere prestaties en verminderd brandstofverbruik – ter sprake werden gebracht konden deze, op papier althans, ook verbeteringen voortbrengen met betrekking op het totale gewicht en de operationele flexibiliteit van de Ar 234.
Voordat de harde werkelijkheid van Stalingrad een schaduw over alle aspecten van het leven in Duitsland wierp, werd het RLM door een tekort aan materialen gedwongen om zijn politiek te herzien. Deze politiek bestond namelijk uit het bouwen van een veelvoud aan tegenstrijdige projecten waarbij de ontwerpen van bijna alle Duitse vliegtuigbouwers zichzelf verloren in een chaos van fantasierijke en dure studies. Arado vormde daarbij geen uitzondering. Een vooruitstrevende creatie die van de Ar 234 was afgeleid stelde een bommenwerper voor grote afstanden voor die was uitgerust met pijlvormige vleugels en een vergrote romp met een totaal gewicht van 17 ton. Het project kreeg de naam E-570 en beschikte over vier straalmotoren die afzonderlijk onder de vleugels waren opgehangen. In de herfst van dit zelfde jaar werd deze creatie aan het Technisches Amt voorgelegd.
Op 28 december 1942 werd de bestelling voor zes experimentele prototypes van de Ar 234 verhoogd tot 20 exemplaren, de bijkomende toestellen kregen de benaming V7 tot V20.
![]() |
| Start van een Ar 234 A (V1) met behulp van een startkar. Aanvankelijk werd de startkar (automatisch) afgeworpen toen de machine reeds tot een 50-tal meter gestegen was. Bij het neerkomen werd de kar dan iedere keer beschadigd of vernietigd. Men ging dus over tot het manueel loskoppelen van de startkar toen het toestel nog steeds aan de grond was. |
In de vooravond van 30 juli 1943 vertrok Flugkapitän Selle, de chef-testpiloot van Arado, met de Ar 234 V1 W.Nr 130000 voor een probleemloze vlucht van 14 minuten. Het gewicht bij het opstijgen bedroeg 6.349 kg. Selle had zoveel vertrouwen in de Anton -Duitse bijnaam voor de 'A'-serie van de 234- dat hij bij de tweede test op 10 augustus een vlucht maakte van niet minder dan 54 minuten en daarbij de snelheid opdreef tot 646 km/u. De derde test verliep niet zo succesrijk. Het toestel moest een noodlanding op de buik uitvoeren door een onoplettendheid bij de bediening van de motoren door Selle.
Het tweede prototype Ar 234 V2 was maar een kort leven beschoren. Een paar weken na zijn eerste vlucht werd het vernietigd in een onverklaarbaar ongeluk op 1 oktober 1943.
De drie volgende prototypes vlogen met ongeveer een maand tussentijd en hadden allen een zelfde basis. Het vijfde toestel, V5, was het eerste dat uitgerust was met de 'B'-versie van de Jumo 004 motoren, deze was ongeveer 100 kg lichter dan de vorige 'A'-versies.
Op het eind van 1943 werd de ontwikkeling van de Duitse straalvliegtuigen in het algemeen, en de productie van de Ar 234 in het bijzonder, in hoge mate beïnvloed door een demonstratie die was uitgevoerd voor Adolf Hitler, leidende functionarissen van de Partij en hooggeplaatste officieren van alle wapens. Deze demonstratie had plaats gevonden te Insterburg in Oost-Pruisen op 26 november. De V3 was ontmanteld geworden en langs de weg naar Insterburg overgebracht geworden waar een gedeelte van de technici van Arado zich dan haastten om het toestel terug in elkaar te steken voor een statische show. Daarbij stond de Ar 234 opgesteld tussen een Ju 88 met een uitrusting voor het leggen van rookgordijnen en een preproductie Ju 88S.
Hitler, die vooral aangetrokken werd door de straal- en raketvliegtuigen die hem werden getoond, gaf onmiddellijk aan Arado carte blanche voor het bekomen van fabriekspersoneel, ruwe materialen en fondsen zodat er tegen het eind van 1944 minstens 200 Ar 234 konden worden gebouwd. Bijkomend personeel werd bekomen door het onttrekken van grondpersoneel van ontbonden bommenwerpereenheden die oorspronkelijk voorzien waren om als gevechtstroepen aan de para-regimenten te worden toegevoegd. In plaats van te vechten werden ze ingezet aan de montagelijnen van de fabrieken die de straalvliegtuigen bouwden.
De Ar 234 V6 betekende het afscheid van de uitvoering met twee motoren. Dit was het eerste toestel dat met de BMW 003 A-O's vloog, onder elke vleugel werden er twee van deze motoren opgehangen in aparte gondels. Alhoewel dit geen onmiddellijk succes was bewees deze nieuwe uitvoering toch dat het mogelijk was om een meermotorige Ar 234 te bouwen en werd daarmee de basis gelegd voor de viermotorige 'C'-serie die was uitgerust met in paren opgehangen motoren.
![]() |
| Ar 234 V6. De bij deze machine ingebouwde BMW 003 straalmotoren moesten reeds op 15.12.1943 geleverd worden. Dit gebeurde pas op 26.2.1944. Daardoor ontstond er een vertraging in het programma. |
Tussen 20 en 28 februari 1944 werden al deze grandioze plannen echter tot niets herleid. Toen de geallieerde bommenwerpers de vliegtuigfabrieken over de lengte en breedte van Duitsland bestookten. Arado Flugzeugwerke was één van de weinige vliegtuigfabrieken die aan de vernietiging ontsnapten. Daar de fabrieken zo ver oostelijk gelegen waren bleven ze enkele maanden langer immuun voor de op grote schaal uitgevoerde tapijtbombardementen. De chaos die werd geproduceerd tijdens deze 'Big Week' bombardementen -zelfs bij het planningsbureel van het RLM- was zodanig groot dat zelfs het meest voorzichtig opgestelde tijdschema in de war geraakte.
Daar de meeste fabrieken van Focke Wulf GmbH niets meer dan rokende puinhopen waren moest, om de eenheden die op conventionele jachtvliegtuigen vlogen in leven te kunnen houden, de productie op lange termijn van met straalmotoren uitgeruste bommenwerpers die in staat waren om de industriële gebieden van Rusland en Engeland aan te vallen naar een tweede plaats verschoven worden. Nadat het materiaal voor de He 177's uit de fabriek van Neuendorf, aan de westelijke rand van het vliegveld van Brandenburg, was verwijderd werd er onmiddellijk aan de productie van de FW 190 begonnen. Arado (dat reeds in grote aantallen de FW 190 assembleerde te Warnemünde) plande om in Brandenburg tot 800 FW 190's per maand te produceren. Op dit aantal werd door het RLM en beperking gesteld tot 120 toestellen per maand daar er een tekort aan benodigde materialen bestond. Het volume van de productie in onderaanneming was zo groot dat de onderdelen voor het assembleren van deze jachtvliegtuigen moesten opgeslagen worden in rivierboten op de Havel totdat de fabriek in Brandenburg ze kon gebruiken.
Het verspreiden over het grondgebied van de vliegtuigfabrieken was nu één van de voornaamste en dringendste bezigheden geworden. Reeds voor de 'Big Week' was er gepland geworden om de Ar 234 in een nieuwe fabriek van Arado in Neu-Brandenburg te bouwen, 200 km ten noorden van Berlijn. Er was voorzien om een lange speciaal verharde betonnen start- en landingsbaan aan te leggen om de fabriekstesten van de Ar 234 te kunnen uitvoeren. Deze werd echter van het plan geschrapt. Tegen de zomer van 1944 was er een andere montagelijn voor de door Arado gebouwde FW 190 G's naar dit centrum onderweg.
De productie van de Ar 234 B-1 en B-2 verkenningsvliegtuig en bommenwerper (de B-2 vervulde een dubbele rol als verkenner en bommenwerper/grondaanvalstoestel) was geconcentreerd aan het vliegveld van Alt-Lönnewitz in Saksen, 160 km ten zuiden van Berlijn. De hangaaraccommodatie op deze vroegere Fliegerhorst van de Luftwaffe was omgebouwd tot een montagehal. Op het ogenblik dat de nachtelijke RAF-bombardementen op Berlijn in hevigheid toenamen stond de hoofdadministratie van Arado Flugzeugwerke GmbH op punt om van Babelsberg overgebracht te worden naar Landshut in Silezië. Er werd tenslotte gepland om de uitbreiding van de Ar 234 productie op te vangen door ook het vliegveld van Küpper bij het bouwen van de 'Blitz', zoals de machine nu officieel werd genoemd, te gebruiken.
Toen de aanvankelijk beperkte kring van ontwerpers, ingenieurs en piloten, die kennis hadden van de Duitse geheimen omtrent de straalmotoren, zich geweldig uitbreidde was het noodzakelijk om de veiligheidsmaatregelen te verscherpen. Dit was te wijten aan het feit dat er steeds meer fabrieken ingezet werden bij de productie van de gasturbines, straalmotoren en de daarmee samenhangende productie van onderdelen. Om die reden kreeg de Blitz ook de codenaam 'Hecht' -snoek. Dit leidde dan tot aanzienlijke verwarringen daar deze naam vroeger reeds aan een glijbom was gegeven die ontwikkeld was door het Luftfahrtforschungsanstalt Hermann Göring te Braunschweig-Volkenrode. Tezelfdertijd werden aan alle Duitse vliegtuigfabrieken en montagelijnen deknamen toegekend. De hoofdfabriek van Arado werd de 'Max Keuhl Nachvolger GmbH', de fabriek van Alt-Lönnewitz werd 'Alten GmbH', het Küpper-centrum kreeg de naam 'Sagos GmbH' – deze naam verwees naar de grootste stad in de nabijheid Sagen. In 1945, toen het volledige netwerk van de Arado-fabrieken op het punt stond om opgeslokt te worden door de opmars van de Sovjettroepen, werd er een klein testdepartement naar het vliegveld van Wesendorf in de Luneburger Heide geëvacueerd en kreeg de deknaam 'Heidefahrten GmbH', letterlijk 'Vereniging voor rondritten op de heide'.
Op 12 maart 1944 ging het eerste prototype dat uitgerust was met een intrekbaar driedelig landingsgestel, V-9 W.Nr 130009 PH + AQ, in de lucht. Drie maand later werd de eerste preproductie Ar 234 B-0 aan de Erprobungsstelle Rechlin afgeleverd. Het merendeel van de 20 Ar 234 B-0's die uiteindelijk gebouwd werden vonden hun weg naar Rechlin of naar de onderafdelingen Tarnewitz (wapentesten), Werneuchen (radio- en radartesten), Gotenhafen (experimenten met lucht-zee wapens), Udetfeld (bomontwikkelingen) of Karlshagen (testcentrum raketwapens).
De V-muster -prototypes- en Serienmachinen -serievliegtuigen- werden nu in steeds grotere aantallen gevlogen. Een grote stap vooruit betekende de succesrijke eerste vlucht met V-8. Alhoewel dit één van de oudere toestellen was dat nog steeds met een afwerpbaar landingskarretje en landingsski was uitgerust, werd het toch uitgerust met vier BMW 003 A motoren die in paren in gladde gondels onder de vleugels opgehangen waren. Testvluchten met apart opgehangen motoren die vroeger met de V-6 waren uitgevoerd hadden aangetoond dat deze vorm minder goede luchtstromingen veroorzaakte. Het succes met de V-8 effende de weg voor een glad verlopen van de invoering van de Ar 234 C-serie.
De 'C'-variant, die de meest vooruitstrevende aërodynamische vorm bezat van alle in productie genomen Ar 234's die door de piloten van de Luftwaffe gevlogen werden, zou zeker in grote aantallen zijn ingezet geworden indien de oorlog tot in 1946 had geduurd. Tegen het eind van 1944 waren er niet minder dan 3.500 Ar 234's, die met vier BMW 003 motoren zouden uitgerust worden, als toestellen voor verschillende doeleinden in bestelling. De eerste drie daarvan waren voorzien om tegen maart 1945 te worden afgeleverd. De C-3 bezat dezelfde afmetingen als de B-2 maar kon ongeveer 56 km/u meer snelheid halen en kon tot op een hoogte van 13.120 m klimmen. Het toestel werd bovendien gekenmerkt door uitstekende besturingskarakteristieken.
Met de invasie in Normandië op D-day 6 juni 1944 was er behoefte aan een vliegtuig dat in staat was de bruggenhoofden te verkennen en onbeschadigd terug te keren, ondanks de overweldigende luchtsuperioriteit van de geallieerden. Het Versuchsverband des Oberkommando der Luftwaffe, met basis te Oraniënburg – ten noorden van Berlijn, werd aangewezen om de levensbelangrijke fotografische inlichtingen te gaan halen en terug te brengen. Op 8 juli 1944 -iets meer dan een maand na de geslaagde invasie- verlieten de V-5 en V-7 de startbaan te Alt-Lönnewitz en koersten in noordelijke richting naar Oraniënburg. Hier werden de laatste voorbereidingen getroffen om de twee 'Kufenmachinen' met cameras uit te rusten en naar Frankrijk te sturen. Op 20 juli was alles klaar om de toestellen te laten vertrekken. Naast de twee piloten waren er 18 Luftwaffe-technici, twee leden van de signaalstaf, twee vliegtuigmecaniciens van Arado en twee motorspecialisten van Junkers bij de voorbereidingen betrokken geweest. Ondanks het Anglo-Amerikaanse luchtoverwicht werd de Duitse operatie een volledig succes.
Met de V-5 waren er 22 uur gevlogen en de V-7 had 24 vlieguren op zijn actief. Daarbij was een maximale hoogte van 11.510 m bereikt geworden. Tijdens de vluchten was er op deze hoogte geen enkele motor uitgevallen. De met de hand gebouwde motoren leverden tevredenstellende prestaties. Op 2 augustus werd er een gelijkaardige opdracht uitgevoerd vanaf Juvincourt. Toen de toestellen naar 10.000 m waren gestegen met een gemiddelde snelheid van 370 km/u cirkelde één van de prototypes boven de ketting van geallieerde vliegvelden rond St. Pierre terwijl zijn twee Rb 50/30 camera's de gebeurtenissen op de grond opnamen. Minder dan een minuut later was de kunstmatige haven te Aisnelle-sur-Mer binnen het bereik van de cameralenzen. Er werden nauwelijks of geen pogingen ondernomen om de straalvliegtuigen te onderscheppen en de geallieerde jagers die boven Juvincourt cirkelden werden vermeden door het uitvoeren van een snelle landing zonder dat er eerst nog normale naderingsvlucht boven het vliegveld werd uitgevoerd. Het grootste gevaar, afgezien van de aandacht die de wegen en de telefoonverbindingen kregen van het F.F.I., kwam van de voortdurende bombardementen en verrassingsaanvallen die op de Ar 234's werden uitgevoerd. Het landen met het ski-landingsgestel op de geteerde landingsbanen berokkende grote moeilijkheden. Het waren dezelfde moeilijkheden (maar met rampzaliger gevolgen) die ook bij de eerste prototypes van de Messerschmitt Me 163 'Komet' raketjager voor problemen zorgden.
Later werden de twee Ar 234's door het Versuchsverband voorzien van driedelige landingsgestellen zoals deze die in gebruik waren bij de B-serie. Deze toestellen waren daarna de eerste Duitse met straalmotoren uitgeruste vliegtuigen die verkenningen uitvoerden boven Engeland.
H et accent werd nu verplaatst naar de afwerking van de Ar 234 B om ingezet te worden als snelle bommenwerper. Op 8 juni was Oberst Walter Storp, een zeer ervaren bommenwerperpiloot van 34 jaar en veteraan van vele operationele vluchten bij Kampfgeschwader KG 4 en KG 6, tot commandant benoemd van KG 76. De III./KG 76 was uitverkoren om de Ar 234 in het gevecht te voeren en te bewijzen wat het toestel waard was.
![]() |
Walter Storp (gefotografeerd als Major na de in ontvangstname van het Eichenlaub zum Ritterkreuz op 14 jul 1941) Kommandant van Kampfgeschwader 76 van juni tot oktober 1944. Hij was één van de meest ervaren bommenwerperpiloten die ervaring had opgedaan boven Noorwegen, Frankrijk, in de Slag om Engeland en in het Middellands Zeegebied. Hij was verantwoordelijk voor de introductie van de Ar 234 als hoge-snelheid bommenwerper in operationele dienst. |
![]() |
| Ar 234 V13 PH+SU Werknummer 130023. |
![]() |
| Major Bätcher tijdens de startvoorbereidingen. |
Op 21 december leidde Capt. Donald S. Bryan een flight van het 328th USAAF Fighter Squadron. Deze eenheid was uitgerust met de P-51 Mustang en had zijn basis ten zuiden van Verviers. Op een bepaald moment passeerde er een tweemotorige straaljager onder de flight van Bryan. Toen hij in duikvlucht overging om deze straaljager aan te vallen slipte er een tweede Ar 234 onder hem door. Op 450 m afstand opende hij het vuur en plaatste enkele treffers over de volle lengte van de vleugel van de Ar 234. Het toestel versnelde en ontsnapte uit het bereik van de kanonnen en verdween.
Op Kerstdag 1944 viel III./KG 76 Luik aan. Pilot Officer Verran, een jachtpiloot van de RAF Second Tactical Air Force No. 80 Sqdn, vloog toen en patrouille onder bevel van Wg.Cdr. J.B.Wray, DFC, ten zzo van Luik. Bij het zien van een Ar 234 wierp Verran de afwerpbare brandstoftanks van zijn Hawker Tempest Mk V af en slaagde erin om enkele treffers te plaatsen in de bakboordmotor voordat zijn munitie op was. Wg.Cdr. Wray naderde op zijn beurt het vijandelijke toestel aan bakboord tot op 700 m en vuurde eveneens enkele buien op het toestel terwijl hij probeerde achter de Duitse machine te komen. Eens te meer gaf de Ar 234 zijn achtervolgers het nazien en verdween.
![]() |
| De spanwijdte van de Ar 234 was 1,93 m, de lengte 2,06 m groter dan bij de Me 262. Ondanks deze kleine verschillen waren de prestatie van de Blitz aanzienlijk beter. |
![]() |
| Kampfgeschwader KG 76 was de eerste eenheid die gedeeltelijk met de Ar 234 B-2 werd uitgerust. Startvoorbereidingen. |
![]() |
| De eerste Ar 234 B-2 die in geallieerde handen viel. Het toestel was neergeschoten door P-47 Thunderbolts in de buurt van Segelsdorf op 24 feb 1945. Het verlaten vliegtuig werd vervolgens buitgemaakt door troepen van de US 9th Army. Het werd ontmanteld en voor onderzoek naar Farnborough verscheept. (Foto: via Blitz/Publications) |
![]() |
| De Ar 234 B-1 was de eerste productieversie en voorzien om te worden ingezet als verkenner. Auf.Kl.(F)/Gr. 100 maakte van deze toestellen gebruik om de bruggenhoofden in Normandië te verkennen. |
Op 8 mei 1945 zwegen de wapens over Europa. Nu ontstond er een strijd tussen kleine teams van luchtvaartexperten van de geallieerde naties om zoveel mogelijk luchtvaardig gebleven of onbeschadigde Duitse straalvliegtuigen, die in de door de westerse strijdmachten bezette gebieden werden aangetroffen, in handen te krijgen. Indien mogelijk werd de buit echter zoveel mogelijk verdeeld. De Arado Flugzeugwerke met hun testvliegvelden, met uitzondering van Wesendorf, viel in Sovjethanden. Maar deze tegenslag werd gecompenseerd door het feit dat de straalvliegtuigen hoofdzakelijk tegen de Westerse geallieerden waren ingezet. Daarom moest de Blitz gevonden worden op vliegvelden die verspreid lagen tussen Noorwegen en Frankrijk en tussen de Noordzee en Italië. Op die manier kregen de Anglo-Amerikanen 137 met motoren uitgeruste vliegtuigen en 16 zweefvliegtuigen in handen en bracht ze samen op vroegere vliegvelden van de Luftwaffe alvorens ze naar Engeland over te vliegen of te verschepen. Onder de buitgemaakte toestellen bevonden er zich minstens 10 en waarschijnlijk 12 Ar 234's.
![]() |
| Vooraanzicht van Ar 234 B-0 W.Nr. 140114 GM+BN in een hangaar van Fliegerhorst Manching. Foto genomen op 29 april 1945 toen het vliegveld juist ingenomen was door het 111th Corps, 3rd US Army. Manching is nu de Erprobungsstelle van de West-Duitse Luftwaffe (Rechlin ligt in Oost-Duitsland). |
![]() |
| W.Nr. 140312 was één van de vier Ar 234's die naar de USA werden overgebracht. Deze B-2 bommenwerper kreeg de USAAF Technical Intelligence code FE1010. (Foto: US Air Force ref 163942 AC) |
| Afmetingen : | spanwijdte 14,40 m lengte 12,63 m hoogte 4,29 m vleugeloppervlakte 27,3 m² |
|---|---|
| Bemanning: | 1 man. Toegang tot de cockpit met behulp van hand- en voetsteunen in de linkerzijde van de romp en langs een kantelend en afwerpbaar dakvenster |
| Motoren: | Twee Junkers Jumo 109-004 B-1 turbojets. Elke motor produceerde 1.986 lb statische stuwkracht op zeespiegelhoogte, deze daalde naar 1.470 lb op 9.000 m hoogte. 8-traps axiale compressor, 6 verbrandingskamers met individuele bestendige druk. Eéntraps, niet gekoelde turbine en instelbare uitlaatpijp. Doorstroming luchtmassa 22 l/sec Compressieverhouding 3:5 Toerentalbegrenzing 8.700 t/m Specifiek verbruik 1.402 - 1.442 l/hr Grootste diameter 0,785 m Gewicht 756,8 kg |
| Starthulp: | Bij hoge startgewichten was de Ar 234 B-2 uitgerust met twee onder de vleugels opgehangen Walter Ri-202b (109-509) raketmotoren. Deze hadden een gecontroleerde verbrandingstijd van 30 sec. Deze raketten-starthulp waren na het verbranden afwerpbaar, daalden aan een parachute en konden opnieuw gebruikt worden. |
| Brandstof: | J2 dieselolie Twee rompbrandstoftanks - voorste tank 1.700 l - achterste tank 2.000 l Bijkomende afwerpbare brandstoftanks van 300 l konden onder de motorgondels meegevoerd worden. |
| Bewapening: | Er was gepland dat de Blitz bewapend zou worden met twee 15 mm Mauser machinegeweren MG 151 met elk 250 patronen of twee 20 mm Mauser MG 151/20 in een vaste Magirus bomben installatie die onder aan de romp naar achter moesten vuurden. De meeste operationele Ar 234's waren niet met een defensieve bewapening uitgerust. De B-2 beschikte over een PV 1b periscoop die naar voren was gericht, deze kon ook naar achter worden gericht ingeval een defensieve bewapening was gemonteerd. De periscoop werd voornamelijk gebruikt als bommenvizier. Daarvoor was er in de periscoop een gradenverdeling zichtbaar, de gebruiker zag een omgekeerd gezichtsveld. De normale bommenlast was beperkt tot 1.000 kg. Met behulp van startraketten kon er maximaal tot 1.500 kg meegenomen worden. De Schlosslafette 1.000/500x1BZ bommenrek was onder de romp gemonteerd. Aan dat bommenrek was een bommenslot bevestigd dat voor verschillende kalibers van bommen kon worden gebruikt. Schloss 502 A-1 kon een 1.000 kg SC 1000 of een SD 1000, een 500 kg SC 500 of SD 500 of een 250 kg SC 250 of SD 250 dragen. Een bijkomende AB 500 of AB 250 container voor kleine fragmentatiebommen of brandbommen, of indien nodig fakkels, kon eveneens aan dat zelfde bommenslot opgehangen worden. De bommenrekken onder de gondels konden elk 500 kg dragen, indien de normale 300 l afwerpbare brandstoftanks niet werden gebruikt. Voor ongebruikelijke ladingen (eveneens beperkt tot 1.500 kg) zoals de SC 500 R, BT 700, BT 1400 en PC 1400 werden er speciale uitrustingsstukken bevestigd. |
| Gewicht: | In lege toestand 4.910 kg Bemanning, brandstof en olie 3.250 kg Walter Ri 202b (109-509) starthulp 562 kg Normaal beladen gewicht -met ATO- 8.695 kg Maximaal taxi-gewicht 9.520 kg Maximaal startgewicht -zonder ATO- 9.470 kg Maximaal startgewicht -met ATO- 10.30 kg Maximaal gewicht bij het landen 7.015 kg |
| Prestaties: | Maximale snelheid op volle kracht met onder de romp een SC 1000 bom 660 km/u op zeespiegelhoogte – 680 km/u op 6.000 m Maximale snelheid met volle kracht na afwerpen van SC 1000 bom 700 km/u op zeespiegelhoogte – 780 km/u op 6.000 m Maximale snelheid aan 60% kracht 531 km/u op zeespiegelhoogte 536 km/u op 4.000 m Landingssnelheid: 145 km/u Klimtijd met maximaal startgewicht naar 2.150 m: 3.8 min Naar 8.000 m: 6.9 min Bereik op zeespiegelhoogte met volle kracht: 665 km Bereik op 8.000 m aan kruissnelheid: 1.500 km Tactisch bereik (40% van totaal bereik): 635 km Hoogteplafond met maximaal startgewicht 8.800 m 10.500 m in maximaal gunstige omstandigheden Vliegduur op zeespiegelhoogte 57 min 150 min op operationele hoogte Landingsloop met 5.600 kg gewicht: 380 m 250 m met gebruik van remparachute |
Sommige B-2 toestellen waren bij levering uitgerust voor fotografische verkenningen of met speciale uitrusting voor het markeren van doelen. Andere bommenwerpers werden gebruikt door verkenningseenheden bij een tekort aan specifieke verkenningsvliegtuigen. De daarvoor noodzakelijke modificaties bestonden uit het inbouwen van camera's. voor het fotograferen ( 2 x Rb 50/30 of een combinatie van een Rb 75/35 en een Rb 20/30). Uiterst zelden werden er twee Rb 75/35's ingebouwd. Deze modificaties (plus bijkomende noodzakelijke veranderingen) duurden ongeveer 600 manuren. De toestellen die op die wijze gemodificeerd werden kregen volgende suffixen:
B-2/b uitgerust met luchtcamera's
B-2/bp uitgerust met Patin Pd 3 automatische piloot
B-2/bpr uitgerust als B-2/bp maar met 300 l afwerpbare brandstoftanks.
| V1 | A | 2 x Jumo 109-004 A-0 | Onbewapend testvliegtuig , ski- en trolley landingsgestel |
|---|---|---|---|
| V2 | A | 2 x Jumo 109-004 A-0 | Onbewapend testvliegtuig , ski- en trolley landingsgestel |
| V3 | A | 2 x Jumo 109-004 A-0 | Uitgebreid gevlogen, gebruikt voor het testen van de vleugelbelasting, meten van tijden, enz. In 1943 zwaar beschadigd na neusoverslag, hersteld en in juli 1944 nog steeds in gebruik. Schietstoel en ski- en trolley landingsgestel |
| V4 | A | 2 x Jumo 109-004 A-0 | Reserve-vliegtuig met schietstoel, ski- en trolley landingsgestel. Nog steeds in gebruik in juli 1944 |
| V5 | A | 2 x Jumo 109-004 B-0 | Vloog operationeel bij Versuchsverband des OKL als verkenningsvliegtuig, ski- en trolley landingsgestel |
| V6 | A | 4 x BMW 109-003 A-0 (in aparte gondels) | Uitgebreid gevlogen, voornamelijk gebruikt voor testen van motoren, brandstofpompen, brandstoftoevoer, enz. ski- en trolley landingsgestel |
| V7 | A | 2 x Jumo 109-004 A-0 | Operationeel gevlogen bij Versuchsverband des OKL als verkenningsvliegtuig, ski- en trolley landingsgestel. Neergestort. |
| V8 | A | 4 x BMW 109-003 A-0 (in paren) | Gebruikt voor testen van motorinstallatie. Voorloper van de 'C'-serie, ski- en trolley landingsgestel |
| V9 | B | 2 x Jumo 109-004 B-1 | Eerste prototype 'B'-serie met intrekbaar neuswiel en hoofdlandingsgestel. Uitgebreid gevlogen voor motortesten, g-testen, metingen van de besturing, experimenten met starthulp (ATO) enz. |
| V10 | B | 2 x Jumo 109-004 B-1 | Tweede 'prototype' van de 'B'-serie, aanvulling van V9 als testvliegtuig. Getest met automatische piloot over de drie assen. Testen met remparachute, testen van afwerpbare brandstoftanks/. Later neergestort. |
| V11 | B | 2 x Jumo 109-004 B-1 | Gebruikt voor hoogte- en snelheidstesten |
| V12 | B | 2 x Jumo 109-004 B-1 | Later gebruikt als vervanger voor neergestorte V10 |
| V13 | B | 4 x BMW 109-003 A-1 | Gebruikt voor de in paren gemonteerde motoren |
| V14 | B | 2 x Jumo 109-004 B-1 | Gebruikt voor testen met radioverbinding |
| V15 | B | 2 x BMW 109-003 A-1 | Testmachine voor gebruik BMW-motoren op grote hoogte. |
| V16 | B | 2 x BMW 109-003 A-1 2 x BMW 109-003 R | Uitgerust met houten vleugels in V-stelling (naar achter) en zo getest. In later stadium uit te rusten met vleugels in V-stelling voor testen van hoge snelheden met gebruik van door raketten aangedreven straalmotoren |
| V17 | B | 2 x BMW 109-003 A-1 | Testmachine voor BMW motoren |
| V18 | B | 2 x Jumo 109-004 B-1 | Uit te rusten met metalen vleugel in V-stelling |
| V19 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Eerste prototype C-2 serie (onbewapende verkenner). Motoren in paren. BMW testvliegtuig. Gebruikt voor het testen van drukcabines, experimenten met ontijsingssystemen. |
| V20 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Tweede prototype C-2 serie (onbewapende verkenner). Motoren in paren. BMW testvliegtuig. Gebruikt voor testen van drukcabines, brandstoftoevoer, brandstofpompen en algemene testen voor het tanken. |
| V21 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Eerste prototype C-3 serie (bewapende verkenner). Motoren in paren |
| V22 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Idem V21 |
| V23 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Gebruikt voor testen drukcabines |
| V24 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Idem V23 |
| V25 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Prototype c-3 serie |
| V26 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Idem V16 |
| V27 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Prototype C-3 serie |
| V28 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Prototype C-3 serie |
| V29 | C | 4 x BMW 109-003 A-1 | Prototype C-3 serie |
| V30 | C | 4 x BMW 109-003 A-2 | Voorzien voor testen met nieuw landingsgestel met grotere wielen en V-stelling vleugels. |
| V31 | C | 4 x BMW 109-003 A-2 | Prototype experimentele tweezitter |
| V32 | C | 4 x BMW 109-003 A-2 | Prototype experimentele tweezitter |
| V33 | C | Geen gegevens | Geen gegevens |
Alle foto's © Imperial War Museum konden gepubliceerd worden na contact met Mr. Geoff O'Connor -- GOconnor@iwm.org.uk-- en dank zij de vriendelijke toelating van Mr.Ian Carter --ICarter@iwm.org.uk-- van het I.W.M.
Bronnen: Profile Aircraft nr 215 Arado 234 Blitz door R. Bateson
Werkschrift 2234 B-2 Teil 0 ~ augustus 1944
Das Waffen-Arsenal Band 61 'Die Ersten Strahlbomber der Welt'
| Awarded to quality aviation information websites | |||